Navigatie

 

Eigenlijk ben ik geen recensent. Maar soms lees je boeken die je zo grijpen, je zo bij de strot pakken, dat je ze met anderen wilt delen. Dit had ik met Harten Sara geschreven door Thomas Olde Heuvelt.

 

Tot aan dat moment moet ik tot mijn grote schaamte bekennen dat ik nog niets van hem gelezen had. Ik had me ooit wel eens gezien bij Barend en Van Dorp, en ik herinner me dat ik de dag daarna bij de boekhandel stond om zijn boek te bestellen, maar dat dit om onverklaarbare redenen niet kon. Toen ik hem jaren later op een beurs zag, besloot ik een oud voornemen alsnog in te willigen en liep ik die middag met Harten Sara naar huis. Niet wetend wat dit boek voor mij zou gaan betekenen.

 

Er zijn namelijk boeken die langs komen en je op een subtiele manier veranderen. Die een andere kijk op dingen geven, waardoor je heel even stilstaat.

 

Het boek vertelt het verhaal van een autistisch meisje (Sara) dat verliefd wordt op een jongen (Sem). Maar ze wordt niet alleen verliefd op de jongen, maar ook iets onbeschrijfbaars in die jongen dat ze “Beesje” noemt.

 

Het boek volgt vervolgens hun liefdesrelatie en hoe het hoofdpersonage, dat per definitie door haar stoornis in zichzelf gekeerd is, deze relatie beleeft. Fantasie en realisme mengt zich door elkaar, met name omdat de denkwereld, en niet de echte wereld, centraal staat.

 

Zo lezen we hoe de zwaartekracht kan worden omgedraaid en hoe zich onder Amsterdam een theater bevindt, dat zich verplaatst en waar slechts ingewijdenen naartoe kunnen komen. (Dat Amsterdam op palen is gebouwd en in hoge mate uit veengrond bestaat, doet er om vreemde redenen niet toe. Realisme geldt hier niet.) Sem is een van deze ingewijdenen, omdat hij een aanstormende illusionist is en neemt Sara dan ook naar het theater (en zijn reizen) mee.

 

In een interview dat ik met Thomas Olde Heuvelt had (zie link) vertelde hij me dat hij voor dit boek, vooral in vorm en stijl, geïnspireerd was door het boek  “Extreem luid en ongelooflijk dichtbij” van Jonathan Safran Foer. Hoewel dit overduidelijk het geval is, zichtbaar in de stijl en vorm van het boek, doet Thomas zichzelf hier tegelijkertijd tekort.

 

Het boek is namelijk meer dan dat. Het heeft invloeden van Clive Barker, en dan met name de oudere werken, waar realiteit langzaam in de magische wereld oplost of naast de realistische wereld bestaat. Of “Het nachtcircus” van Erin Morgenstern waar de magische elementen zo worden beschreven dat je ze letterlijk kunt voelen en proeven. Tegelijkertijd heeft het boek hier en daar, om in bokstermen te praten, de kaakslagen van Palahniuk – in mijn optiek een van de betere schrijvers van de eenentwintigste eeuw. Wat ik met het laatste bedoel is dat Palahniuk het talent bezit om in een enkele zin een pijnlijke waarheid bloot te leggen. Dat doet Thomas in hoge mate ook. Er waren zinnen met zo een poëtische (verbeeldings)kracht dat mijn mond, om maar in de bokstermen te blijven, letterlijk open viel.

 

Zinnen zoals bijvoorbeeld:

 

 

“Sommige dingen zijn voor jou alleen, en wanneer je erover praat lijken ze breekbaar.”

 

Of:

 

 

“Je weet niet half hoe moeilijk het is iets terug te vinden wat je kwijt bent.”

 

Of:

 

 

“Verhalen snijden diep, maar wonden genezen uiteindelijk.”

 

 

Of (misschien wel de mooiste):

 

 

“Je beplakt je leven met verhalen die niet van jou zijn, en hoe meer je het beplakt, hoe minder je van jezelf hoeft te laten zien.”

 

 

Het verhaal is dan ook in hoge mate een analogie. Het vertelt het verloop van een liefdesrelatie, maar nog fundamenteler dan dat, de onbereikbaarheid en misschien ook wel het onvermogen van liefde.

 

Zo doet het theater onder de stad je denken aan de krochten en duistere plekken in onszelf. “Beesje” aan het dierlijke en tevens onbevangen kant van hoe we in relaties staan. De gangen aan de complexiteiten. En (zonder het einde te verklappen) de luchtballon aan het loslaten van ballast.

 

In zijn interview vertelde Thomas mij dat dit verhaal zeer persoonlijk was en over een relatie ging “waar hij eigenlijk zelf te jong voor was”. Dit persoonlijke zie je in het verhaal terug. Het is een verhaal met bloed en hart; waar het persoonlijke zo nu en dan tussen de kieren doordrukt en tegelijkertijd echter, misschien omdat het zo persoonlijk is, en dus daarom reflectief, een aantal universele punten van relaties (en liefde) naar voren haalt.

 

Hoe alles anders uitpakt zoals je hoopt of verwacht bijvoorbeeld. Of hoe we soms in de ander onszelf ontdekken.

 

Ik ben absoluut van mening dat je een verhaal alleen kan beoordelen in samenhang met het verhaal zelf. Wat ik hiermee bedoel is: hoe komen de motieven, de personages, de toon, de sfeer met de thematiek samen? Hoe is het verhaal als een geheel samengebald? En hier ligt in Harten Sara, in mijn optiek, ook de kracht. Het is een verhaal zonder conventies, dat over de grenzen van genres heen gluurt, dat flirt met het literaire en er soms ook weer afstand van neemt en mede daardoor geheel op zichzelf staat.

 

Harten Sara is in mijn optiek niet alleen een boek, maar in hoge mate Kunst.

 

Is het griezelig? Nee. Is het een horror verhaal? Ook niet. Is het soms ontoegankelijk (vooral in vergelijking met zijn andere boeken)? Bij vlagen. Valt het onder de magische term “magisch-realisme”? Ongetwijfeld, ja. Maar tegelijkertijd is het meer dan dat. Het boek is een persoonlijk relaas, een zoektocht van iemand naar liefde, de hunkering van liefde, maar die tegelijkertijd, door gedachtensprongen en de innerlijke wereld, dit niet kan vinden en ziet hoe deze gevoelens langzaam oplossen en vervagen.

 

In deze zin – en durf ik dit te zeggen? Ja, ik durf het te zeggen – vind ik dit boek beter dan Hex(it). Waar Hex een bijna traditionele opbouw volgt – met een begin, midden en eind en tevens klassieke horror elementen– is Harten Sara een verhaal dat zich van binnen naar buiten keert en misschien ook wel op deze manier gelezen dient te worden: een verhaal dat grenzen afbreekt, je confronteert met jezelf en de onvermogens die we met onszelf meedragen.

 

Het onvermogen om gezien te worden bijvoorbeeld. Of het onvermogen om daadwerkelijk, los van alle bagage en complexiteiten, van iemand te kunnen houden.

 

Achteraf denk ik dat ik verliefd ben geworden op Sara. Of was het misschien toch Beesje? Of ben ik gewoon fan geworden van een geweldig goed boek?

 

Een ding weet ik zeker: soms, heel soms, wil je gewoon dingen delen.

 

 

 

 

Je kunt het boek hier bestellen.

 

Of op de website van de auteur.

 

Soms loop je een winkel binnen en ben je blij verrast; na al het werken en schrijven is dit toch iets om trots op te zijn. Daar staan ze dan; boeken die je hebt geschreven en tegelijkertijd niet langer alleen van jou zijn:

 

 

 

 

Bruna in Amsterdam (Kinkerstraat)

 

 

 

Bruna in Amsterdam Zuid-Oost

 

 

 

Bruna Centraal Station Utrecht

 

Om bekende en onbekende schrijvers van Nederlandse bodem die in de genre spanning / fantasy druk bezig zijn en een aantal boeken of verhalen hebben gepubliceerd, toch wat meer bekendheid te geven, heb ik besloten een serie "spotlights"  te maken, waarin ik een schrijver even in het spotlicht plaats. De bedoeling is dat ik om de zoveel weken / maanden (afhankelijk hoe druk ik het heb), een schrijver in het zonnetje zet, en nog meer dan dat: door vragen van schrijver tot schrijver te stellen dieper tot het proces van schrijven probeer te komen. Dit keer is het de beurt aan M. J. Wolf en haar boek Boranda.

 

 

 

 

 

Beste Maria, wanneer ben je begonnen met schrijven?

 

In januari 2010 ben ik begonnen met schrijven. Dat was het moment dat ik voor het eerst met de trein naar mijn werk ging. Schrijven in de trein werkt voor mij uitstekend. Ik schrijf alles echt eerst op; dus met pen en papier. Ik ga ook nooit zonder op zak. Als ik het vergeten ben, voel ik me niet helemaal compleet.

 

Zou je iets meer over je titel van je boek kunnen vertellen?

 

De naam Boranda spookt al door mijn hoofd sinds mijn jeugd. Indertijd had het voor mij nog geen concrete betekenis. Wel fantaseerde ik toen al veel over andere werelden. Ik was ook gek op verhalen met dat thema; bijvoorbeeld Die unendliche geschichte en The wizard of Oz. Toen ik Nena’s parallelle wereld vormgaf, paste de naam Boranda er goed bij. Dat het ook een planeet in de Star Wars saga is, vind ik wel een leuk detail. Overigens is het ook een band uit Brazillie. Ik heb het als titel gebruikt, maar eigenlijk is dat meer toevallig. Ik ben vreselijk slecht in het bedenken van titels, dus was dit de werktitel. De uitgever vond het echter prima en heeft het zo gelaten.

 

Je boek heeft zowel fantastische als griezelige elementen. Ook een veel gehoorde opmerking dat terug komt in de recensies over je boek. Ze weten het niet goed te plaatsen. Hieruit voortvloeiend: hoe sta je hier tegenover als schrijver en hoe zou jij zelf je boek positioneren?

 

Persoonlijk ga ik niet achter mijn schrijftafel zitten met het idee: Ik ga een young adultverhaal, horrorverhaal of avonturenroman schrijven. Ik schrijf een eigen verhaal, dat het meerdere genres omvat vind ik dus ook logisch. Ik zit daar helemaal niet mee. Het is mijn inziens jammer dat recensenten alles in een hokje willen stoppen. Maar als we het dan toch over hokjes hebben… Ik denk dat mijn boek met name vrouwen aanspreekt,  omdat het grotendeels vanuit een vrouwelijk perspectief is geschreven. Je zou het in zekere zin een spannende chicklit met fantastische elementen kunnen noemen. Maar ik ken ook mannen die het leuk vonden om te lezen, dus tja…

 

Oude geschriften is een terugkerend thema in je boek en heeft ook iets te maken met je wetenschappelijke interesse. Zou je kunnen toelichten hoe het een het ander versterkt?

 

Oude geschriften hebben een zekere charme waar ik door gefascineerd ben. Ze vertellen met hun vorm en inhoud een verhaal, niet alleen over zichzelf, maar ook over de schrijver. Alles vertelt iets, naast de inhoud ook het papier of perkament, gebruikersschade, de inkt… Ik ben op professioneel gebied veel bezig met oude handschriften. In de wetenschap is echter niet of nauwelijks ruimte voor de fantasie. Dat, terwijl zulke oude stukken juist enorm tot de verbeelding spreken. In Boranda spelen handschriften een kleine, maar wel belangrijke rol. Het is de eerste keer dat ik het op deze manier als fantastisch element gebruik.

 

Wat zijn belangrijke terugkerende thema's en motieven in je werk?

 

Zoals je zelf al aangaf komen (oude) geschriften herhaaldelijk voor: het boekje van de hoofdpersoon, Nena, het kaartje van Boranda en haar eigen aantekeningen. Het maakt voor haar het ongrijpbare concreet: een wereld die ze niet begrijpt wordt toegankelijker. Daarnaast vormen wantrouwen en daarmee ook vertrouwen sterke motieven, vaak gevat in moeizame familierelaties en vriendschappen. Ook een coming-of-age element is aanwezig: een jonge meid moet door een onverwachte erfenis volwassen beslissingen gaan nemen en wordt ook met de gevolgen ervan geconfronteerd. In het begin is de schrijfstijl dan ook wat kinderlijk: dit past volgens mij ook bij de ontwikkeling die de hoofdpersoon meemaakt. Je kunt niet van een feestende studente een overdreven volwassen toon verwachten. Dat past beter bij de andere hoofdpersonen.

 

Heb je nog toekomstige werken in de planning staan?

 

Het verhaal van Boranda is nog niet af, voor 2014 staat het vervolg op het programma. Daarna ga ik me waarschijnlijk eerst richten op mijn wetenschappelijke interesse: de oude handschriften. Misschien op de lange termijn een historische roman? Wie weet!

 

 

 

 

Biografie en bibliografie

 

Mijn naam is Mirjam van Velzen-Barendsen. Ik ben 34 en woon met mijn man, twee honden en drie katten in Zwolle. Na de middelbare school ben ik Middeleeuwse Geschiedenis gaan studeren in Groningen. Sinds mijn studie heb ik opleidingen gevolgd op het gebied van hondentrainingen, maar kwam uiteindelijk toch weer bij de geschiedenis uit. Momenteel werk ik op het Regionaal Archief Zutphen. Ik verricht daarnaast op vrijwillige basis redactiewerk en historisch onderzoek voor de IJsselacademie in Kampen.

 

Mijn hobby’s zijn onder andere dierverzorging, paleografie (lezen van oud schrift), muziek en lezen. Vroeger las ik met name historische romans, detectives en fictie. Zelf schrijven deed ik tot anderhalf jaar geleden meestal vanuit wetenschappelijk perspectief. Pas sinds 2010 ben ik mijn eigen verhalen op papier gaan zetten, hoewel ze vaak al jaren in mijn hoofd zaten. Hoewel een historische roman met mijn achtergrond wellicht het meest voor de hand zou liggen, bleek het loslaten van een wetenschappelijk kader voor mij erg lastig.

 

Daarom heb ik ervoor gekozen iets te schrijven wat ik zelf graag zou willen lezen. Belangrijke elementen waren mijns inziens: humor, spanning, romantiek en een niet tè ingewikkeld, maar wel uitdagend plot. Door de ‘werkelijkheid’ los te laten en meer fantasy-elementen toe te voegen, werd het schrijven op zich al een leuke ervaring. Om mijn fictie te onderscheiden van mijn andere werk, heb ik gekozen om het onder een pseudoniem te publiceren: Maria Joanne Wolf.

Fictie:   

 

Eindeloos - Inzending Unleash Award 2012 (34e plaats)
Boranda - 2013, uitgegeven door Books Of Fantasy, redactie Jannie de Zeeuw.

 

Boeken zijn te bestellen in de boekhandel op de website van de auteur en de website van de uitgeverij.

 

 

Voorgaande spotlights:

 

Joris van Leeuwen (J. Sharpe)

Thomas Olde Heuvelt

Marion Altena

Rianne Lampers

Rik Raven

Mark van Dijk


Ik was geen Ten fan.

 

Ik woonde aan het begin van de jaren negentig in de Verenigde Staten, Upstate New York, en was geen Ten fan, terwijl de hele Seattle scene losbarstte, wat op dat moment (en ook achteraf) een muzikale revolutie betekende. Ik luisterde naar de bands die op dat moment populair waren met matjes, gescheurde spijkerbroeken en haispray. Poison. Whitesnake. Skid Row. Metallica. Guns and Roses. Maar niet die jonge honden die dachten dat ze vanuit een flyover State een nieuwe muzikale revolutie te weeg konden brengen.

 

De naïviteit.

 

Ik herinnerde me in die periode dat ik een keer in de auto zat wachtend op mijn vriendin. (Ik had een flitsende carrière bij Wendy’s en de winters in Upstate New York waren bar koud, zodat buiten wachten geen optie was.) Toen Alive plotseling op de radio kwam. Omdat ik bij Wendy’s werkte, en voornamelijk de nachtdienst draaide, hoorde ik nummers zoals Smells Like Teen Spirit, Man in the Box, Plush en natuurlijk Alive, continue langs komen. Radiomakers hadden iets opgevangen, wat ik nog niet doorhad. Tijdens het schoonmaken van de grill of het maken van een sandwich, was ik nooit onder de indruk toen een van deze nummers werd gespeeld. Maar daar in die auto, met niets anders te doen, besloot ik eens goed naar de teksten te luisteren en ik weet nog dat ik dacht: “Goh, dat is niet slecht.” Je zou kunnen zeggen dat dit mijn eerste echte kennismaking met Pearl Jam was. Dat ik voor het eerst echt luisterde.

 

Maar ik was nog steeds geen fan.

 

Wat de hele grunge scene anders maakte dan op de dat moment mainstream rock muziek, was dat het niet om het imago, maar om de muziek ging. De teksten waren veelal introspectief van aard en ik denk dat als één ding de grunge scene kenmerkt, is het wel deze kwaliteit. Waar Metallica, Guns and Roses en nog meer Mötley Crue, Poison en Skid Row, bezig waren de stereotypering van rock muziek neer te zetten – en dan voornamelijk Sex, Drugs and Rock ’n Roll – en zichzelf daar tevens in te verdrinken, zodat ze een karikatuur werden van zichzelf, waren de bands uit Seattle voornamelijk bezig een smeltkroes van muziek te maken: een eigen imprint die bewust wegstapte van de zogenaamde Rock ’n Roll lifestyle. Muziek was niet de gemeenschappelijke noemer. Sterker nog, ik durf zelfs te beweren dat er niet zoiets bestaat als een “grunge-sound”. Iedere band had zo zijn/haar eigen invloeden. Alice in Chains was meer heavy metal en Black Sabbath geïnspireerd. Soundgarden neigde meer naar metal en rock. Nirvana meer richting punk. En Pearl Jam zweefde er ergens tussenin en grensde vanaf het begin meer tegen klassieke en experimentele rock aan.

 

Ik was op dat moment nog steeds geen Pearl Jam fan, verre van. Ik hield nog steeds van mijn matje, mijn gescheurde spijkerbroek en hairspray. Nee, ik werd pas een fan in 1997.

 

Voor mij kwam dit moment in Praag. Ik was op dat moment in mijn leven ziek van de muziek waar ik naar luisterde. (Wat niet moeilijk was, bestaande uit de bovenstaande bands.) En vond in een klein winkeltje, voor drie euro, twee bandjes van Pearl Jam. (Ja, ja, toen bestonden er nog bandjes en was nog niet alles gedigitaliseerd.) Mijn keuze viel op Vitalogy en No Code, met name omdat de artwork me aansprak. Ik stopte ze in mijn walkman. (Ja, ja, ook deze bestonden nog. Dit was voor de MP3’s, MP4’s en iPads.) En luisterde. Eerst vond ik er niets aan en had ik het gevoel – besef dat ik Bon Jovi en dergelijke bands gewend was – dat ze te hard probeerde “artistiek” en “pretentieus” te zijn.

 

Bij mij kwam de “klik” bij het nummer Corduroy. Op een moment dat ik besloot mijn ogen te sluiten eens echt naar te teksten te luisteren. (Wat geen gemakkelijke opgave is als je de stem en zangstijl van Eddie Vedder in rekening neemt.) Ik weet nog dat de openingszin me naar de strot greep:

 

The waiting drove me mad. You’re finally here and I am a mess.

 

 

Iedere fan heeft zo zijn verhaal. Dit is mijn verhaal. Dit is het nummer dat mij een fan maakte, waarin de “klik” tussen mij en de band ontstond. In die enkele zin lag alles gesloten hoe ik me op dat moment voelde en in mijn leven stond.

 

 

 

 

 

Toen ik deze webpagina een aantal jaar geleden begon, had ik al heel lang het idee opgevat om in mijn Blogs tijd aan Pearl Jam te spenderen. Nogmaals, iedereen die me kent weet dat ik een grote Pearl Jam fan ben. Ik wilde het echter wel op een speciale manier doen. Ik wilde de albums niet chronologisch recenseren of afgaan, maar op basis van mijn persoonlijke voorkeuren. Dus eerst de plaat die bij mij op nummer één staat, vervolgens de plaat die bij mij op nummer twee staat etc. Tot aan (inmiddels) nummer tien. Iedere fan heeft zo zijn album. Voor mij is dat Vitalogy. Ik kan oprecht zeggen dat deze plaat mijn leven, en ook mijn muzieksmaak, heeft veranderd.
Iets wat goede platen dienen te doen.

 

Daarom mijn eerste blog: Vitalogy. Of hoe de fanclub en fanmagazine zichzelf destijds noemde de Vitalogy Health Club.


Context van de plaat:

Dit is de derde plaat van Pearl Jam en kwam kort (1994) na hun tweede plaat Vs. (1993) en hun meest beroemde plaat Ten (1992). Toch heeft deze plaat in opbouw, maar ook in richting en textuur, een heel andere sfeer. Het is een experimentele plaat geworden waarbij de liedjes worden afgewisseld, met wat sommigen denigrerend “fillers” noemen. (Nummers die geen betekenis hebben of niet als volwaardige liederen kunnen worden gezien.) Ik ben het met de laatste zienswijze niet eens. Ik denk dat de “fillers” een specifieke betekenis hebben die de plaat niet alleen een flow geven, maar ook het thema van de plaat benadrukken. In mijn optiek is Vitalogy in de jaren negentig, wat Dark Side of the Moon was in de jaren tachtig of Sgt. Pepper in de jaren zestig; een plaat die de grenzen van het genre en het experimentele aftastte.

 

Volgens velen is dit de plaat waar Eddie Vedder de leiding van de band overnam. Het is ook volgens velen de plaat waarin voornamelijk Eddie zich tegen zijn roem verzette. Hoewel hij dit ongetwijfeld gedaan heeft – want Vitalogy is met minimale promotie op de markt gebracht – denk ik, en zo zal ik beneden ook beargumenteren, dat er een ander en meer universele overkoepelende thema aanwezig is, dat tevens al verscholen ligt in de titel van het album. Vitalogy gaat in mijn optiek niet (alleen) over het afstand nemen van roem, (hoewel dit een onderdeel is, maar in een groter universeel kader) maar nog meer over het spanningsveld tussen conformeren en niet-conformeren; het individu en de behoeften van het individu tegenover de samenleving en structuur. Het stelt de essentiële vraag die we ons eigenlijk allemaal behoren te stellen: welke behoeftes en verlangens die we hebben komen voort uit opgelegde idealen en ideaalbeelden, en daarbij normen, waarden, denkbeelden en culturele referentiekaders, en welke komen voort uit onszelf? Hoe kunnen we ons individualiteit in dit chaotische web van draden en verplichtingen waarborgen?

 

Deze vraag is in mijn optiek de rode draad in het album.

 

 

 

 

Dit zien we al terug in hoe Eddie Vedder op de titel van dit album is gekomen. Het gerucht gaat dat hij op een rommelmarkt het boek “Vitalogy” op de kop tikte. “Vitalogy”, kort vertaald in “vitaliteit/levenskracht”, was een boek dat in negentiende eeuw werd gebruikt om mensen erop te wijzen wat “gezond” en “ongezond” gedrag was, dit uiteraard allemaal gestoeld op negentien eeuwse “wetenschap” of wat op dat moment aan wetenschappelijke kennis aanwezig was. (Dat geloof, en religieuze normen en waarden niet los stonden van de wetenschap wordt, als je door het boek bladert ook onmiddellijk duidelijk, en stelt tevens daarbij ook meteen de vraag: hoe los is onze wetenschappelijke kennis nu van onze normen, waarden en denkbeelden, oftewel, onze culturele kader? Wanneer noemen wij iets gezond of ongezond? En waar is dit op gestoeld?) Gezondheidszorg is per uitstek de wetenschap waar mensen naar conformeren. Het gaat namelijk terug naar de kern van wie we zijn en onze overlevingsdrang. We willen allemaal leven. We willen allemaal ouder worden. We willen allemaal gezond zijn. (Denk ook aan de titel van het album.) En zullen ons gedrag dus automatisch aan deze gezondheidsnormen aanpassen. Dat deze normen niet neutraal zijn, hoewel het dit wel pretendeert (en vandaag de dag nog steeds pretendeert) zien we bijvoorbeeld in het boek als er een foto wordt getoond van een jonge vitale man (dhr. Burton) die er gezond uitziet en dezelfde jongeman die er plotseling ongezond uitziet. Niet omdat hij drugs verslaafd is of aan een of andere bijzondere ziekte lijdt, maar omdat – zo legt het citaat eronder uit – aan “self pollution” (lees masturberen) doet. Dit heeft zijn fysieke gestel verzwakt. En zo is de artwork van het album geheel met citaten van Vitalogy doordrenkt. Het boek toont ons hoe ons normen worden opgelegd en stelt ons daarbij de vraag: in hoeverre gebeurd dit nog steeds in ons dagelijkse omgang?

 

 

 

 

 

Het brengt ons ook meteen tot de vraag: hoe zullen onze toekomstige generaties onze wereldbeeld beoordelen? En de normen en waarden, want daar gaat het natuurlijk om, die hierin gesloten zitten.

 

Het is deze schemerzone – wat weten wij, is deze kennis juist en hoe gaan we hiermee om – die in iedere nummer op een bepaalde manier terugkomt. Daarbij gaat het niet alleen om de gezondheidszorg, en die indruk wil ik ook niet wekken – gezondheidszorg is slechts een voorbeeld waarin de vragen geplaatst worden – maar om het conformeren in het algemeen; het conformeren naar schoonheidsidealen, naar idealen van romantiek, maar ook naar rijkdom en roem.

 

Het album gaat dus over “vitaliteit” in de meest brede zin van het woord. Maar nog belangrijker dan dat: hoe kunnen we deze levenskracht, zonder culturele erfgoed, weer toe-eigenen.

 

En het antwoord op deze vraag, maakt het misschien wel de meest donkere plaat in de Pearl Jam oeuvre.

 

 

 

 

 

Een track-tot-track analyse.

Last Exit

Het nummer begint met een korte en losse jazz jam, alsof de muziek instrumenten de chaos van het dagelijkse leven uitbeelden, gevolgd door een drum, die de losse jam overneemt in een urgente en standvastige ritme. Een ritme dat versterkt wordt door de gitaren die samen met de drum de soundscape vullen. De muziek lijkt wel een muur die ondoordringbaar is en misschien ook wel ondoordringbaar dient te zijn. In dit opzicht, vooral thematisch, is dit nummer misschien wel de beste opener voor een uitermate stevige album. (Er is één nummer dat ik nog een betere opener vind, maar daar zal ik in een latere recensie op terugkomen.) De vocale melodie gaat bijna tegen de urgentie van de muziek in (ongetwijfeld met opzet) en schetst een beeld van iemand die zich niet wil laten meenemen door de urgentie, maar eigenlijk een uitweg probeert te vinden. Iemand die tussen de paden van het dagelijkse leven door een moment van introspectie zoekt. Dit wordt versterkt door de teksten: “Life is a game chess. Look (ma) watch me crash. No time to question, while nothing last. Grasp and hold on, we are dying fast. Soon will be over and I will relent. Let the oceans dissolve away my past. Three days, maybe longer, will you know that I left?

 

De tweede verse lijkt over een relatie te gaan en de beloftes die we in een relatie maken, maar niet onmiddellijk kunnen nakomen. Ook hier zien we weer de opgelegde normen en waarden die zelfs op micro niveau (in een relatie dus) een rol spelen. De laatste zin van het voorgaande refrein: “Will you know that I left?” lijkt ook naar de partner te worden gezongen. Ook hier zoekt de protagonist een moment van rust en introspectie, waarin hij in de chaos een betekenis probeert te vinden: “Let the sunclimb burn away my mask. Three days, maybe longer. Shed my skin at last.

 

Dit gevecht tegen de samenleving en opgelegde normen en waarden (oftewel: de structuur), uitgebeeld in de muziek, is een rode draad door het hele nummer heen. Het nummer eindigt dan ook met de grimmige regels: “Let my spirit pass. This is, this is, this is, this is… my last exit.”

 

Deze laatste regel krijgt nog meer betekenis als we kijken naar de teksten in het bijgesloten booklet van het album; deze komen namelijk niet overeen. Waar de gezongen tekst in het nummer over een zoektocht van introspectie gaat, laat de tekst in het booklet weinig aan de verbeelding over. Daar zien we namelijk een veel donkere variant die inhaakt op de gezongen teksten van het nummer. Het is bijna een breekbaar en tegelijkertijd filosofisch gedicht:

 

“Die on a hilltop, eyeing the crows
Waiting for your lids to close
But you want to watch as they pick your flesh
Ironic that they go for the eyes first

Once resigned, dictating your demise seem only fair –
Built in effect of the system
Control…
If one cannot control his life,
Will he be driven to control his death?”


 

In deze zin krijgt de “Last exit” regel een heel andere betekenis. Als we de cultuur waarin we leven zien als een “systeem”, gesymboliseerd in het nummer door de pulserende muziek, en we eigenlijk niets anders kunnen doen dan meegaan met de “oceans” en de “sunclimbs”, dan is onze dood misschien nog wel ons enige uitweg; onze enige manier om onszelf terug te winnen. Zelfmoord, oftewel de “Last exit” is hierbij niet een daad van lafheid maar de ultieme actie van rebellie en verzet. Of met andere woorden: “This is, this is,” inderdaad, “My last exit” in de meest volledige zin van het woord.

 

Met deze opener is de toon van de plaat gezet.

Spin the Black Circle

Na de eerste punk rocker, vallen we onmiddellijk in een zwaardere punkrocker. Ook dit nummer wordt gedragen door een muur van muziek. Dit keer in mindere mate gedreven door de drummer, maar meer door de gierende gitaren die een haast draaiende beweging maken. Toen ik de tekst eerst las – “see the needle, see my hand, drop, drop, dropping it down oh so gently. Here it comes, touch the plane/ flame , turn it up, don’t turn me away” – was ik ervan overtuigd dat dit over heroïne ging en daarbij ook het zoeken naar een uitweg in een chaotische wereld. (Oftewel: non-conformistisch gedrag, in een wereld die in de chaos en drukte conformisme afdwingt.) Dit vermoeden werd bevestigd door de regels: “Pull it out, paper sleeve. Oh my joy, only you deserve conceit.” Het was pas veel later dat ik besefte, en ook toen een medefan me erop attendeerde, dat het nummer over langspeelplaten ging. Zo zie je maar, dat je niet altijd teveel achter teksten moet zoeken. Toch denk ik, dat zelfs dan, mijn analyse niet geheel onjuist was. Hoewel de uitweg niet “drugs” is (hoewel ik daar nog steeds niet 100% van overtuigd ben), is het in dit geval muziek. Het is de muziek die de protagonist een uitweg biedt in een uitermate chaotisch wereld; opnieuw gesymboliseerd door de gierende gitaren. Dit is punk-rock op zijn best. De rauwe stem voegt de paniek en urgentie aan de zoektocht toe en de “spin, spin” aan het einde is bijna een smeekbede naar een uitvlucht.

 

Wat overigens niet onbelangrijk is om te weten, is dat toen deze plaat uitkwam, er een opmars was van CD’s. CD’s werden, vooral door muziek puristen, bijna als een gevaar gezien. (Dit kunnen we ons nu nog nauwelijks voorstellen.) De referentie naar de oude grammofoonplaat an sich is dus ook tegelijkertijd een roep naar het niet willen meegaan met de hedendaagse mode. Misschien een reden waarom Pearl Jam hun jaarlijkse kerstsingles nog steeds op vinyl uitgeven en in interviews duidelijk hun voorkeur naar vinyl laten blijken.

 

Not For You

Als in één nummer volgens fans de weerstand van roem naar voren komt dan is het wel “Not For You”. Het begint met een zacht en melodieuze opbouw, voortgedreven door gitaar, bas en drum, maar neemt gaandeweg steeds meer in momentum toe tot aan de schreeuwende refrein: “Not for you. This is not for you. For (fuck) you!”, waarbij het nummer op een geniale wijze aan het einde ontrafelt.

 

Zowel de opbouw en de teksten zeggen iets over het nummer. De slepende opbouw, net zoals vele nummers op deze plaat, zegt iets over de gevangenschap waarin we allen verkeren. De tekst “Small my table, it sits just two” (geschreven toen Eddie Vedder nog getrouwd was met Beth Liebling) is volgens vele fans de reden waarom dit lied over roem gaat. Maar er wordt nog meer gezegd, zoals bijvoorbeeld: “Can’t escape the common rule” – opnieuw refererend naar de culturele web waarin we gevangen zitten. Of: “With no power, nothing to do. I still remember . Why don’t you?”. Vooral de laatste twee regels refereren naar een motief dat in dit nummer twee keer naar voren komt, namelijk “youth”. Het lijkt wel alsof de protagonist wil zeggen dat de enige uitweg uit de draden die ons vasthouden “jeugd” is. Dat “jeugd” of “jeugdigheid” per definitie zich tegen de draden verzet ook al is dit gedaan uit naïviteit en een zoektocht naar “waarheid”. De regel “Not For You” refereert dus niet alleen naar roem, maar naar die momenten die eigenlijk voor niemand anders bestemd zijn dan jezelf en je familie, maar waar je toch onbedoeld wordt gadegeslagen en/of wordt gecontroleerd. Ook hier zien we dus hetzelfde thema van conformisme en non-conformisme terugkomen, zij het op een andere manier. Het lijkt wel alsof de protagonist wil schreeuwen, in een wereld waarin ons privacy steeds meer geschonden wordt (nu nog meer dan in 1994) dat die kleine momenten die je voor jezelf hebt, voor jezelf dienen te blijven. Je fantasieën en gevoelens zijn van niemand anders dan voor jezelf.

 

Tremor Christ

Misschien wel de hoogtepunt van de plaat en jammer genoeg een nummer dat steeds minder live wordt gespeeld. Het nummer begint met een stevige bas melodie die het nummer voortdrijft en kenmerkt. De gitaren en drums volgen de meeslepende bas en zorgen voor een deinende constructie. Muzikaal doet dit nummer me aan golven denken, die steeds weer terugkomen en je omver kunnen slaan. Tekstueel is dit nummer een hoogtepunt. Het schetst een beeld van een man die eenzaam middenin een storm op een zee drijft en iets (“wounded is the organ, bloodied on the shore”) heeft achtergelaten. De oceaan hoeft dan ook niet letterlijk te worden genomen, maar kan worden geïnterpreteerd als een gevoel waarin de protagonist gevangen zit. De muziek geven het gevoel weer. Dit wordt versterkt met de tweede verse: “Ransom paid the devil, he whispers pleasing words. Thriumphant are the angels, if they can get there first…” Als we het orgaan zien als een hart dat wordt achtergelaten, zien we een nummer verschijnen van iemand die met zijn/ haar verdriet worstelt. Hij/zij kan geloven dat dit verdriet van voorbijgaande aard is (“Ransom paid the devil”), maar kan ook iets uit het verdriet putten. Deze innerlijke strijd wordt het beste weergegeven in het refrein die misschien wel de kern van de interne strijd weergeeft (en ook op deze manier wordt gezongen; als iemand die verscheurd wordt tussen loslaten, erkennen en vasthouden): “I’ll decide, take the dive, take my time, not my life, waiting for signs, believe in lies, it’s divine! Oh, you know what it’s like.” Het nummer eindigt in een andere octaaf, waar de protagonist tot een resolutie lijkt te zijn gekomen: “Turns the bow back tows and drops the line. Put his fate in love and tremor christ.” Dus in plaats van het verdriet uit de weg te gaan, besluit de protagonist zichzelf in het verdriet en golven (Tremor Christ) te verdrinken. Het is daar en nergens anders waar hij zijn verlossing zoekt.

 

Nothingman

Waar het nummer hiervoor over een gebroken hart/relatie ging, gaat dit nummer over de gevangenschap binnen een relatie. Het gaat over iemand die zichzelf verloren heeft en zichzelf ook niet meer kan vinden. De fragiele gitaarmuziek versterkt dit gevoel. De protagonist zit zo gevangen in zichzelf dat hij de ander bijna in zijn “cell” meetrekt: “She once believed in every story he had to tell. One day she stiffened and took the other side. Empty stares from each corner of a shared prison cell. One just escapes, one is left inside the well.” En dan mijn favoriete zin: “He who forgets, will be destined to remember.

 

Hier zijn de krachten die ons tegenhouden niet op een abstract niveau geplaatst als in de samenleving of het vinden van een uitweg in een chaotische wereld. Dit nummer laat zien dat deze krachten ook in het spel van een relatie aanwezig zijn en dat één persoon in een relatie, een relatie kan vormen. De zinnen: “She don’t want him. She won’t feed him” zijn dan ook van cruciaal belang. Met name omdat het woord “feed” in een later nummer terugkomt, als we misschien dezelfde relatie vanuit het oogpunt van de vrouw bekijken.

 

Ook hier gaat het dus weer om ontsnappen en loskomen van de ketens die ons vasthouden, maar waar in dit geval de protagonist door dezelfde ketens verdwijnt.

 

Whipping

Dit nummer, weer een punk-rocker, begint met een rollende drum en een gitaar die bijna als een echo terugkomt. De teksten zijn direct en in de booklet opgeschreven op een petitie, gericht naar Bill Clinton, tegen de moorden van artsen in abortus klinieken. Een vorm van (nationale) terrorisme die na 11 september bijna vergeten is. Toch was het destijds een groot politiek item. Hoewel de teksten op deze petitie zijn geschreven en ook de pro-abortus standpunt van Pearl Jam bevestigd, zijn de teksten volgens mij niet direct met abortus verbonden. Sterker nog, ik denk dat de teksten – misschien wel één van de sterkste teksten op het album – universeler van aard zijn. Het volgt bijna dezelfde thematiek als “Last Exit”, maar zonder het grimmige einde. Ook hier gaat het om vluchten en een uitweg zoeken. Niet alleen om de chaos van het dagelijkse leven te ontvluchten, maar ook hoe we in het dagelijkse leven worden voortgedreven: “Don’t need a helmet, got a hard, hard head. Don’t need a raincoat, I am already wet. Don’t need a bandage, lost too much blood. After awhile, it rolls right off. Don’t need a hand, there is always arms attached. Don’t get behind, I can’t fall back. Why must we trust all these rusted rails? They don’t want to change, but we already have. They’re whipping. They’re whipping.

 

En als je naar de muziek luistert, heb je ook bijna het gevoel dat je door donkere stegen, door een zwarte massa met een zweepslag wordt voortgedreven: “Don’t mean to push. But I’m being shoved. I am just like you, think we had enough. I don’t believe a thing they want us to… Oh, we all got scars, they should have ‘em too.

 

Hoewel je dit dus aan de anti-abortus lobby kan verbinden, lijkt het lied meer een protest tegen de machthebbers die de status-quo willen handhaven. De protagonist probeert zich hiervan te onttrekken, maar net zoals de kudde waarin hij vastzit, wordt hij met de menigte voortgedreven. Nog meer dan “Last Exit” gaat het hier dus over macht en dat de samenleving waarin we leven, de normen en waarden die het voortbrengt, voor een kleine groep, in plaats van een grote groep, van belang zijn.

 

Deze macht is op een Foucaultiaanse manier onzichtbaar, maar tegelijkertijd voelbaar.

 

Pry, to

Volgens sommigen de eerste “filler” op het album. In mijn optiek een overgangslied die de kracht van Whipping verzacht, waardoor het volgende nummer sterker naar voren komt. Het heeft een funky ritme die langzaam in volume toeneemt. De tekst is buitengewoon simpel – “p.r.i.v.a.c.y is priceless to me, p.r.i.v.a.c.y is priceless to me” – maar daardoor ook verleidelijk en te snel aan de kant geschoven. Het nummer gaat ongetwijfeld over de inbreuk van privacy die Ed Vedder in zijn roem heeft ervaren. Maar ook hier denk ik dat er een universele boodschap achter zit. Vooral op de manier - die tegen waanzin aan grenst - hoe Eddie Vedder dit nummer zingt. Aan het einde schreeuwt hij “p.r.i.v.a.c.y, p.r.i.v.a.c.y”, waardoor het bijna een vraag lijkt. Een vraag die we ons allen dienen te stellen. (Misschien nu nog wel meer dan in 1994.) De titel geeft de universele boodschap ook weer. Het nummer heet niet “privacy” maar “pry, to”, oftewel “to pry”: openbreken/ loswrikken. Het is onze privacy dat losgewrikt wordt. Wat het in mijn optiek nog sterker maakt is de formulering van de titel, het is namelijk geschreven zoals schoolkinderen werkwoorden leren. Kinderen leren niet “to work” als ze lessen over werkwoorden krijgen, maar “work, to” om de nadruk op het werkwoord te leggen. Dus hoewel het nummer over privacy gaat, gaat het nog meer over het wegnemen van deze privacy.

 

Corduroy

Dit is het nummer waar ik verliefd op werd en dus ook het nummer dat alles voor mij veranderde. Ik ben dus hier alles behalve objectief. Ik heb zo mijn persoonlijke interpretatie. Ook bij dit nummer wordt beweerd dat het over roem gaat. (Iets wat Ed Vedder ook in interviews heeft gezegd, maar aangezien hij ook heeft gezegd – vooral in deze periode – dat hij zijn fans graag op een dwaalspoor brengt, hecht ik niet teveel waarde aan zijn woorden.) Het begint met een langzame intro van opbouwende muziek die explodeert in een soort popachtige rocker. De eerste regels zetten de toon: “The waiting drove me mad, you are finally here and I am a mess.” Mijn interpretatie van dit nummer, en dit kan geheel persoonlijk zijn, zijn de verwachtingen die we aan een relatie hechten. We worden volgestouwd met ideeën van pure romantiek (wat overigens een recente uitvinding is) en dat we op “de ware” dienen te wachten. (Wat dat ook mag zijn.) Wat we echter niet verwachten is de complexiteit die een relatie met zich meebrengt. Het nummer gaat dan ook meer over de afbreuk van een relatie, dan de totstandkoming van een relatie. Maar de kern ligt in mijn optiek in de eerste zin. Het is juist in de hoge verwachtingen, en misschien wel culturele opgelegde verwachtingen, waardoor een relatie nooit aan onze behoeften kan voldoen. De regels: “Everything has chains, absolutely nothing changed” vertelt in mijn optiek ook precies hoe de protagonist in een relatie staat. Het geeft niet de vrijheid en niet de verlossing waar hij op had gehoopt. Dit zien we ook terug in het laatste couplet: “I aint suppose to be just fun, live and die, let it be done, I figure I’ll be damned, all alone like I began.

 

We komen hier eigenlijk terug in de thematiek van “Last Exit” behalve dan dat de protagonist niet zijn verlossing in de dood zoekt, maar in een relatie, wat tegelijkertijd – juist omdat de relatie ketenen en verlangens heeft – onmogelijk is.

 

Bugs

Een stem. Een accordeon. En een tekst die me aan “The Metamorphosis” van Kafka doet denken. In het begin werd dit nummer als een “filler” gezien, nu is het één van de favoriete nummers tijdens een live concert. Het nummer vertelt het verhaal van een man die overal ongedierte ziet en zich hier eerst tegen probeert te verzetten. “I got bug, bugs in my room. Bugs in my bed (…) Bugs in the way I feel about you.” Bugs refereert dus naar beestjes, ongedierte, maar ook naar een uitdrukking. Namelijk gevoelens voor een ander. Ook hier, in een nummer van 2.44 minuten, zien we een worsteling tussen loslaten, verzetten of toelaten. De “bugs” kunnen een metafoor zijn voor dingen die je liever niet wil zien of voelen, maar die er toch zijn. Het kan ook een referentie zijn naar kakkerlakken/ machthebbers of het systeem die ons omringt (denk ook aan Whipping) of naar omstandigheden en gevoelens waar je geen controle over hebt. Wat dit nummer anders maakt is de resolutie aan het einde dat me sterk aan Kafka doet denken. In dit geval vlucht of verzet de protagonist zich niet, maar laat zich uiteindelijk met het ongedierte één worden.

 

 

 

 

Satan’s Bed

Als één lied direct refereert naar de schoonheidsidealen van de Twintigste Eeuw (en daarmee ook naar het boek Vitalogy) dan is het dit nummer. Hoewel er in de fanbase flink wordt gediscussieerd waar Satan’s Bed voor staat – groupies, vreemdgaan – staat het in mijn optiek voor de verleiding om in het schoonheidsideaal dat ons wordt opgelegd mee te gaan. De eerste regels geven dit al aan: “It’s not all been said, been said and done. I never slept in Satan’s bed. Although I must admit, he still visits my place. Uninvited as you know, he don’t wait.” Het is dus een continuerende verleiding die altijd op de achtergrond aanwezig is, maar pas in het tweede couplet concreet begint te worden: “Who made, who made up, made up the myth. That we were born to be covered in bliss. Who set the standard? Born to be rich? Some fine examples, skinny little bitch. Models, role models, roll some models in blood. Get some flesh to stick, so they look like us. I shit and I stink, I am real, join the club. I’d stop and talk, but I am already in love.

 

Het gaat in mijn optiek over het weerstaan van verleiding en de interne strijd die dit met zich meebrengt. Deze verleiding komt niet uit het niets. Het wordt opgelegd. En de protagonist doet zijn best om de verleiding buiten de deur te houden. Wat niet geheel lukt, zoals het laatste couplet laat zien: “I’ll never suck Satan’s dick. Again, you see it, you know, right around my lips. I’ll wait for angels. But I won’t hold me breath. Imagine they are busy, thinking I am doing okay.

 

Het mooie van dit nummer vind ik persoonlijk, naast het feit dat het een uitermate politieke statement maakt, dat hier alle thema’s en motieven van voorgaande nummers samenkomen. We zien de worstelingen in relaties, de machthebbers van “Whipping”, de opgelegde normen en waarden in “Last Exit”, maar ook de “angels” in Tremor Christ. Dit nummer laat in concreto zien, door de schoonheidsidealen, tot in hoever opgelegde ideeën in de kieren en krochten van onze dagelijkse leven dringen.

 

Voor de drumliefhebbers overigens: draai aan het einde van het nummer de volume voluit en hoor hoe de drummer geheel losgaat, alsof de muziek/ structuur explodeert en ontrafelt.

 

 

 

 

 

Better Man

Een nummer dat Eddie Vedder ver voor Pearl Jam heeft gecomponeerd en eigenlijk niet op het album wilde plaatsen. Het verhaal gaat dat de producent (Brendan O’Brien) hem zover heeft gebracht. Het is misschien ook wel het meest persoonlijke nummer op de plaat, hoewel we dit uiteraard nooit zeker kunnen weten. Het lied gaat over een vrouw in een destructieve relatie, maar die toch steeds weer naar deze relatie terugkomt. Gedeeltelijk omdat ze van hem houdt. Gedeeltelijk ook omdat ze denkt dat het moet. Ook hier zien we weer de gevangenschap die uit opgelegde ideeën en emoties voortkomen. En dat we soms niet uit een relatie kunnen ontsnappen.

 

In deze zin is dit nummer een mooi contrast met Nothingman. En misschien ook de reden waarom het woord “feed” in beide nummers terugkomt. In Nothingman besluit de vrouw de protagonist niet langer te voeden. In dit nummer is het voeden de reden waarom de (vrouwelijke) protagonist blijft terugkomen: “She loved him (verleden tijd), she don’t want to leave this way. She feeds him. That why she will be back again.” En dan de leugen die ze zichzelf vertelt: “She can’t find a better man.

 

Ieder die een destructieve relatie van dichtbij heeft meegemaakt, zoals ik, weet dat de partners verwikkeld zijn in een ingewikkelde dans, waarbij liefde, maar ook zelfbeeld, vaak een explosieve mix vormen. Ook dit nummer gaat dus over gevangenschap. Persoonlijke gevangenschap. Maar vooral gevangenschap dat voortkomt uit het idee om het beste voor jezelf en de ander te doen.

 

Het is overigens opvallend, maar uiteraard niet toevallig, dat voor dit nummer een pagina van de originele Vitalogy over huwelijk in de booklet is geplaatst, met als titel: “Whom to marry or not to marry”. Duidend en misschien ook wel benadrukkend, dat relaties gevormd worden bij de idealen van een samenleving.

 

Aye Davanita (the song without words)

Dit nummer is een dronende jam, waarin enkele woorden – bijna onherkenbaar – worden herhaald. Toch is het tegelijkertijd een goede onderbreking tussen de intensieve Better Man en de nog intensievere Immortality.

 

Toch wil ik hier, als dichter, het gedicht dat bij het nummer is geplaatst meenemen. Dat gedicht toont in mijn optiek namelijk aan dat het een overbrugging is van Better Man naar de terugkerende thema van “Last Exit”.

 


“She laid alone
During her best days
As a work of art
Reading naked on the bed

Spent some of her best days
Cleaning carpet from her hair
Spent her worst days
Owing you the pleasure
Of taking the blame

Spent her whole life
Disbelieving her worst fears
A work of art
A work of art…”


 

Immortality

Dit nummer wordt vaak in verband gebracht met de zelfmoord van Kurt Cobain, hoewel Eddie Vedder in diverse interviews heeft aangegeven dat het nummer a) voor de zelfmoord is geschreven en b) dat de overeenkomsten voortkomen omdat Cobain en hijzelf beiden, zoals hij het noemt, in dezelfde “parallel” treinen bewogen. Hiermee doelt hij uiteraard op de tol van roem.

 

Toch gaat het nummer hier niet alleen over. Sterker nog, ik denk dat dit nummer inhaakt op de thema’s en motieven waar de plaat mee begon: hoe kan jij als individu de controle terug krijgen.

 

Het lied begint met een enkele gitaar die een sfeer van nostalgie maar ook spanning weet weer te geven. Gevolgd door de drum en de overige instrumenten die voornamelijk de teksten onderbouwen: “Vacate is the word. Vengeance has no place from me to her.”

 

Hier zien we opnieuw het thema van relaties, maar nog meer dan dat ook de zoektocht naar waarheid en rust: “A truant finds home. A wish to hold on. Saw a trapdoor in the sun.

 

Deze zoektocht komt samen aan het einde van het nummer dat me tot aan vandaag de dag rillingen geeft. Gedeeltelijk op de manier hoe de muziek samenkomt, maar ook op de manier hoe het wordt gezongen. Je voelt de strijd. Je voelt de spanning en nog meer dan dat de wanhoop: “Cannot stop the thought. Running in the dark. Coming up a which way sign. All good truants must decide (…) For some die just to live.

 

Opnieuw speelt zelfmoord hier een rol en opnieuw niet als een handeling van egoïsme of lafheid, maar nog meer omdat dit de enige manier lijkt om je van alles te onttrekken. Hiermee zijn we teruggekomen op het punt waar “Last Exit” mee begon. Met een duidelijk verschil. Waar de zelfmoord in “Last Exit” een laatste keuze was van rebellie, is de keuze in “Immortality” uit wanhoop genomen. Dus niet om je te verzetten, maar omdat er uit de wanhoop geen andere keuze meer overblijft. De machten en krachtenvelden zijn te groot. De enige uitweg dat een “truant” kan maken is om zichzelf te doden (metaforisch of letterlijk) om in leven te blijven.

 

Niet deelnemen is dus de ultieme oplossing.

 

Alsof dit nummer nog niet depressief genoeg is, wordt het nog eens bevestigd met het laatste psychedelische nummer op de plaat, dat het album nog een laatste duw in de duisternis geeft. Volgens sommigen een absolute filler van bijna acht minuten. Volgens anderen, zoals ik, een symbolisch einde, waar de waanzin en de betekenis van hedendaagse gezondheidszorg samenkomen.

 

Hey foxymophandlemama, that’s me (a.k.a. stupid mop)

Het nummer is een combinatie van vreemde geluiden en een niet-synchrone drum (gespeeld door Jack Irons die later de drummer van Pearl Jam zou worden). Door de chaotische geluiden heen zijn zinnen en uitspraken van psychiatrische patiënten in een loop samengebracht. Zo hoor je een meisje zeggen: “Spank me, that the only thing I want so much.” Een psychiater (zachter en op de achtergrond): “Why is that better than being hugged?” Het antwoord: "Because you get closer to the person. Just like sex.” Later zegt de psychiater (weer zachter): “You lost me.” Met als antwoord: “It’s the system. They are stupid you know. They are stupid, these people here.

 

In deze vreemde sequence zien we de wereld in een micro-cosmos en wat dit met een individu doet. Eigenlijk zien we alle thema’s terugkomen: relaties, opgedrongen normen en waarden, de structuur waarin we leven, ideaalbeelden, machtaanduidingen en verschillen en uiteindelijk structurele en persoonlijke gevangenschap. Het vreemde lied toont ons dat onze angsten en gevoelens onze grootste vijanden zijn en dat de wereld misschien meer wegheeft van een psychiatrische inrichting dan we willen erkennen. Dat deze patiënten misschien zelfs wel voortkomen uit de structuur. (Een standpunt dat Durkheim ook gedeeltelijk innam.)

 

Het einde is dan ook huiverwekkend als de psychiater uiteindelijk vraagt: “Do you actually think, you will kill yourself?” En het antwoord luidt: “Yeah, I thought about it. Yeah, you know. Will do. Yeah, I will say so what?

 

 

 

 

 

 

Vitalogy, nog meer dan Vs., is een album over strijd, innerlijke strijd, structurele strijd en hoe deze (bijna) onontkoombaar is. Ik wil afsluiten met een gedicht, prachtig en simpel dat in de booklet staat en waarin we ook weer een strijd en overgave zien:

 

 

I waited all day
You waited all day
But you left before the sunset…
And I just wanted to tell you
The moment was beautiful.
Just wanted to dance to bad music
Drive bad cars…
Watch bad TV…
Should have stayed for the sunset
If not for me.

 

 

Het album is hier te bestellen.

De extended versie hier.

 

Om bekende en onbekende schrijvers van Nederlandse bodem die in de genre spanning / fantasy druk bezig zijn en een aantal boeken hebben gepubliceerd, toch wat meer bekendheid te geven, heb ik besloten een serie "spotlights"  te maken, waarin ik een schrijver even in het spotlicht plaats. De bedoeling is dat ik om de zoveel weken / maanden (afhankelijk hoe druk ik het heb), een schrijver in het zonnetje zet, en nog meer dan dat: door vragen van schrijver tot schrijver te stellen dieper tot het proces van schrijven probeer te komen. Dit keer is het de beurt aan Joris van Leeuwen a.k.a J. Sharpe.

 

 

 

 

Beste Joris, je bent begon onder je echte naam Joris van Leeuwen, maar gebruik nu de pseudoniem J. Sharpe; hoe ben je tot deze pseudoniem gekomen en waarom heb je voor deze naam gekozen?

 

Dit is eigenlijk om twee redenen. De eerste is omdat Territoria (die tevens zojuist de tweede druk is ingegaan) op dit moment vertaald wordt, en Joris van leeuwen niet "bekt" in het Engels. En omdat het fabeltje bestaat dat Nedelanders niet kunnen schrijven. Ze pakken nou eenmaal eerder een buitenlandse naam op. In eerste instantie liep ik te denken aan George D. Wright (Joris die schrijft), maar vond dit een te slome naam. Mijn stijl van schrijven is best vlot en spannend. Ik zocht een "scherpe" naam. Vandaar J. Sharpe.

 

Je debuteerde in 2006 met het boek Duivelsgezind? Zou je iets meer over dit verhaal kunnen vertellen en hoe dit verhaal samenhangt met je daarop volgende boeken? Welke thema's en motieven komen in je verhalen naar voren?

 

Hahahah. Duivelsgezind is een verhaal waar ik het liefst het bestaan van ontken. Het was echt het eerste verhaal dat is gepubliceerd, maar er is bijvoorbeeld geen redactie mee gedaan, waardoor het vol met taalfouten staat. Gelukkig heb ik sindsdien veel geleerd op schrijfgebied. Ach ja, we moeten allemaal ergens beginnen.
Wel kun je denk ik in al mijn verhalen de wil om een goed spannend verhaal neer te zetten zien, met een veel plot twists.

 

Zou je iets meer over je tweede boek Suspense kunnen vertellen? Dit is een verhalen bundel. Zoals je weet heb ik een zwak voor verhalenbundels. Hoeveel verhalen staan erin? Wat het overbruggende thema? Zijn er verhalen die je nog steeds grijpen?

 

Suspense bestaat uit 22 verhalen en gedichten, waarvan de meesten in de categorie horror/suspense vallen. Ook bevat het een herschreven versie van mijn novelle Duivelsgezind. Het is, net als Duivelsgezind, uitgekomen bij de POD uitgeverij Freemusketeers. Er zijn nog zeker een paar verhalen die ik zelf er leuk vind om terug te lezen. Wellicht dat ik ze ooit nog eens ga herschrijven voor een nieuwe bundel.

 

Je derde boek heette "Gevaarlijk spel" en heeft zelfs, volgens mij, bij Grazia een positieve recensie gekregen. Het verhaal speelt zich in de Verenigde Staten af. Waarom heb je voor deze setting gekozen? (Ps: ik weet dat je een tijd in de VS hebt gewoond; klopt dat?) En hoe kwam je, zonder al teveel te verklappen, tot deze originele verhaal? Wat was je inspiratie?

 

Het klopt inderdaad dat gevaarlijk Spel verrassend goed ontvangen is. Ik woonde en werkte toen der tijd een half jaar in Mexico (tegen de grens van Amerika aan.) Vandaar de setting. Het idee is eigenlijk geleidelijk gekomen, terwijl ik het schreef, hoewel de absolute basis wel in mijn hoofd sluimerde.

 

Het boek zal in 2013 opnieuw uitgegeven worden onder de titel "Het web van Senora". Dat klinkt heel anders dan "Gevaarlijk spel". Kun je ons iets meer vertellen over hoe het boek inmiddels getransformeerd is?

Met die transformatie ben ik nu bezig. Er zijn een paar redenen waarom het opnieuw wordt uitgebracht. Ten eerste zijn er best veel mensen die heel benieuwd zijn naar dit verhaal (zeker na bijvoorbeeld Territoria te hebben gelezen). Momenteel is het uitverkocht dus dachten we dat het een mooi moment is om het opnieuw uit te brengen. Maar als je dat dan toch gaat doen dan kun je net zo goed een poging wagen het verhaal naar een hoger plan te trekken. Al doende leert men, en hoewel Gevaarlijk Spel ontzettend goed is ontvangen, kan er wel degelijk een hoop aan worden verbeterd. Dus daar gaan we nu voor zorgen. Zinnen zullen anders lopen, personages krijgen meer diepgang, etc, etc.

 

Je bent ook bezig met een tweeluik met als titel "Territoria". Zou je iets meer over deze verhalen kunnen vertellen? De verhalen gaan over een wereld binnen een wereld, en er is in deze zin, dus verbanden met "Gevaarlijk spel" te trekken. Hoe zou je de wereld in "Territoria" kunnen beschrijven? En ook hier: wat is je inspiratie geweest?

Ik wilde een heel duister verhaal neerzetten. De meesten verhalen gaan over de strijd tussen goed en kwaad. Ik wilde iets schrijven over een plek waar die strijd al geweest is en het kwade al heeft gewonnen. Dat in combinatie met bizarre twisten en een hoop puzzelstukjes somt eigenlijk Territoria wel op. (Zonder teveel weg te geven,natuurlijk)

 

Zou je ook iets kunnen vertellen over je verhaal "De vluchteling" en eventuele nieuwe projecten waar je mee bezig bent?

 

De vluchteling is een kort verhaal van mij gepubliceerd in Fantastisch Strijdtoneel 2. Het was eigenlijk mijn eerste poging een echt fantasyverhaal neer te zetten. Over  projecten: Er spoken een aantel ideeen in mijn hoofd, maar momenteel ben ik te druk bezig met het afronden van deel twee van Territoria en het herschrijven van Gevaarlijk Spel.


 

 

Biografie en bibliografie:

J. Sharpe is het pseudoniem van Joris van Leeuwen (1986). Hij komt uit Rotterdam en is in het dagelijkse leven patissier. Daarnaast schrijft hij sinds jaar en dag verhalen. Dat is begonnen toen hij twee jaar op het Portugese eiland Madeira woonde (hij was 8 jaar) Hij hield al jaren van het lezen van griezelverhalen maar kon nog niet genoeg Portugees om zulke boeken op het eiland te lezen. Dus besloot hij ze zelf te schrijven, iets wat lastiger was dan hij in eerste instantie dacht omdat hij een vorm van dyslexie heeft. Eenmaal terug in Nederland ging hij naar de bakkersschool en werkte hij meerdere malen in binnen en buitenland voor verschillende bakkerijen. Ondertussen bleef hij schrijven.

 

In 2005 kwam de novelle Duivelsgezind uit.

 

Hij begon weer mee te doen met verhalenwedstrijden en las veel over het vak om de nodige wetenschap en ervaring op te doen.

 

In 2009 kwam de verhalenbundel Suspense uit. Hierin staan een aantal van zijn korte verhalen tezamen met een verbeterde versie van Duivelsgezind.

 

In 2010 woonde en werkte Joris voor vijf maanden in Mexico waar hij een bakkerij opzette. In zijn vrije tijd schreef hij zijn eerste roman. Gevaarlijk spel werd opgepakt door uitgeverij Books of Fantasy. Het kwam uit op 4 april 2011.

 

Dat jaar was Joris jurylid voor de Pure Thrillers Award en werd een kort fantasy verhaal van hem "De Vluchteling" uitgekozen om te worden gepubliceerd in de bundel Fantastisch Strijdtoneel 2. Al deze verhalen en boeken zijn gepubliceerd onder zijn eigen naam.

 

In 2012 verscheen het eerste deel van de fantasy-thriller Territoria genaamd De Kettingen van Amarath, welke ontzettend goede recensies kreeg. Vanaf dit boek worden de boeken uitgebracht onder het pseudoniem J. Sharpe.

 

2013 beloofd ook weer een goed jaar te worden. In augustus verschijnt het tweede deel van Territoria en voor september staat de heruitgave van Gevaarlijk Spel gepland getiteld Het web van Senora.

 

Naast schrijven en bakken is muziek ook een grote passie van Joris. Hij speelt gitaar, bluesharp(mondharmonica), bas en piano. Ook geeft hij les.

 

Boeken zijn te bestellen in de boekhandel op de website van de auteur en de website van de uitgeverij.

 

Voorgaande spotlights:

 

Thomas Olde Heuvelt

Marion Altena

Rianne Lampers

Rik Raven

Mark van Dijk

 

Blog

Contact