Navigatie

 

“Zelfs outlaws hebben dromen.”



En dat deze dromen pijnlijk en confronterend zijn, laat Ineke Fritz in haar boek Pizza Della Vita duidelijk blijken.

In haar boek volgende we het leven van Rudolph den Hartog, ook wel RR genoemd door de eigenaar van de pizzeria waar hij komt te werken, een ex-alcohollist die in de laatste maanden van zijn leven in het reine probeert te komen met de verwoestende werking van zijn verslaving en het syndroom van Korsakov; dat hem buitengewoon vergeetachtig maakt. Het verhaal laat zowel de schrijdende werkelijkheid zien van een ex-verslaafde, die geheel, zowel sociaal als individueel geïsoleerd is geraakt – fraai uitgebeeld in het huis waarin hij verblijft, die tevens in verval is. Hij heeft een bovenbuurvrouw (ook een verslaafde) die scheldend en vloekend zichzelf met make-up bij elkaar houdt en een vriend, ironisch (de) Fons genoemd, die hem probeert te bekeren. Het is deze bonte verzameling van personages – een zuster die plotseling op de stoep staat, een pizzeria eigenaar die meer schijnt te kletsen dan pizza’s klaar te maken, een Marokkaanse kantoormedewerker met een te laag zelfbeeld in een opvanghuis – die het verhaal niet alleen meeslepend maakt, maar ook naar een hoger niveau tilt. Hoewel de thema’s zwaar en donker zijn, en daardoor snel in melodrama of zwartheid kan verzanden, doet dat in dit boek niet. Dit komt enerzijds door de cynische en droge kijk van de protagonist op het leven en anderzijds door de pinnige en poëtische schrijfstijl van Ineke Fritz. Het boek is gevuld met scherpe observaties, zwarte humor en prachtige oneliners zoals bijvoorbeeld:

“Wie te ver heen is, wil niet meer terug.”




“Waarom hebben we een waarheid nodig?”




Of de prachtige en bijzonder poëtische:




“Midden in de woestijn zoek ik houvast.”

 

Het is juist de schrijfstijl van Ineke Fritz die het boek pakkend maakt. Er waren zinnen die als rechtse of linkse kaakslagen op me afkwamen.

 

Neem bijvoorbeeld deze zin:


“Ik weet hoe het is. In het donker ontsnappen de monsters.”



Of als de Dood en de vragen over het hiernamaals een prominentere rol gaan spelen in het hoofd van de protagonist:




“Zouden de doden elkaar herkennen?”



Op sommige momenten deed het boek me denken aan de vroegere werken van John Irving; vooral in de bonte verzameling van de licht excentrieke personages die langskomen. Andere keren deed het me denken aan de zwartgallige humor van Palahniuk (altijd een persoonlijke kompas voor mij) of aan Jan Sieblink, vooral als het claustrofobische en traumatiserende werking van strikte geloofsbelijdenis, in het verhaal op een ingenieuze wijze verwerkt wordt.

Want hoe meer we over Rudolph te weten komen; hoe meer we ook beginnen te begrijpen waarom hij een alcoholist is geworden en welke demonen hem in de greep houden. Demonen groot genoeg om van Rudolph, die ooit een succesvolle zakenman was, een ex-alcohollist en later een pizza koerier te maken.

Demonen die overigens door de plotselinge komst van zijn zuster opnieuw worden opgerakeld. Een zuster die hij eerst van zich af probeert te duwen, maar die hij uiteindelijk (net zoals zijn verleden) begint te omarmen.

En dit is in mijn optiek ook de kracht van het boek; de manier waarop Ineke Fritz thema’s en motieven met elkaar verweeft. Denk bijvoorbeeld aan het huis waarin de protagonist woont, die net zoals de hoofdpersoon in verval is, aan de krakers die het huis overvallen zoals het syndroom van Korsakov de hersens van Rudolph aanvalt of aan de manier waarop Rudolph, zijn leven, zijn geschiedenis en zelfs de Dood als pizzakoerier probeert te ontvluchten. Het is de drang naar vlucht die de hoofdpersoon kenmerkt. Of zoals hij denkt als hij zijn zus voor het eerst in jaren ziet:

“Ga maar. En sluit met de deur het verleden achter je. Dat is voor ons allebei het beste.”



De titel, Pizza Della Vitta, refereert dan ook naar de pizzeria waar de Rudolph komt te werken en waar de  eigenaar, omdat hij Rudolph den Hartog geen flitsende naam vindt, hem de bijnaam RR geeft; gebaseerd op Rudolph the Red Rose Reindeer. Ik laat de duidelijke verwijzing naar het alcoholisme hier voor wat het is.

De pizzeria staat dus enerzijds voor een terugkeer naar het normale leven als wel de laatste strohalm van een verloren leven waar Rudolph aan vasthoudt, anderzijds voor de eeuwigdurende vlucht - uitgebeeld als een zoevende en vergeetachtige pizza koerier - die de hoofdpersoon kenmerkt. Er zijn dan ook geen makkelijke antwoorden in het boek. Het boek confronteert je met de rauwe werkelijkheid van het alcoholisme en daarmee ook, als je het universeler trekt, met het verval en het verlies van dromen en misschien wel het verlies van het leven zelf dat ons allen, op de een of andere manier, in de greep houdt.

Rudolph the Red Nose Reindeer is, ondanks zijn zwakheden, een mens zoals jij en ik.

Als ik dan ook een beetje kritiek mag geven, dan ligt dit niet in de scherpe observaties, de spitsige dialogen, de setting, de personage ontwikkelingen of de zwarte humor, maar in de spanningsopbouw van het verhaal. Hoewel Ineke Fritz erin slaagt om een realistisch beeld van alcoholisme en Korsakov te geven, kreeg ik hier en daar het gevoel dat het boek aan het einde ontrafelde en dat de zwarte humor, zo kenmerkend aan het begin van het boek, gaandeweg verdwijnt. Misschien is dat ook niet meer dan logisch. Misschien ontrafelen we allemaal aan het eind en blijft er uiteindelijk niets anders over dan de stilte en de Dood.

Kortom: Pizza Della Vitta is een prachtig boek dat gelezen dient te worden.

 

 

 

Om het boek te kopen, klik hier.

 

Voor de website van de auteur: klik hier.

 

Soms word je twee jaar na dato verrast met alsnog een recensie. Dit keer een recensie geschreven door Patrick Brannigan.

 

Een recensie van Zwarte muren van Anthonie Holslag

 

Het gebeurt zelden: een ontmoeting met een auteur die dezelfde thematiek gebruikt, een vergelijkbare stijl hanteert en hetzelfde denkt over deze wereld als jijzelf. Het gebeurt zelden, maar als het gebeurt, dan is het een ontmoeting met een literaire zielsverwant. Bij het lezen van Anthonie Holslags Zwarte muren bekroop mij een gevoel van verwantschap. En van wanhoop.

Verhalenbundels zijn moeilijk om te recenseren. Een verhaal is niet gemakkelijk in een enkel zinnetje te typeren, en voor een lezer bevat dit enkele zinnetje vaak te weinig informatie. Ik zal in deze recensie daarom volstaan met een sfeerbeschrijving. Immers, juist bij horror is sfeer het allerbelangrijkste.

Somber en wanhopig
Goede horror is somber en wanhopig. Goede horror creëert de illusie dat iedereen beter af is als we collectief onze polsen door zouden snijden, aan het gas zouden gaan of een nucleaire oorlog zouden beginnen. Een goed horrorverhaal eindigt niet met een bruiloft waarbij de held na het overwinnen van vele tegenslagen met zijn liefje trouwt, maar met de gruwelijke dood van de bruidegom, de groepsverkrachting van de bruid en de bloedige massamoord op alle bruiloftsgasten door het bedienend personeel, die eigenlijk demonische saters blijken te zijn. Kort gezegd: horror is pessimistisch. Daarom houd ik er ook zo van. Niet omdat ik een pessimist ben, maar omdat het realistisch is (en alle kunst moet de realiteit weergeven, vervormen dan wel becommentariëren): het leven is geen sprookje, maar een helletocht vol bloed en pijn, met een enkel sprankeltje geluk. Als je mazzel hebt.

Gelaagdheid
Horror is meer dan een genre dat de wreedheid van het leven portretteert. Goede horror moet ook gelaagd zijn, zoals alle goede literatuur: vampiers lijken aan de oppervlakte wellicht bloedzuigende ondoden, maar ze staan ook symbool voor gevoelens van wellust, wanhoop, woede of wraak; gevoelens die het leven uit je zuigen en je als een zielloos omhulsel achterlaten. Weerwolven zijn niet alleen mensen die in wolven veranderen, maar ook een waarschuwing tegen het monster dat in ons allen schuilt. Ik vraag me af hoeveel fans van Stephenie Meyer zich hier bewust van zijn, maar dit terzijde.

Sfeer
Na deze nogal lange inleiding snap je het wellicht al: de verhalenbundel Zwarte muren van Anthonie Holslag bevat sfeer. De juiste sfeer. Een sfeer van wanhoop, desillusie en angst. Na de eerste verhalen voelde ik een kille wanhoop langzaam naar mijn hart kruipen. Ik durfde niet verder te lezen, bang dat de zwarte muren ook mij zouden insluiten. Ik legde de bundel weg, maar enkele dagen later las ik toch weer verder; ik zwichtte voor dezelfde verleiding die een peilloos diepe afgrond zo aanlokkelijk maakt.

Het leven, de dood en alles daartussenin
Wat deze bundel doet uitsteken boven de oppervlakkige zwijmelhorror waar we mee worden doodgegooid, is echter de gelaagdheid. De zwarte muren zijn een motief dat in ieder verhaal terugkomt; ze zijn (volgens mij) een symbool voor de dood, de waanzin en het bovennatuurlijke dat ons continu omringt. De glijbaan waar een onbehouwen schoft zijn te dikke vrouw vanaf dwingt is méér dan een bouwwerk van staal en plastic. Als een genootschap van medici kannibalisme pleegt, dan zegt dat iets (maar wat?) over de gruwelen van de medische wetenschap. Als een moordenaar vol wrok en jaloezie een succesvolle rocker op de korrel neemt en de trekker overhaalt, vermoordt hij dan niet tegelijkertijd zichzelf? Veel van deze zaken zijn onverklaarbaar, maar Holslag geeft geen uitleg; de uitleg die andere recensenten helaas zo node missen, maar mij geenszins stoorde. Niet alles hoeft voorgekauwd te worden, niet alles is duidbaar, net als het leven, de dood en alles daartussenin.

Toekomstig werk
Mij kwam ter ore dat er nog twee verhalenbundels van deze auteur aan staan te komen; hoewel ik liever langer werk van hem zou lezen ben ik toch erg benieuwd of Holslag mij opnieuw zo’n gruwelijk vervormende spiegel voor gaat houden.

 

Je kunt de recensie van Patrick Brannigan hier vinden.

 

Om een gesigneerd exemplaar van het boek te bestellen, klik hier.

 

Het is altijd moeilijk verhalenbundels te recenseren. Voornamelijk omdat er in ieder verhalenbundel, in je subjectieve waarneming tenminste, altijd wel een verhaal aanwezig is die je net iets minder of beter vindt dan andere verhalen: een verhaal dat met kop en schouders over de andere verhalen uitsteekt, waardoor de verhalen daarna zoutloos kunnen smaken. Of, om als recensent eerlijk te zijn, dat je deze verhalen, juist door je subjectieve voorkeuren en waarnemingen, minder een kans geeft.

 

Om deze redenen heb je in korte verhalen en verhalenbundels, nog meer dan in romans, “objectieve” richtlijnen nodig. En dan niet richtlijnen waar jij je als recensent noodzakelijk als een drenkeling aan vasthoudt, maar meer pijlers, richtingen waarop de verhalen zijn gestoeld en die jij dan kan beoordelen. In deze zin is, is het recenseren van een verhalenbundel bijna zoiets als het recenseren van een album; je kijkt naar de overkoepelende thema’s en motieven, naar terugkerende metaforen; naar de algemene deler die de afzonderlijke eenheden met elkaar verbindt. Nog meer dan in romans het geval is, want daar zijn de motieven en thema’s vaak integraal met de plot en plotontwikkeling verweven. De kunst van het recenseren van een verhalenbundel is om dit juist afzonderlijk en in zijn eigen licht te doen. Oftewel: de interne dynamiek van de verhalen te vergelijken en te beseffen dat de zwaartekracht van een bundel (zoals het woord verhalenbundel eigenlijk al zegt) zich juist in het bundelen bevindt.

 

Daarnaast kijk je uiteraard ook nog naar de verhalen an sich – plotontwikkeling, personage ontwikkeling, achtergrond, kleur, sfeer etc. – dat een verhaal zo specifiek maakt. Hier ontkom je niet aan. Maar je dient het altijd in het grote raster te plaatsen waarin het verhaal zich beweegt. Er moet in een verhalenbundel dan ook een specifieke flow aanwezig zijn; een opbouw waarin een schrijver zijn verhalen heeft gearrangeerd.

 

In deze zin bood het recenseren van Het indigo van de dood door Patrick Brannigan een aantal uitdagingen. Niet omdat de verhalen slecht zijn, integendeel zelfs, maar omdat het boek een anthologie betreft; verhalen die al eerder in een andere vorm zijn gepubliceerd, soms met jaren ertussen en dat de primaire opzet van de schrijver, in deze zin, afzonderlijke verhalen in plaats van een bundel betrof. Natuurlijk zijn er terugkerende thema’s en motieven, maar deze komen dan niet noodzakelijk vanuit de verhalenbundel voort als wel door de fascinaties/ obsessies van de schrijver zelf: wat houdt hem/ haar bezig, wat vindt hij/ zij belangrijk, wat zijn de metaforen die hij/zij het liefst gebruikt en ook, en dit maakt Indigo nog moeilijker, welke genre heeft de schrijver als voorkeur? De stijlen en genres in Indigo zijn divers – van griezel, naar fantasy, naar steam-punk,naar science fiction, naar weer griezel – waardoor het een hoge concentratie en ook flexibiliteit van de lezer vergt. Je dient voor al deze genres open te staan.

 

En op de een of andere manier, en hier heb ik absolute bewondering voor, lukt Patrick dit en doet hij het zelfs goed. Zo goed zelfs, dat het boek niet gefragmenteerd aanvoelt en dat de genres samenhangend aansluiten. Dit heeft in hoge mate met zijn schrijfstijl te maken, die grauw en groezelig is, maar ook hoe hij zijn verhalen representeert. Alle mogelijke invalshoeken komen in dit boek langs. Van een verhaal over een lelijke man die op zoek is naar innerlijke schoonheid, tot aan een verhaal over een demon en een jachtgeweer (dat achteraf meer een psychologische thriller blijkt te zijn), tot aan een verhaal die zo in een science fiction bundel zou passen. Of het titelverhaal van het boek zelf dat bijna op een historisch schelmenroman, a la Pirates of the Carribian, lijkt. Maar dan met een zeer duistere twist.

 

Dit vergt moed van de schrijver. Dit vergt, om het maar anders uit te drukken, ballen. Zowel van de auteur als de uitgever om zo een boek te publiceren en te representeren en dit tevens op een aantrekkelijke manier te doen. Verhalenbundels brengen namelijk altijd risico’s met zich mee. Nog meer dan romans.

 

Indigo is in deze zin, als het verhalenbundels betreft, een vreemde eend in de bijt, met zeer unieke verhalen. En het mooie is, is dat het Patrick in hoge mate lukt en de diversiteit zelfs effectief maakt. Ik ben geen fan van fantasy of steam-punk. Sterker nog, ik heb een allergie tegen trollen, dwergen of draken; of andere sprookjesachtige settings (in het heden of geplaatst in de 19e eeuw in de tijd van Verne) waar “goed” tegenover het “kwaad”, op welke manier dan ook, wordt uitgebeeld.  Ik houd meer van de subtiliteit en lagen. Ik ben als lezer meer geïnteresseerd in het verhaal achter het verhaal, de diepere krochten waarin verhalen zich bewegen; de onderlaag die zich in een verhaal bevindt.

 

Dit kan overigens plaats vinden zonder al te pretentieus te zijn. Sterker nog, “onze genre” en dan bedoel ik het genre van magisch realisme in de breedste zin van het woord of griezel en horror/ sci fi in de engste zin, is juist een perfect voertuig om dit soort grote menselijke thema’s aan te snijden – existentiële angst, de donkere kant van het leven of het mens-zijn – omdat fantasie, beeldspraak en metaforen explicieter kunnen worden verweven, dan bijvoorbeeld in de verzamelbak die soms “literair” wordt genoemd. Door het ontastbare juist in een “realistisch” keurslijf te persen, en daarbij zaken zo “literair” mogelijk te maken, wordt een boek (wat misschien ook wel een veelgehoorde kritiek is in de Nederlandse literatuur) soms te pretentieus. In griezel, magisch realisme is dit minder het geval, kun je dit allemaal laten varen, mag je de fantasie de vrije loop laten en neemt, soms ook tot verassing van de schrijver, een hele andere kapitein plotseling controle over het schip.

 

Ik gebruik deze zeemans-metaforen overigens met opzet; want deze metaforen lees je in Indigo, ongetwijfeld door de persoonlijke achtergrond van de auteur, steeds terug.

 

Dit maakt Indigo in mijn optiek ook een goed boek. Er zijn geen pretenties en de schrijver zoekt deze ook niet op. Sterker nog, Patrick kan mooi schrijven (en dit bedoel ik letterlijk), zijn vocabulaire is enorm, zonder lovey-dovey of zoetsappig te zijn. Er waren een aantal zeer mooie passages – stilistisch en in vorm – die soms poëtisch aanvoelde, zonder zich iets van de puntig eisen van poëzie aan te trekken.

 

Neem bijvoorbeeld deze voorbeelden:

 

“Zo lang als hij zich kon herinneren was het landschap dat hem omringde grauw en kil. Hij was niets meer dan een nietige stip op een weg in een moddervlakte, op een wereld die omringd werd door een onvoorstelbare leegte. Was het dan gek om je eenzaam te voelen?”

 

Of:

 

“Waarom onderdrukte hij zijn woede eigenlijk? Het was een van de weinige emoties die hem nog vergund was.”

 

Het eerste citaat kan zo uit Wuthering Heights worden genomen, waarin het landschap wordt gebruikt om de innerlijke wereld van het personage uit te tekenen; om bij voorbaat een beeld te scheppen, letterlijk, van de emotionele toestand waarin het personage zich verkeerd.

 

Woede is in dit verhaal, als ook in sommige andere verhalen, van zeer groot belang. Maar meer dan woede. Het gaat om de naaktheid van emoties, maar ik kom hier later nog op terug.

 

Neem bijvoorbeeld het volgende citaat (uit een ander verhaal) in beschouwing:

 

“De deurbel weerklinkt als ze bij de onderste trede aankomt. Een herinnering overvalt haar: respect voor ouderen was een van de eerste lessen van haar vader, die veel te jong gestorven was (…) Ze heeft geprobeerd de wijsheid van haar vader door te geven, maar Sam en Vivienne [haar kinderen] vinden haar ouderwets.”

 

Niet zo poëtisch en metaforisch als de eerste twee citaten, maar sterk op zijn eigen manier. Ook hier zien we namelijk eenzaamheid, zij het op een andere wijze, terug. Waar in de eerste twee citaten eenzaamheid door woede centraal stond, komt het nu voort uit densynchronisatie van het hoofdpersonage en de moderne wereld. En hier zit ook de kracht: in alle voorbeelden wordt in een aantal verfstroken zowel het innerlijke landschap als de achtergrond van het hoofdpersonage weergegeven. Komt niet alleen het heden, maar ook het verleden terug, waardoor er onmiddellijk een driedimensionaal beeld ontstaat.

 

Dit is knap. Het is moeilijk, vooral in een kort verhaal, om lagen aan te brengen en tevens plotgericht en tegelijkertijd spannend (in een uiterst korte boog) bezig te zijn. Dit lukt Patrick en hierin ligt, mijn inziens, ook zijn sterkte: hij maakt zijn personages menselijk, in al hun facetten, en drijft het verhaal, soms in minder dan 1500 woorden, naar een soms benauwende en dan weer angstaanjagende hoogtepunt toe. Ik denk niet dat alle lezers begrijpen hoe verdraaide moeilijk dit is om in een kleine ruimte die je als schrijver hebt of jezelf toelegt te doen; om van de oppervlakte en oppervlakkigheid weg te stappen (wat in een kort verhaal verleidelijk is) en naar de diepste laag te gaan waar ook het slib en de modder zich bevindt.

 

Als lezer wist ik soms ook niet waar ik aan toe was. Niet omdat de climaxen noodzakelijk verrassend waren, dat waren ze soms niet, maar meer omdat de verhalen soms leken op een deinend schip, waar je als passagier door de plotwendingen, links en rechts tegen de wanden werd gegooid. Patrick neemt in deze zin dan ook absoluut geen gevangenen. Hij is niet barmhartig naar de lezer. Hij sleept je bij de haren en laat juist de lelijkheid, de grofheid, de bruuskheid van het menselijke bestaan zien.

 

Dat is misschien ook wel het overkoepelende motief die in de bundel aanwezig is. De duistere kant, de basale emoties, die het gedrag van mensen bepalen en hun handelingen voortdrijven. Dit brengt, als gevolg, een soort aliënatie met zich mee; het personage staat op zichzelf, is niet altijd even sympathiek en toont het menselijke gezicht zonder glitter of glamour. (Misschien ook de reden waarom er in het boek veel naar schoonheid wordt verwezen?) Patrick toont de lelijkheid aan.

 

Omdat het een anthologie betreft in plaats van een bundel, in de meest nauwe zin, weet ik niet of het hier opzettelijke thematiek betreft die in de verhalen zijn verweven of meer een persoonlijke interesse/ obsessie die de schrijver ter daglicht brengt. (Zie hier ook zijn interview, die ik een aantal weken geleden bij hem heb afgenomen.)

 

Indigo is in deze zin, het gezicht in de ochtend. Het gezicht zonder make-up. Het gezicht dat we soms liever niet willen zien.

 

Dit maakt niet alle verhalen en personages even toegankelijk of sympathiek. Iets dat door de samenstelling van genres wordt versterkt. De vraag is echter of dit überhaupt moet? Ik denk het namelijk niet. Sterker nog, juist door verschillende genres te hanteren, wordt het slib en de modder plotseling universeel.

 

Toch kan hier ook een hobbel ontstaan. De directe stijl van Patrick kan er ook voor zorgen dat niet alleen de personages maar ook de lezers worden vervreemd. Vooral bij lezers die in de oppervlakte willen blijven steken en niet de diepte, waar Patrick je ongenadig mee naartoe sleurt, willen worden meegenomen. Hierdoor bestaat er een kans voor miscommunicatie. De gelaagdheid van Patrick enerzijds en de zucht van de lezer om bij het basale te blijven en daardoor ook de motieven verkeerd te interpreteren anderzijds, kan leiden tot densynchronisatie. Sommige lezers zouden aanstoot kunnen nemen, zouden zich misschien aan de gelaagdheid kunnen ergeren en daardoor bijvoorbeeld lelijkheid of gebrek aan sympathie lezen in plaats van naakte menselijke motieven of seksisme ervaren in plaats het ware doel en punt van het verhaal: namelijk het weergeven van de verwoestende kracht van seksualiteit.

 

Kortom, dit is geen verhalenbundel voor, wat ze in het Engels noemen, de faint hearted. Dit is een verhalenbundel voor mensen die de diepte durven in te gaan en zich soms in onverwachte krochten afgeranseld willen worden; die op een zee durven te dobberen en zich door de golven te laten leiden die Patrick genadeloos op ze afstormt.

 

Wil ik hierbij stellen dat dit boek zwart of te zwaar is? Nee. Of dat het wordt vermorzeld onder het gewicht van pretentie, ook niet. Het is wat jij als lezer er zelf in leest. Je kunt het verhaal laten voor wat het is of je kunt de lagen een voor een weg pellen. Het is wanneer je een stellingname als lezer inneemt dat de densynchronisatie ontstaat. Patrick laat in deze zin dan ook de keuze aan jou. Hij geeft zowel humor als duisternis. Een plot gedreven verhaal of gelaagdheid. Hij geeft je een onsympathieke personage of een spiegel. Het is aan jou wat je met de spiegel en het verhaal doet.

 

Nogmaals, dit is een anthologie en niet een bundel, waardoor het moeilijker is te recenseren. Het is moeilijk te bepalen of er een eenheid is aangebracht of dat de fascinaties van de auteur naar voren komen, waardoor het boek niet bewust maar onbewust een eenheid creëert. Hierdoor voelt het boek misschien hier een daar onevenwichtig  en is er niet een natuurlijke flow. In deze zin doet het boek, als ik nog meer afstand neem en de grote lijnen in ogenschouw neem, me aan een deinende zee denken. Muren-hoge golven, van korte en sterke bondige verhalen waardoor je niet onmiddellijk weet welke kant je wordt op geslingerd of dat er een groter doel is waarin alles beweegt.

 

Het boek bestaat uit linkse en rechtse hoeken. En zo nu en dan een dreun in je maag.

 

Ik vind het moeilijk om cijfers aan boeken toe te bedelen. (Met muziek recensies gaat me dit makkelijker af.) Omdat de kunst van het woord op een ander en complex niveau ligt. Hoe becijfer je immers kunst? Hoe kan je het met iets anders vergelijken als het doel juist is om iets te recenseren wat op zichzelf staat?

 

Laat ik het daarom maar op een andere manier afsluiten: Het indigo van de dood is een goed boek, een spannend boek. Het is een verzameling van korte, puntige en kleine verhalen, waarin de achterliggende ideeën groot zijn, geschreven door een schrijver die misschien nog wel groter is.

 

Het is een boek dat een introductie naar de schrijver vormt en dat je meesleurt.

 

Ik hoop dat ik hierbij duidelijk ben, want het is moeilijk verhalenbundels te recenseren. Ik denk dat het  voor mij nu tijd is om zijn roman Evenbeeld te gaan lezen. Om te zien hoe zijn fascinatie met het naakte gezicht, zich uiteindelijk in een roman heeft vertaald.

 

Patrick Brannigan heeft mij gegrepen. En zal dit ook met jou doen.

 

 

 

 

Om het boek te kopen: klik hier.

 

Voor de website van de auteur: klik hier.

 

Soms krijg je recensies die je raken. Deze is geschreven door Mieke Schepens:

 

Dit was mijn eerste kennismaking met het werk van Anthonie Holslag. Ik kan je vertellen dat ik op het eind met tranen in mijn ogen zat te lezen, tranen van ontroering.

Wanneer je in het boek begint, denk je misschien: 'wat een vreemde beschrijving van de mens' of 'nou ja, een boom …' maar gaandeweg raak je meer betrokken bij het verhaal en  lees je lekker door. Het zijn korte hoofdstukken, waardoor je telkens in een nieuwe fase van het 'leven' van de boom terecht komt en in het leven van de mensen die bij deze boom horen.

Zo prachtig geschreven, vaak ook met humor maar bovenal met compassie.
Ik heb er geen woorden voor !


'Woorden. Simpele aan elkaar geregen woorden. Toch heb ik het gevoel dat er zoveel meer wordt gezegd ….'

'Woorden betekenen altijd meer dan wat er wordt gezegd.'



Ik las dit boek in februari, dus ver na de kerst. Het gaat wel over Kerst en over een kerstboom, maar vooral over het leven. Ik heb er van genoten en geeft dit boek 4/5 sterren !

 

Om bekende en onbekende schrijvers van Nederlandse bodem die in de genre spanning / fantasy druk bezig zijn en een aantal boeken of verhalen hebben gepubliceerd, toch wat meer bekendheid te geven, heb ik besloten een serie "spotlights"  te maken, waarin ik een schrijver even in het spotlicht plaats. De bedoeling is dat ik om de zoveel weken / maanden (afhankelijk hoe druk ik het heb), een schrijver in het zonnetje zet, en nog meer dan dat: door vragen van schrijver tot schrijver te stellen dieper tot het proces van schrijven probeer te komen. Dit keer is het de beurt aan Patrick Brannigan.

 

 

 

 

 

Hey Patrick,

Bedankt voor je deelname aan Spotlights en dit interview. Je hebt de afgelopen twee jaren een uiterst productieve tijd gehad. In 2013 kwam de verhalenbundel Het indigo van de dood uit en dit jaar de roman Evenbeeld. Ook heb je verschillende prijzen gewonnen, waaronder in 2011 de NCSF prijs en de Unleash Award, en in 2012 werd je uitgeroepen tot Kampioen van de Nederlandstalige Speculatieve Literatuur. Misschien is eerst een kleine introductie op zijn plaats. Je hebt, als we je biografie lezen een bewogen leven achter de rug: je hebt historisch letterkunde gestudeerd, werkt al een aantal jaar als redacteur, maar hebt tevens als matroos gewerkt en door Afrika gereisd. Op welke manieren komen al deze elementen van jou terug in je verhalen? In hoeverre heeft bijvoorbeeld je leven als matroos bijgedragen aan het verhaal Het indigo van de dood (dat over een kaperkapitein gaat) en hoe ben je uiteindelijk na alle omzwervingen bij historische letterkunde terecht gekomen?

 

Nou, ik heb sowieso altijd al een fascinatie gehad voor ouderwets zeemanschap. Dat begon met het lezen van de Hornblower- reeks van C.S. Forester. Als zeventienjarig broekie kwam ik als dekzwabber op de wilde vaart terecht en voer ik naar landen als Algerije, de VS, Guyana en de Franse Antillen, terwijl mijn kakvriendjes van het gymnasium diezelfde zomer met hun ouders naar Italië gingen. Mijn fascinatie eindigde met het wroeten in VOC-archieven om mijn scriptie te kunnen schrijven, zodat ik als historisch letterkundige kon afstuderen Uiteraard ging mijn scriptie niet over iets saais als de economische geschiedenis van Lutjebroek, maar over de avonturen van een 17e-eeuwse VOC-matroos die met zijn schip verging bij het huidige Bangladesh, bijna kannibalisme pleegde en betrokken raakte bij een lokale oorlog waarin honderdduizenden crepeerden. Al deze (lees)ervaringen heb ik gebruikt in mijn verhaal Het indigo van de dood: de rauwheid van het zeemansbestaan, de verwondering over vreemde culturen, de bruutheid, de barbarij. Alleen het echte leven biedt inspiratie voor het schrijverschap. Je wordt er geen betere schrijver van als je aan navelstaren doet, mijmerend uit je zolderraam staart en het eng vindt om te reizen.

 

Je bundel Het indigo van de dood is een bundel met diverse genres, waaronder horror, maar ook urban weird, fantasy en steampunk? Hoe weet je al deze genres te overbruggen? En welk verschil zie jij zelf, uit het oogpunt van een schrijver, in al deze genres?

Al dat geleuter over de verschillen tussen genres is tegelijk heel menselijk, maar ook nogal bekrompen. Menselijk, omdat uitgevers en lezers een boek (en een heleboel andere zaken) graag in een bepaald hokje willen duwen. Tegelijk vind ik het nogal bekrompen, omdat een goed boek genre-overstijgend is. En ik vind dat je een verhaal niet op genre moet beoordelen (met alle bijkomende dogma’s), maar op het verhaal an sich: wat doet het met je? Boort het emoties aan waarvan je niet eens wist dat die bestonden? Moest je vloeken, huilen, lachen, huiveren terwijl je het las? Dat zijn belangrijke zaken. Niet of het post-apocalyptische steampunkhorror is. Of dystopische dark fantasy. Of pieremagoggel-chicklit.

 

Als je van een afstand naar je bundel, of zelfs gehele oeuvre kijkt, wat zijn de terugkerende motieven en thema’s in je verhalen?

Het monster dat in iedereen huist. Moedig zijn, ondanks een onafwendbaar noodlot. Liefdeloosheid. Wanhoop. De meer gezellige thema’s en motieven, dus.

 

Ik merk als ik je verhalen lees, in sommige verhalen meer dan andere, een erotische ondertoon. Wat betekent dit voor jou? Hoe past het in je thema's en motieven? En hoe koppel je dit aan de ware aard van de personages?

Lust is een elementaire oerkracht, veel sterker dan een evolutionair onbelangrijke concepten als liefde of trouw. Lust is een monster dat in iedereen huist, zowel mannen als vrouwen. Als het losbreekt, vernielt het huwelijken. Ongebreidelde lust zorgt voor de verspreiding van allerlei gore ziekten. Lust brengt mensen ertoe om anderen te verkrachten. Lust is een belangrijke drijfveer voor mensen, dus ook voor mijn personages. Ik wil mijn proza zo realistisch mogelijk maken, dus komt er seks in mijn verhalen voor. Bij mij vind je geen omfloerste of feeërieke beschrijvingen, maar eerlijke, rauwe erotiek. Tegelijk is de lust bij mijn personages een motief om aan te tonen hoe dun het laklaagje van onze beschaving is. Er hoeft maar weinig te gebeuren om het monster te bevrijden. Ik heb gelezen dat mijn verhalen seksistisch zouden zijn, omdat mijn personages zich als hitsige beesten gedragen. Dergelijke lezers begrijpen mijn werk dus niet.

 

Als schrijver wordt je vaak in een specifieke genre geplaatst. Of door een uitgeverij uit commerciële oogpunt of door het publiek. Hoe ga jij hier als schrijver mee om?

Ik wéét dat je als schrijver tot een bepaald genre moet behoren om beter verkoopbaar te zijn. Tegelijk verfoei ik het. Steengoede auteurs zoals Neil Gaiman hoeven zich hier geen moer van aan te trekken. Omdat ik (nog) niet zijn bekendheid geniet, moet ik me conformeren. Het voelt als een dwangbuis. Waarom is er bijvoorbeeld dat snobistische onderscheid tussen genrefictie en literatuur? Wanneer is het ontstaan? Waarom worden George Orwell, Bram Stoker, Jules Verne en Mary Shelly wél tot de wereldliteratuur gerekend en Jack Vance bijvoorbeeld niet? Waarom is Jan de Hartog geen literatuur? Omdat hij zo christelijk-moraliserend was? Het is allemaal zo arbitrair.

 

Ik zag op je website dat veel van je verhalen ook op Smashwords zijn te bestellen. Hoe heb je de overstap naar Smashwords naar Zilverspoor gemaakt?

Ik leerde Jos Weijmer van Zilverspoor kennen op een uitreiking van de Unleash Award. Ik maakte een positieve indruk op hem, volgens mij omdat ik goed tegen drank kan. Tegelijk vond ik hem een hele aardige, spontane vent met een bruisende liefde voor het boekenvak. Met deze ontmoeting in ons achterhoofd gingen we een hele tijd later samenwerken. Ik redigeer nu al een hele tijd manuscripten voor Zilverspoor. En uiteraard kregen we uiteindelijk het idee om mijn verhalen te bundelen. Dat is dus mijn verhalenbundel Het indigo van de dood geworden.

 

 

 

 

 

In je roman Evenbeeld zijn ook weer veel genres ineen gesloten. Hoe ben je op het idee van het boek gekomen?

 

Tja, weer die genres… Evenbeeld bevat veel elementen uit de science fiction (robotmitrailleurs, cyborgs, psychonautica), maar ook uit de fantasy (aardmannen, tovenaars, monsters) en de horror (executies, geestverschijningen). Tegelijk zitten er literaire elementen in: intertekstualiteit, gelaagdheid, motieven, existentiële twijfel en symboliek. Ik hoop dat recensenten inzien dat ik heb geprobeerd genre-overstijgend te schrijven en niet alleen vanuit genre-dogma’s oordelen.

Ik was een hele tijd verslaafd aan het spelen van World of Warcraft. Tijdens een ellenlange speelsessie kreeg ik tegen het ochtendgloren een briljant idee. Al zeg ik het zelf. Ik kreeg dat idee maar niet uit mijn hoofd, en dat zijn volgens alle handboeken de beste ideeën. Uiteindelijk heb ik het uitgewerkt tot een roman. Wat dat idee was? Ja, ik ga natuurlijk geen spoilers geven.

 

Wie zijn overigens je grote inspiratoren? En welke verhalen kunnen we in de toekomst van jouw hand verwachten?

Albert Sánchez Piñol is een meester in het scheppen van lugubere, bevreemdende sferen. Hemingway was een meester in beknoptheid. Karl Ove Knausgård is er in geslaagd om mijn blik op de wereld te veranderen. En de vertelkracht van Coetzee is overweldigend. Maar – meer op het vlak van de genrefictie – ik vind ook Joe Abercrombie geweldig. Neil Gaiman schrijft  heel treffend. En Jack Vance was een miskend literair meester. Uiteraard kan ik me nog lang niet meten met één van de bovengenoemden, maar het is wel mijn streven.

Ik ben nu bezig met een dystopische toekomstroman met de werktitel Ragnarok. Het wordt een roman over de liefde van een vader voor zijn kinderen, wanhoop, krankzinnigheid, moed en de onafwendbaarheid van het noodlot. Geen vrolijk boek. Maar wel een boek dat moet verschijnen. Een boek dat noodzaak heeft.

Daarop aansluitend: waar komt deze noodzaak vandaan? En dan bedoel ik het ook in de brede zin: de noodzaak om te schrijven?

Soms heb ik de neiging om te moralistisch te zijn, maar ik kan me niet inhouden bij het zien van alle domheid, onverschilligheid, onrecht en wreedheid in de wereld. Mijn proza is daar een verweer tegen. Als ik via mijn verhalen mensen aan het denken kan zetten over de verwoesting van de natuur, het gebrek aan beschaving, hun eigen oppervlakkigheid, hun leegheid, hun liefdeloosheid en hun materialisme, dan heb ik veel bereikt. Het is noodzakelijk dat je het monster in jezelf erkent én onderdrukt. Het is noodzakelijk dat je blijft vechten, hoewel je beseft dat je nooit kunt winnen. Dat is mijn drijfveer om te schrijven, en tegelijk de boodschap die ik aan mijn kinderen mee wil geven.

 

 

 

Biografie van Patrick Brannigan:

 

Patrick Brannigan (1971) was onder meer matroos op de wilde vaart, kelner op het zonnige Lefkas en hij studeerde af als historisch letterkundige. Daarna ging hij op safari in Afrika, werkte als reisleider en als freelance tekstschrijver.

 

Sinds enkele jaren doet Patrick mee aan verhalenwedstrijden. In 2011 won hij de NCSF-prijs met Echte schoonheid zit van binnen en de Unleash Award met De weg der eerzucht. Begin 2012 werd hij de nieuwe Kampioen der Nederlandstalige Speculatieve Literatuur. In augustus 2013 verscheen zijn verhalenbundel Het indigo van de dood bij uitgeverij Zilverspoor. In februari 2014 verscheen Evenbeeld, een dystopische roman die ongetwijfeld de gehele wereld zal veranderen. En inmiddels zijn de eerste vier hoofdstukken van Ragnarok af; een roman over de onafwendbaarheid van de dood, wanhoop, krankzinnigheid, moed en de liefde van een vader voor zijn kinderen.

 

 

Bibliografie van Patrick Brannigan


Evenbeeld Feb 2014
sciencefiction/fantasy novel

 

Het indigo van de dood Aug 2013
anthology, Zilverspoor

 

De vloek van de Almoeder Okt 2011
short story in the anthology Fantastisch Strijdtoneel II

 

De theekoepel Juli 2011
short story on DeNachtvlinders.nl

 

De weg der eerzucht Juni 2011
short story Pure Fantasy Magazine #23 (Unleash Award 2011)

 

Bran van Alman’or Mei 2011
short story on Geekstijl.nl

 

Echte schoonheid zit van binnen Jan 2011
short story in the anthology Echte liefde (NCSF-award 2010)

 

Virgin Galactics Dec 2010
short story in Topics Magazine

 

Een vervloekte viking Dec 2010
short story in Pure Fantasy Magazine #21

 

Kruispunt Juni 2010
short story, Parelz Publishers

 

Het jachtgeweer Juni 2010
short story in Wonderwaan Magazine #14

 

Migiro de halfbloed Juni 2010
short story in Pure Fantasy Magazine #19

 

Het verborgen zwaard Dec 2009
short story in Pure Fantasy Magazine #17

 

De woestijnroos van Waridi Juni 2009
short story in Pure Fantasy Magazine #15

 

Kjell van Kylemore Juni 2009
short story in the anthology  Fantastisch Strijdtoneel I

 

Bestellen:

 

Evenbeeld kun je hier bestellen.

Het indigo van de dood kun je ook bij Zilverspoor bestellen.

Hier is de website van de auteur (waar je ook boeken kunt bestellen): Patrick Brannigan

 

Voorgaande spotlights:

 

M.J. Wolf

Joris van Leeuwen (J. Sharpe)

Thomas Olde Heuvelt

Marion Altena

Rianne Lampers

Rik Raven

Mark van Dijk

 

Blog

Contact