Navigatie

 

Je werkte bij het ING, je bent een succesvolle schrijver. Hoe lukt het je om twee zware en tevens veeleisende carrières in de lucht te houden en hoe vullen ze elkaar aan?

 

Goede vraag. Feitelijk lukt het me ook niet meer om beide activiteiten te combineren. Ik kreeg medio 2013 een burn-out die bijna een jaar duurde. Ik heb daarom ook een jaar niet kunnen schrijven. Medio 2014 heb ik ontslag genomen bij ING omdat ik anders (volgens de artsen) grote kans liep op een nog zwaardere tweede burn-out. Nu heb ik besloten me alleen nog op het schrijven te richten en ik heb nog een paar bezoldigde adviesfuncties in de beleggingswereld. Ook ben ik bestuurslid van de Stichting ter bevordering van het fantastische genre. Nog genoeg te doen dus.

 

In de tijd dat ik beide “beroepen” overigens nog combineerde zag ik schrijven vooral als ontspanning naast de inspanning van mijn beleggingsbaan. Dat bleek echter een foute inschatting. Schrijven op hoog niveau is net zo zwaar als welk ander beroep dan ook.

 

Je bent bekent om de Duivel trilogie. Zou je iets kunnen vertellen over de totstandkoming van deze trilogie? Waar kwam het idee uit voort en wat zijn de motieven die in je boeken terugkomen?

 

De trilogie kwam voort uit mijn gecombineerde interesse voor fantasy én spiritualiteit. Ik ben mijn leven lang al gek van fantasy en heb op dat gebied bijna alles gelezen wat los en vast zit. Maar pas toen ruim tien jaar geleden mijn belangstelling voor spiritualiteit groeide kreeg ik een brainwave om het “kanaliseren” van energie te gebruiken als bron van magie in een fantasy verhaal. Tijdens het schrijven van de trilogie ben ik ook op veel energieplaatsen geweest in landen als Israël en Egypte maar ook bijv. in de zeer energetische kathedraal van Chartres.

 

Een terugkomend thema in mijn boeken tot nu toe is mijn afkeer van de dogmatische en soms intolerante trekjes die veel godsdiensten hebben. Daarnaast vormt mijn voorliefde voor  “evenwicht” in alle facetten van het leven een rode draad in mijn werk.

 

 

 

 

 

Vervolgens heb je ook Rune geschreven die vervlochten is met de Duivel trilo-gie. Zou je hier iets meer over kunnen vertellen; hoe de verhalen samengaan; hoe ze van elkaar zijn verwijderd, maar ook hoe je tot deze fantastische werel-den bent gekomen?

Het Rune tweeluik  is een los leesbaar vervolg op de Duivel boeken. Het speelt 40 jaar later in dezelfde wereld, waarbij dit verhaal op twee continenten speelt, Carolia en Kadish. Duivel speelt alleen in Carolina.

 

Het leuke van Rune is dat daarin een clash of cultures beschreven wordt zoals we die in ons dagelijkse leven ook vaak zien.  Namelijk de botsing tussen een continent met een fundamentalistische religie,  waar wereldlijke en geestelijke macht niet gescheiden zijn, en een feodale maatschappij waarin meerdere godsdiensten naast elkaar bestaan.

 

Bij de world building in Rune ben ik, meer dan bij de Duivel boeken het geval was, ook vaak teruggevallen op interactie met mijn vijf meelezers. De Rune boeken zijn iets complexer en worden waarschijnlijk om die reden ook iets hoger gewaardeerd door doorgewinterde fantasy lezers. De Duivel boeken hebben echter beter verkocht (bij elkaar bijna 20.000 exemplaren).

 

 

 

 

Als je van een afstand naar je eigen verhalen kijkt en je ze objectief probeert te benaderen - in hoeverre dat mogelijk is - wat zie je als een terugkerend element? En is dat ook iets waar jij je buiten je schrijverscarrière mee bezighoudt? Zoja, waarom? Wat definieert een boek van Adrian Stone?

 

Ik kan alleen spreken over de vijf boeken die al geschreven zijn. Dit hoeft niet te gelden voor al het toekomstige werk. Zoals eerder gezegd zijn kritiek op het dogmatische en intolerante karakter van veel godsdiensten en het belang van evenwicht in alle aspecten van het leven de belangrijkste terugkerende thema’s in Duivel en Rune. Wat daarnaast mijn werk definieert is de toegankelijke schrijfstijl. Ik wil dat mijn boeken lekker leesbaar zijn. Dat zal ook in de toekomst niet veranderen.

 

In mijn privé leven zoek ik ook altijd naar evenwicht. Evenwicht tussen je mannelijke en je vrouwelijke kant, tussen in- en ontspanning, tussen sociaal en solo, tussen leven in de toekomst en leven in het nu, tussen het spirituele en het aardse, noem maar op. Dat evenwicht tussen in- en  ontspanning is een tijd zoek geweest, vandaar die burn-out. Dat was een waardevolle les waar ik achteraf zeer dankbaar voor ben.

 

Ieder schrijver heeft wel eens van die momenten dat hij/zij zichzelf verrast. Bijvoorbeeld een scene schrijft die niet de bedoeling was of een personage ontwikkeld die niet van tevoren bedacht was, maar achteraf toch niet geheel met het verhaal lijkt de kloppen. Zou je zo een moment of scene kunnen beschrijven?

 

Ik schrijf heel organisch. Ik plan dus relatief weinig.  Dat betekent dat ik mezelf zeer regelmatig verras. Zo vond ik het ineens nodig dat mijn hoofdpersoon in Profeet van de Duivel (Marak) op het eiland Furka een jong boompje mee kreeg in een pot. Ik had nog geen flauw idee wat ik daar mee wilde maar vond het toch nodig om te doen.

 

Aan het einde van het boek spelen zowel het boompje als de pot waar het in zat een belangrijke rol die volstrekt logisch in het verhaal paste maar die mij net zo verraste als de lezer.

 

Dus je werkt sterk op instinct?

 

Absoluut. Zoals bij de vorige vraag aangegeven werkt instinct en reflectie met meelezers voor mij beter dan uitvoerige planning vooraf. Dat is wel grappig. In de rest van mijn leven ben ik namelijk een planner en control freak. Bij het schrijven ben ik echter het tegenovergestelde.

 

Als ik aan een verhaal begin weet ik uiteraard wel globaal waar ik heen wil. Maar tussen vertrek en aankomst bij het geplande einddoel zit een wilde rit waarin ik me graag laat verrassen.

 

Je werk is zeer specifiek omdat het werelden en bijna universums an sich zijn. Zou je ons iets meer kunnen vertellen over je voorbeelden? Welke schrijvers hebben jou als schrijver of als lezer ontwikkeld?

 

Net als bijna ieder ander is bij mij alles begonnen met Tolkien. Maar ook de 50 boeken van Karl May verslond ik al als kind. Schrijvers waar ik echt van genoten heb en die mij inspireerden waren onder meer Jack Vance (de kleurrijkdom van zijn werelden), Raymond Feist (zijn soepele verteltrant) en de D&D feel van R.A Salvatore.  Ik heb zelf zo’n 20 jaar D&D gespeeld en dat heeft ook veel invloed op me gehad.

 

Kun je ons iets vertellen over nieuw werk wat eraan komt? Wat houdt je nu bezig?

 

Ik ben momenteel bezig met het eerste deel van de Magycker trilogie, die zich afspeelt in een heel andere wereld dan mijn vorige boeken, met een magie systeem dat ditmaal niet gebonden is aan religie. Het contract met Luitingh is al getekend. Het eerste deel komt naar verwachting eind 2015 uit. Ik denk dat het erg goed kan worden en ook Luitingh is enthousiast. Ik kan maar een klein beetje van de inhoud verraden. Deze teaser heeft ook al in de Eclips gestaan.

 

“Het verhaal speelt in een enorme eilandenarchipel waar de Magyckers van het mysterieuze eiland Aimerey het lucratieve monopolie op de uitoefening van magie bezitten.  Ze verkopen hun op maat gemaakte Spreuken over de gehele archipel, waarbij een Magycker nooit méér dan een Spreuk tegelijk mag memoriseren, die ook nog na gebruik door een meegereisde Louteraar uit het geheugen wordt gewist. Zo houden ze al vele jaren de controle. Maar dan wordt op een dag een deel van de stadswacht van Oftenooi op gruwelijke wijze weggevaagd door een Spreuk. En dat terwijl er geen Magycker te bekennen valt. Een massale klopjacht breekt uit op de verdachten, een man, een vrouw en een jochie van een jaar of twaalf. Zo begint een avontuur dat de hele archipel op de kop zal zetten.”

 

Klinkt spannend. Waar komt de naam Adrian Stone vandaan?

 

Adrian is eenvoudigweg afgeleid van mijn echte naam “Ad”.  Mijn achternaam is “Tiggelen”. Tiggelen = tegel = steen = stone. Het moet vooral goed in het gehoor liggen en gemakkelijk te onthouden zijn. Dat was een eis van de uitgever. Ik ben er in ieder geval blij mee.

 

 

 

Biografie van de auteur:

 

Van Tiggelen studeerde bedrijfseconomie aan de Erasmus Universiteit Rotterdam en begon in 1981 zijn loopbaan bij Nationale-Nederlanden, waar hij in 1988 belegger werd. Sindsdien doorliep hij binnen de ING Groep een reeks aan beleggingsfuncties, waaronder een langdurige periode als hoofd Europese aandelen. Zijn laatste functie was beleggingsstrateeg, een functie waarin hij regelmatig in binnen- en buitenland in de media verscheen om commentaar te leveren over de beursontwikkelingen en om de visie van ING Investment Management te verwoorden en toe te lichten. Hij beëindigde zijn loopbaan bij ING op 30 juni 2014.

Al sinds jong had Van Tiggelen een passie voor het fantasygenre, die hij uiteindelijk gestalte heeft gegeven door zelf fantasyromans te gaan schrijven. In 2006 verscheen zijn eerste boek Profeet van de Duivel in beperkte oplage bij uitgeverij Gopher. In 2008 sloot hij een contract met Luitingh-Sijthoff, op basis waarvan Profeet van de Duivel in april 2009 bij hen is heruitgegeven, in juni 2009 gevolgd door Zoon van de Duivel. Het derde deel van de Duivel-trilogie, Ziel van de Duivel, is in april 2010 verschenen. Alle boeken worden uitgegeven onder het pseudoniem Adrian Stone.

Na de Duivel-trilogie schreef Stone het Rune tweeluik, dat in dezelfde wereld is gesitueerd. Het eerste deel De Achtste Rune verscheen in september 2011, het tweede deel De Eerste God in september 2012.

Momenteel werkt Stone aan zijn zesde roman (titel: Magyckers), die zich afspeelt in een geheel nieuwe wereld.

 

Bibliografie

 

Duivel-trilogie

Profeet van de Duivel (ISBN 9024529468, 2009)
Zoon van de Duivel (ISBN 9024529476, 2009)
Ziel van de Duivel (ISBN 9024531195, 2010)

Tweeluik Rune


De Achtste Rune (ISBN 902453562X, 2011)
De Eerste God (ISBN 902455120X, 2012)

Duivel-trilogie omnibus (2013)

Rune omnibus (2014)

 

Wil je meer weten over Adrian Stone of zijn boeken kopen kijk dan op website of hier.

 

 

 

Voorgaande spotlights:

 

Tom Thys

Patrick Brannigan

Joris van Leeuwen

M.J. Wolf

Thomas Olde Heuvelt

Marion Altena

Rik Raven

Mark van Dijk

 


 

 

Tom, ik wilde ten eerste zeggen dat ik heb genoten van je boek en dat een recensie nog volgt, en dat ik je in ieder geval wil complimenteren met de diversiteit in je boek. Je gebruikt verschillende genres: verhalen met griezel elementen, science fiction, magisch realisme en in mijn optiek soms literatuur. Ik proef veel gelaagdheid in je werk. Maar voordat ik hier allemaal mee begin, eerst de vraag die op mijn tong brandt:

 

1) Wat heb je met kwallen?

Kwallen zijn intrigerende wezens. We zijn als mens gefascineerd door buitenaards leven en de geheimen die zich in de uitgestrekte kosmos bevinden, maar eigenlijk vergeten we soms hoe exotisch en bizar het leven op aarde wel is. In mijn verzameling heb ik een fotoboek, getiteld “Wonderen van de zee”, dat gewijd is aan de pracht van allerlei wezens die in de diepste regionen van de oceanen leven. Hetzelfde met insecten. Eenieder die zich met macrofotografie van deze creaturen bezighoudt zal beamen dat hun vreemde vormen en felle kleuren ons telkens weer verbazen. Hoe meer ik stilsta bij de mogelijkheid van leven op andere planeten, hoe meer ik het leven op de onze begin te waarderen.

 

2) In je opdracht naar mij in je boek schrijf je het volgende: "Zoals jij jouw angsten hebt, heb ik de mijne. In dit boek kan je er mee kennismaken". Zou je hier iets meer over kunnen zeggen? Als je terugkijkt naar je bundel, welke motieven of angsten komen steeds weer terug?

Nadat de 19 verhalen gebundeld waren en ik een overzicht kreeg van wat ik allemaal op papier had gezet, ben ik beginnen nadenken over wat deze verhalen met elkaar verbindt. Ze behandelen enorm uiteenlopende thema’s en in feite is het een dwarsdoorsnede van wat ik de afgelopen vijf jaar heb geschreven. Op het eerste zicht zit er geen rode draad in – en dat zal bij de lezer ook zo overkomen – maar ik ben beginnen beseffen dat in het merendeel van de verhalen de angst voor verandering een grote rol speelt. Met name angst voor lichamelijke en/of geestelijke verandering. Ik hoorde onlangs een prachtig citaat: “ik ben niet bang voor de dood, maar wel voor de tijd”. En dat klopt, want tijd verandert alles. Je wordt ouder, je lichaam takelt af, je wordt ziek. In je verbeelding kan je zulke levensfases zelfs extrapoleren naar griezelbeelden, zoals Agnes die een gruwelijke metamorfose ondergaat (in: "Volmaakt monster") of Glogov die wordt uitgestoten omdat hij misvormd is (In: "Als een beest in een kooi"). Toch schuilt er altijd ergens iets moois in die verandering en daar ga ik in mijn eigen leven naar op zoek.

 

3) Je verhalen zijn uiterst divers. Zou je ons iets kunnen vertellen over het schrijversproces: hoe kom je tot een verhaal, hoe ontwikkel je dit; zijn er elementen in je verhalen die je pas later herkent of weet je van tevoren al welke kant je uit wilt?

Eigenlijk weet ik nooit van tevoren waar ik naartoe wil. Ik vertrek vanuit een basisidee, een beeld. Dat kan er komen na brainstormen of soms verschijnt het gewoon aan mij in de vorm van een nachtmerrie. Zo gebeurt het vaak. Daarna toets ik af of er potentie is voor een verhaal. Deze werkwijze heeft één groot nadeel en één groot voordeel. Het nadeel is dat ik mezelf door het gebrek aan structuur geregeld vastrijd. Soms kom ik na een tijd tot de conclusie dat het materiaal onbruikbaar is en alle moeite voor niets is geweest. Het voordeel is echter dat ik vaak een toeschouwer ben van mijn eigen verbeelding en dat is best vermakelijk. Het is als een film kijken of een boek lezen, je gaat een stukje op reis. Die vorm van escapisme is voor mij noodzakelijk. Het is wellicht de reden waarom ik fictie schrijf.

 


4) Het valt me ook op, in tegenstelling tot mijn verhalen soms die meer op novelles lijken, dat je verhalen zich aan de conventies van een kort verhaal houden: kort, krachtig, puntig, maar toch tegelijkertijd ruimte open laten voor personage en plotontwikkelingen. Wat trekt jou in korte verhalen aan? Vind je conventies belangrijk? En wat voor tips heb je voor aankomende schrijvers?


De kracht van korte verhalen zit in het idee. De uitwerking ervan kun je leren, dat heb ik ook moeten doen en daar ben ik nog steeds mee bezig, maar als je je lezers wil overdonderen, dan moet je ze vooral kunnen verwonderen, kunnen betoveren. Het is niet voor niets dat er in het genre zo vaak over “sense of wonder” gesproken wordt. Daar draait het om. Ik kom zelf nog maar net kijken, dus het zou arrogant zijn om andere (beginnende) schrijvers tips te geven, maar een advies dat mij ontzettend geholpen heeft is dat van Clive Barker: “believe in your own imagination”. De rest komt vanzelf.

 

5) Naast het schrijven staat er in je biografie dat je ook literaire werken hebt geschreven en tevens recensent bent van horror films. Hoe weet je al deze aspecten met elkaar te vermengen? Hoe beïnvloedt het literaire jouw spannende en griezel verhalen? Wie zijn je voorbeelden? En als je ons een griezel film zou moeten aanraden, welke zou dat zijn?

De discussie of iets literatuur is, is een gevaarlijke, een waar je als schrijver al snel je vingers aan verbrandt, dus ik laat het liever aan anderen over om te bepalen welke van mijn verhalen literatuur dan wel lectuur zijn. Wat ik wel merk is dat ik tegenwoordig meer belang hecht aan gelaagdheid en het meta-gedeelte van een verhaal. Het schrijven als verlengstuk van mijn eigen ziel, zeg maar. In sommige verhalen zoals in “Volmaakt monster” schemert die aanpak al lichtjes door, maar in de verhalenbundel waar ik momenteel aan werk zal dit nog veel duidelijker tot uiting komen.

Wat filmrecensies of films kijken betreft, dat staat voorlopig op een laag pitje opdat ik me volledig op fictie kan richten. Ik heb er wel mee leren schrijven en beschrijven en een basis gelegd voor wat ik nu doe, ook al vergt fictie een heel andere benadering. Mijn fascinatie voor het genre is ontsproten in het kijken van griezelfilms op relatief jonge leeftijd. Pedagogisch misschien niet verantwoord, maar ik kan mijn moeder daar nu alleen maar dankbaar voor zijn. Ik herinner me bijvoorbeeld nog goed hoe ik als jongetje, lang na bedtijd, samen met haar naar The X-Files zat te kijken. Dat zijn zo van die momenten waarvan ik nu besef dat ze mij meer gevormd hebben dan wat ik op school geleerd heb.

Een film aanraden? Moeilijk. Je hebt natuurlijk de klassiekers die iedereen kent en ik zou hier een ellenlange opsomming kunnen geven van goede horrorfilms (ja, ze bestaan!). Daar ga ik me niet aan wagen, omdat je dan in oeverloze discussies verzeild geraakt van wat wel en niet goed is. Wat ik wel kan zeggen is dat drie specifieke films mijn visie op film hebben beïnvloed en bij uitbreiding ook mijn leven een bepaalde weg hebben uitgestuurd: Cannibal Holocaust (1980), The Texas Chainsaw Massacre (1974) en The Lost Boys (1987).

 

 

6) Ik moet zeggen dat je negentien uitzonderlijke verhalen hebt geschreven. Van spannend, naar sci-fi, naar humoristisch. Je put overduidelijk uit verschillende bronnen. Kun je ons iets vertellen over je inspiratie? Welke auteurs inspireren je bijvoorbeeld? En zitten er ook verhalen tussen die jou als schrijver hebben verrast; in de zin dat het verhaal anders heeft uitgepakt dan je eerst dacht en waar je nu supertrots op bent? Hoewel de negentien verhalen dus je kindjes zijn en je eigenlijk geen onderscheid mag maken, (dat weet ik, dat weet ik) vroeg ik me toch stiekem af of er misschien hier en daar geen favoriete verhalen tussen zaten?

Goede vraag. Een moeilijke ook, die me weer tot nadenken stemt.

De diversiteit in mijn verhalen is voor een groot stuk te danken/wijten (afhankelijk van hoe je het bekijkt) aan mijn doel om mezelf als schrijver steeds uit te dagen. Ik wil verschillende stijlen uitproberen, verschillende thema's behandelen, mijn eigen grenzen aftasten om ze vervolgens te overschrijden. Soms resulteert dit in een luchtige pastiche (Verstopt), dan weer in grafische, compromisloze gruwel (Eldorado). Veelzijdigheid is een goede eigenschap voor een auteur. Toch ben ik iemand die in hokjes denkt. Veel schrijvers hekelen bijvoorbeeld het feit dat ze een stempel opgedrukt krijgen. Ik niet, ik wil me profileren als horrorschrijver. Ik geloof ook dat die ambitie in elk verhaal in deze bundel doorschemert, los van het feit dat er sporadisch zijwegen naar sci-fi, surrealisme en dergelijke worden ingeslagen.

Inspiratie is voor mij een bodemloos vat. Dat kan gaan om hele simpele dingen zoals een welbepaalde scène uit een film of een passage in een boek die me aan het denken zetten. Of iets diepgaander, zoals een ingrijpende gebeurtenis uit mijn eigen leven (Bezoek). Maar meestal zijn het nachtmerries die me deze verhalen influisteren, hahaha. Voorts probeer ik mijzelf niet teveel aan andere auteurs te spiegelen, hoewel ik me natuurlijk onbewust laat beïnvloeden door allerlei kunstenaars, gaande van schilders en schrijvers tot cineasten en muzikanten.

Ik weet niet of ik een verhaal uit deze collectie kan kiezen waar ik het meest trots op ben. Trots is niet zozeer het woord dat mijn gevoel hierbij beschrijft, maar als ik bijvoorbeeld deze bundel als lezer zou analyseren, zou ik "Voor eeuwig" waarschijnlijk het beste verhaal vinden.

 

7) Interessant dat je dat stelt, want dit is ook een van mijn favoriete verhalen, tezamen met "Honger" en "Terra Incognita" waar je soms een experimentele ingang neemt. Zou je daar iets over kunnen zeggen? Moeten we soms niet over de conventies heen stappen om het genre naar een ander niveau te brengen?

Daar heb je een punt. Zo las ik ooit een artikel waarin een autoriteit in het vak beginnende schrijvers afraadt om de jij-vorm als vertelperspectief te hanteren. Ik dacht meteen: fout. Je moet zoiets net wél proberen, want zo leer je pas hoe dat perspectief aanvoelt en welke mogelijkheden het biedt. Toen heb ik besloten om zelf een poging te wagen met het verhaal "Honger". Sowieso wil ik verschillende stijlen uitproberen, verschillende thema's behandelen, mijn eigen grenzen aftasten om ze vervolgens te overschrijden.

 

 

8) Je hebt de afgelopen vijf jaar aan zowat elke schrijfwedstrijd in het genre deelgenomen. Hoe belangrijk is zoiets voor de ontwikkeling van een schrijver?

Schrijfwedstrijden zijn een ideaal excuus om je productie op te drijven. Het is heel eenvoudig: oefening baart kunst. Door voortdurend te schrijven word je steeds beter. Korte verhalen zijn in dat opzicht een uitstekend medium omdat ze relatief weinig tijd in beslag nemen en je op korte termijn loon naar werken krijgt. Dit is goed voor de motivatie, zeker als je pas begint met schrijven. Ik kan me bijvoorbeeld voorstellen dat het erg ontmoedigend is om met een fantasy-trilogie te beginnen die volledig in je hoofd zit, maar die je niet op papier krijgt wegens tijdgebrek of andere obstakels. Veel beginnende schrijvers haken dan af. Bovendien zijn de Nederlandstalige genrewedstrijden een goede graadmeter om je niveau te toetsen. Ik denk aan de Paul Harland Prijs en Fantastels. Het deelnemersveld is zeer uitgebreid en er doen heel wat talentvolle nieuwkomers en gevestigde auteurs mee. Meestal krijg je een (uitgebreid) juryverslag waar je best wat van kan leren.



9) Dat is waar, maar, en ik speel hier even de advocaat van de Duivel, hoewel ik heb meegedaan aan wedstrijden en ook gewonnen heb, werkt het soms formule-achtig schrijven niet in de hand? En wordt dit tevens niet beloond- vaak voor en door dezelde groepje mensen; waardoor, als ik er als antropoloog naar kijk, er een bevestiging van naratieven ontstaat. En tegelijkertijd schrijvers gedwongen worden om tijdens de wedstrijd met elkaar te concureren, terwijl kunst per definitie vrij dient te zijn. Nogmaals, dit zeg ik niet uit rancune. Ik heb gewonnen en heb deelgenomen en ben volgens mij de enige schrijver in de PHP die met beide verhalen in de shortlist terecht is gekomen. Dit is gewoonweg een persoonlijke mening. Hoe denk jij hierover?

Anthonie, het klopt wat je zegt. Daarom is het raadzaam om niet teveel belang te hechten aan het resultaat dat je behaalt (goed of slecht). Je mag ook niet in de val lopen om verhalen volgens een bepaalde formule te gaan schrijven die in het verleden succesvol is gebleken, want zo stimuleer je eenheidsworst. Je eigen artistieke vrijheid is waardevoller dan het winnen van een schrijfwedstrijd. Het een hoeft het ander natuurlijk niet uit te sluiten. Het gaat mij vooral om het proces van het schrijven zelf. Mezelf voortdurend blijven ontwikkelen, dat is de voornaamste reden waarom ik deelneem. En ook omdat mijn werk dan een concrete bestemming heeft, in plaats van dat het een ongelezen word-document blijft ergens op mijn laptop.

 

 

10) Je hebt je op het internet laten ontvallen dat je bezig bent met een roman. Zou je ons daar iets meer over kunnen vertellen?

In tegenstelling tot mijn korte verhalen ben ik hier heel erg onzeker over. Ik ben iemand die veel inspiratie heeft en die ook voortdurend van me af moet kunnen schrijven. Dat lukt uitstekend met korte verhalen omdat je dan snel resultaat boekt. Ik heb moeite om me op langer werk te concentreren door de vloedgolf aan ideeën die op me afkomt. Maar ik wilde toch een keer proberen of ik het kon, zo’n roman schrijven. Toen een vooraanstaand redacteur van een belangrijke uitgeverij mij afkeurend bekeek toen ik dit nieuws meedeelde en me droogweg zei dat dit me waarschijnlijk niet ging lukken, was ik natuurlijk nog meer gemotiveerd. Ondertussen is die roman klaar. Enkele mensen, die me bij mijn vorige werk goed hebben bijgestaan, zijn hem op dit moment aan het lezen en ik verwacht hun opmerkingen ergens in het voorjaar van 2015 te krijgen. Ik weet nog niet of ik het bij mijn uitgever zal aanbieden. Het uitgangspunt is eigenlijk heel klassiek: een huis dat behekst is. Ik heb me dan ook vooral gefocust op de onderlinge verhouding tussen de gezinsleden die er wonen en steeds meer wegzakken in een spiraal van dood en verderf. Jongvolwassenen zijn de doelgroep, maar ze zullen over een stevige maag moeten beschikken want er passeren enkele choquerende scènes.

 

Dat klinkt veelbelovend en ik kijk er naar uit. Ik wil je in ieder geval bedanken voor dit interview. En voor iedereen die dit leest, bekijk ook eens de website van Tom Thys.

 

 

 

Biografie:

Tom Thys zette zijn eerste stapjes in het genre met het kijken en recenseren van horrorfilms voor www.itsonlyamovie.nl. Gaandeweg ging hij ook zelf verhalen verzinnen. Deze werden de afgelopen jaren in bloemlezingen, literaire tijdschriften en online gepubliceerd. Met zijn verhaal De Wondertoren won hij de Fantastels Feniksprijs. Ook behaalde hij de eerste plaats in de prozawedstrijd van Woordenstroom.org en de tweede en derde plaats in de W.J. Maryson Talent Award (Paul Harland Prijs). In oktober 2014 werden zijn beste verhalen gebundeld in "Volmaakt monster".

 

Bibliografie:

Publicaties: korte verhalen in Pure Thrillers, Unleash Award bundel Grenzeloze Fantasie, literair magazine De Brakke Hond, verhalenbundel Schaduwzijde en losse publicaties bij Parelz en op www.woordenstroom.org en denachtvlinders.nl, verhalenbundel Volmaakt monster bij Zilverspoor.

 

Voorgaande spotlights:

 

Patrick Brannigan

Joris van Leeuwen

M.J. Wolf

Thomas Olde Heuvelt

Marion Altena

Rik Raven

Mark van Dijk

 

 

 

 

 

 

 

 

 

“The All Year Around” van de band Dandelion.



De band Dandelion, niet te verwarren met de grunge band uit de jaren negentig, komt uit Volendam en bestaat uit vier jonge muzikanten.  De naam betekent “paardenbloem”, misschien wel een van de meest voorkomende bloemen, en past goed bij de stijl van de band. Hoewel ze uit Volendam komen, hebben ze niet (misschien wel Goddank) het typische “Volendamse sound”. Als er al een manier is om hun muziek te beschrijven, dan zou ik het omschrijven als folky pop, waarin de samenzang centraal staat. Op sommige momenten deed het me aan de folk van de jaren zestig en zeventig denken, zoals Crosby, Stills, Nash and Young. Hun composities zijn ingetogen, zuiver, meeslepend en opbouwend. Bij iedere nummer, zelfs tijdens het intro nummer, merk je meteen dat de band naar iets toewerkt. Het zijn vaak vrolijke en dan weer bespiegelende melodieën, die me terugbrengen naar de metafoor van de paardenbloem. Want hoewel ze soms liefelijk klinken, en de samenzang dit ook suggereert, zit er tegelijkertijd iets bijtends en duisters in hun teksten; net zoals de bladeren van een paardenbloem je kunnen prikken. 

Laten we daarom ieder nummer maar eens apart analyseren.

 

 

 

 

Yoko Uno

Een geweldige titel voor een openingsnummer dat op vele manieren naar hun invloeden uit de jaren zestig en zeventig verwijst. Het nummer begint dreigend, meeslepend en opbouwend. Het is een instrumentaal nummer, voornamelijk gecentreerd om de synthesizer, maar geeft je tegelijkertijd het gevoel dat er iets gaat gebeuren en net op het moment dat de climax bereikt wordt, breekt het nummer af en vormt het een intro voor het volgende (en eerste volledige) lied.

 

The All Year Round
Op de oppervlakte is dit een vrolijk deuntje, waar je makkelijk op mee kan zingen. Maar net zoals de paardenbloem is niets zoals het lijkt. “The bite” zit in het nieuwsbericht dat in het midden van het nummer is geplaatst. Thematisch deed het me denken aan het Beatles nummer A Day in the Life. (Misschien ook een reden waarom het nummer hiervoor Yoko Uno heette?) Het nieuws bericht zelf deed me aan Wednesday Morning, 3 a.m. van Simon and Garfunkel denken. Ook hier wordt het nieuwsbericht gebruikt voor de dramatiek, die verzwolgen wordt door de mooie samenzang. Toch lukt het Dandelion om een eigen geluid te creëren; wat niet ieder nieuwe band onmiddellijk lukt. Dus hoewel het nummer vrolijk aan doet klinken, is het onderwerp dat niet. Wat tevens weer de paardenbloem verklaart. Het is mooi. Je kunt er naar kijken, maar als je het probeert te plukken kan het je ook steken.

 

Fox of Hayes
Het nummer begint met een akoestisch gitaar en deed me in het begin het meest denken aan Nash. De tekst is zowel mooi als poëtisch. “Fox of hayes; takes me to places, why do you keep me waiting.” Hoewel het nummer hier ook vrolijk klinkt, is de thematiek dat niet. Wat in het midden van het lied naar voren komt als de zanger plotseling uithaalt en naar de luisteraar zingt: “Admit it, your brainwashed. And the fox killes us all”. Dit geeft een diepgang aan het nummer, die niet onmiddellijk aan de melodie te merken is. Dit is knap en doet me opnieuw denken aan de twee kanten van de paardenbloem. Het nummer eindigt abrupt en gaat over naar de single van de EP.

 

 

 

 

 

Almost Asleep
Dit is werkelijk een prachtig nummer. Het begint met een piano intro tezamen met de drum, gevolgd door een breekbare stem die zingt: “The moon, throw your silver light on me.” Bij het volgende couplet nemen de achtergrond stemmen je mee naar een ander plek, zoals de wind je soms kan meeslepen naar een hoger niveau. De dreigende en melancholische piano, geeft het nummer een enorme kracht van introspectie. Het creëert beelden van nachten en bossen; van iemand die in het donker door een bos loopt, op zoek naar zichzelf. De conclusie is zowel breekbaar als eerlijk: “But all the words come back to me and soon there will be no one left but me.”

 

Zie ook de videoclips van Fox of hayes en Almost Asleep op hun website.

 

Mark this Flea
De opbouw van dit nummer is geheel anders. De eerste seconden lijkt het een beetje op grunge, met feedback, een gitaar (?)  totdat de rollende drum en piano het overnemen, waardoor het nummer, muzikaal, op een dolgedraaide carrousel doet denken. De stemmen vormen de zwaartekracht die het lied diepgang geven en de losse akkoorden naar beneden trekken. Het is niet alleen een carrousel maar ook een achtbaan. De stemmen sluiten naadloos op elkaar aan. (En ik denk dat ik hier drie stemmen hoor, die tegen elkaar opboksen en dan weer samenvloeien.) Misschien, in mijn optiek tenminste, het beste nummer op de plaat. Vooral door de gitaarsolo waarmee het nummer eindigt (en die in mijn optiek veel langer had mogen duren) en het nummer een edge geeft die op de andere nummers wel aanwezig was, maar op de achtergrond werd geduwd. De tekst “mark this flea, you are not killing one but three” heeft zowel een symbolische als een melancholische waarde.

 

Big Oak Door
Melancholie is het thema van het volgende nummer. Opnieuw gedragen door de piano. In compositie deed het me denken aan Almost Asleep, hoewel de teksten hier meer inhoud hebben. Het gaf me beelden van een jongen die terugkijkt naar zijn jeugd, zijn eerste liefde en alles dat verdwenen is. Tekstueel zonder enige twijfel het sterkste nummer op de plaat en de samenzang rond 2.08 in het nummer is van een ongekende schoonheid en tilt het nummer plotseling omhoog. (Let hierbij vooral op de octaven van de stem op de achtergrond.) Rond 2.50 neemt het nummer een wending en wordt het donkerder, iets agressiever, voordat het weer terugkeert naar de stem en de piano en de prachtige eindconclusie: “And now she is all I see…”
Een prachtig einde van een mooie plaat.

 

Het is overduidelijk dat Dandelion door de jaren zestig en zeventig is geïnspireerd. Het is ook overduidelijk dat samenzang de kern van de composities vormen. In deze zin is het een goede en ingetogen plaat om op een zondagmiddag uit je stereo te laten knallen. De samenzang is zo goed, dat het me soms aan iets vloeibaars en organisch deed denken.

 

En hier, hoe minuscuul ook, zit ook mijn kritiek. Voor een debuut is dit een goede plaat, maar je merkt tevens dat het een band is die zichzelf nog verder probeert te ontwikkelen en zowel liefelijk en prikkeligheid bijelkaar brengt. Deze prikkeligheid, hoewel dit officieel geen woord is maar wel goed bij deze plaat past, mag van mijn iets meer op de voorgrond treden. Het voelt nu te voorzichtig: als de eerste stapjes op dun ijs, terwijl het kind de hand van zijn vader nog steeds vasthoudt. Ik aan de andere kant zou ze bijna willen toeschreeuwen: laat de hand los, scheur met die gitaren, beuk op het drumstel, laat de diepgang van je teksten ook in de composities terugkomen. Maar nog veel belangrijker. Wees niet te voorzichtig. Experimenteer. Durf risico’s te nemen, want dat is namelijk de enige manier om vooruit te gaan.

 

Als schrijver heb ik een grote respect voor andere kunstenaars die zichzelf continu blijven ontwikkelen en vernieuwen. Misschien sla je soms de plank mis, soms heb je een doeltreffer; waar het echter om gaat is dat je speelt en de gevoelens, ook de rauwe gevoelens, neerzet.

 

 

 

 

Ik hoop dus nog veel van Dandelion te horen, want dit smaakt naar meer.

 

Bekijk de website van de band (vol met videoclips) en bestel HIER de plaat.

 

Soms verwacht je geen recensies en komen ze toch plotseling binnen. Dit is een recensie van mijn promotiebundel "In de achteruitkijkspiegel" die hier gratis te vinden is. De recensie is geschreven door Wendy Koedoot.

 

Recensie: In de achteruitkijkspiegel

Dit is een bundel met 5 verhalen van elk 2 hoofdstukken. Zoals de schrijver al in het voorwoord zegt, is dit een kennismaking met zijn verhalen en schrijfstijl. Zo ook voor mij.

 

Het eerste verhaal heet “ Isabelle” en is nog niet eerder gepubliceerd. Het is gebaseerd op een gedicht van Edgar Allen Poe . Het gaat over Isabelle, een oudere vrouw met een lelieblanke huid en donker haar. De verteller is dichter en schrijft over haar zoals hij haar ziet. Hij vertelt het aan haar zelf op het moment dat hij haar smeekt naar hem te kijken. Wat er gebeurt, valt niet te voorspellen.

 

Het tweede verhaal heet “De schrijversstoel” en gaat over het gezin van een schrijver die bij elkaar is op de dag dat de vader begraven wordt. De stoel is bijzonder in zijn soort, de vader heeft de kinderen altijd verboden erop te gaan zitten. Het is een stoel waarmee je terug in de tijd gaat, volgens vader. Op een dag gaat de dochter des huizes er toch een keer in zitten. Ze is nooit meer de oude geworden. Op de dag dat vader begraven wordt, besluit de hoofdpersonage er zelf in te gaan zitten. De gevolgen zijn gruwelijk.

 

Het derde verhaal heet “Vergevingsgezindheid”. De verteller is in therapie. De therapeut weet niet dat hij schimmen ziet en stemmen hoort. Hij is een medium. De stemmen zeggen ook nu weer wat hij moet doen. En dat doet hij. Het plot is open maar je weet wat er gebeurt is.

 

Het vierde verhaal is het titelverhaal van deze bundel “In de achteruitkijkspiegel” en gaat over Sophie, die zojuist in het donker iemand heeft aangereden maar niet durft te wachten op de politie en haar consequenties te nemen. Ze loopt met haar ziel onder de armen een kroeg in de hoop dat niemand haar gezien heeft. Ze durft niet naar haar partner David. Wat zou ze moeten zeggen? Natuurlijk komt er een bekende op haar af, maar die weet ze af te poeieren. Als ze uiteindelijk thuis is, is David er niet. Dan gaat te gelijktijdig haar telefoon en de deurbel en staat de politie aan de deur … Het is een verrassend en zeker niet voorspelbaar plot. Erg goed geschreven.

 

Het vijfde verhaal heeft als titel “Moordplekken“ en beschrijft het verhaal van een man, Conlon, die een obsessie heeft voor de Dood en nu een date heeft met een gelijkgestemde. Een afspraakje op een kerkhof is dus niet zo raar. Óók bekijken ze een huis dat niemand wil kopen omdat ze behekst zou zijn. Als ze in een kroeg aankomen, blijkt haar obsessie voor de Dood toch anders te zijn dan hij had gedacht. Niet te voorspellen plot.

 

Als laatste verhaal zijn twee hoofdstukken van de novelle “De kerstboom “ toegevoegd. Dit verhaal wordt verteld uit het perspectief van een kunstkerstboom, vanaf het moment dat hij gekocht wordt door zijn nieuwe eigenaar. Het is voor een kerstboom niet altijd even duidelijk wat mensen bezielen, maar hij weet wel dat hij er maar tijdelijk is en dan weer in een doos wordt gestopt tot volgend jaar. Erg leuk geschreven, nooit geweten wat een kerstboom allemaal mee maakt.

 

De bundel eindigt met een biografie van de auteur.

 

De kennismaking met het werk van Anthonie Holslag is me goed bevallen, zijn schrijfstijl bevalt me. De verhalen zijn een mix van suspense, thriller, en fantasy en bevatten ook de nodige humor. De verhalen lezen vlot en smaken naar meer.

4 sterren."

 

Wendy Koedoot


 

 

Om het boek te lezen, klik hier.

 

Voor meer informatie, klik hier.

 

Voor meerdere schrijver, klik hier.

 

“Het Lot probeerde mij te doden. Toch adem ik nog steeds.”
Patrick Brannigan
Evenbeeld




Het boek Evenbeeld gaat in de kern over een wereld in een wereld en net zoals vele boeken met dit soort thema’s brengt je dit tot existentiële vragen. Is deze wereld echt? Of is deze wereld een onderdeel van iets anders? Iets wat we niet overzien? Een groot onzichtbaar Lot?

Het boek deed me in sommige opzichten denken aan de betere en claustrofobische werken van Philip K. Dick (en in dit geval met name The Penultimate Truth), andere keren weer aan de film de Matrix. Dit zijn ook de meest voor de hand liggende vergelijkingen. Toch is dit boek anders. Als ik een betere recensent zou zijn, zou ik een catchy platitude schrijven zoals: "dit boek is een mix van de paranoia van Philip K. Dick, tezamen met de metaforische oorlog van de Matrix in apocalyptische en Bijbelachtige proporties”. Of zoiets. In de zin dat het boek in de kern draait om verlossing. Verlossing van het “echte” leven. Verlossing van de duisternis. Verlossing van de krochten waarin we leven. En uiteindelijk (zonder al teveel te verklappen) verlossing van de droom waaraan we vasthouden en daarmee ook Het Lot.


Of zoals de hoofdpersoon denkt: “Toch adem ik nog steeds.”


Wat Evenbeeld boven boeken van deze genre doet uitsteken is dat het zichzelf, zoals dit soort verhalen soms doen, niet implodeert of opblaast. Het verhaal blijft makkelijk te volgen ook al worden twee werelden samengevoegd en probeert de schrijver, in het begin tenminste, beide werelden even veel aandacht te geven. Dit zwakt aan het einde iets af, waarbij de grauwe werkelijkheid wordt weggedrukt en de droomwereld meer plaats inneemt; afgebeeld in mooie omvangrijke landschappen tegenover donkere tunnels en zwarte krochten.

En juist dit zette me aan het denken. Is dit verhaal misschien niet een analogie voor onze drang naar escapisme en het vluchten in een fantasiewereld? Het is immers niet voor niets dat de twee werelden zo ernstig contrasteren. Een donkere en vervuilde wereld tegenover een wereld, in een andere tijdsperiode, waarin vrijheid op alle fronten tastbaar is.

Op deze manier weet Patrick Brannigan de thema’s en motieven van het verhaal goed te verweven tot een kruidig balsem en overstijgt hij per definitie, wat is het?, vier of vijf genres. En om genres te overstijgen dien je ze goed te kennen, om daarna met de grenzen te spelen en ze te verleggen. Dit lukt Patrick Brannigan op een zodanige manier dat je nooit weet waar je aan toe bent. (Tevens de grootste kracht van zijn composities en schrijfstijl.)

Dat neemt niet weg dat ik in het begin het gevoel had dat het verhaal moeilijk van de grond kwam; als een dieselmotor dat langzaam op gang stoomde, en dat het boek pas naar gelang, vorm, contouren en kleur begon te krijgen. Het neemt ook niet weg dat ik aan het einde het gevoel had, hoewel de climax goed is uitgewerkt en je meesleurt, dat de droomwereld uiteindelijk meer en meer op de voorgrond treed, waardoor de strijd in de echte wereld (de innerlijke strijd) bijna secundair lijkt.

Maar misschien was dit ook wel de bedoeling. Misschien is dat wel het leven. Misschien verkiezen we allemaal wel de droom boven de werkelijkheid.

Misschien kiezen we aan het einde allemaal voor “ademen”.

Als ik een betere recensent zou, had ik het misschien bij een “mix van de paranoia van Philip K. Dick, de grootsheid van de Matrix in apocalyptische en Bijbelachtige proporties” gelaten.

Maar ik ben dan ook geen goede recensent. Wel een liefhebber van lezen en boeken en dit boek is het meer dan het waard om gelezen te worden. Nee, een boek dat gelezen dient te worden. Ook al is het alleen maar om te ademen.

 

 

 

 

Om het boek te kopen, klik hier.

Voor gesigneerde exemplaren of om de schrijver beter te leren kennen, klik hier.

 

Blog

Contact