Navigatie

 

 

 

 

Handzame uitgave met het bijzondere verhaal van Ronny het kleine spinnetje. In het verhaal zijn een vertelling, informatie over spinnen en omgaan met gevoelens op lichtvoetige en inzicht gevende wijze met elkaar verweven. Ronny is de kleinste in een groot spinnengezin. Hij is voor veel dingen bang en twijfelt erg aan zichzelf. Zijn moeder is trots op hem, gelooft in hem en voorspelt hem bijzondere gaven op het gebied van het maken van een bijzonder spinnenweb. Ronny voelt zich getroost door haar woorden. Haar gedrag en haar woorden sterken hem bij het nemen van moeilijke stappen in zijn leven: van het omgaan met spinnenvriendjes tot het durven maken van een web, maar ook op het vlak van naar school gaan, volhouden en doorzetten. Dit mooie verhaal wordt met veel inlevingsvermogen verteld en is droomachtig en liefdevol geïllustreerd met paginagrote kleurentekeningen in aquarel en inkt. Indeling in 13 hoofdstukken, vrij stevig papier. Een boek voor thuis en school; om voor te lezen, om de inhoud te bespreken, maar ook om zelf te lezen door enigszins gevorderde lezers. Deze combinatie van realisme en reflectie is ook bruikbaar in therapeutische situaties. Voorlezen.

Vanaf ca. 4 jaar; zelf lezen vanaf ca. 8 jaar.

 

Recensent: Mart Seerden, Biblion

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De stad is een jas

 

Een vriend van mij en mede-dichter vertelde me ooit eens dat dichten het zingen is van verstrengelde woorden, zonder muziek. Het is een kunstvorm die op zichzelf dient te staan. Gedeeltelijk tijdloos is. Martijn Adelmund geeft dat in zijn boek ook aan. Hij geeft er zelfs nog een sterkere betekenis aan, die in deze tijd uiterst urgent en belangrijk is: “Niemand lijkt nog ergens versteld van te staan, geïnformeerd en verstomd als we zijn door een constante stroom van digitale informatie. In deze wereld is het de taak van de kunstenaar om weer fantasie en verwondering te brengen en om het bekende weer nieuw en onbekend te maken. Daar schrijf ik over – als stadsdichter, maar ook anderszins.”

 

 

En verwondering brengt hij en het bekende maakt hij weer onbekend.

 

 

In deze bundel zijn gedichten opgenomen van de drie jaar waarin Martijn stadsdichter was van Wageningen. Het boek biedt interviews, achtergrond informatie, foto’s om de gedichten te contextualiseren. Zoals hij zelf aangeeft: Een stadsdichter is niet zomaar een dichter, maar een gelegenheidsdichter, een dichter “die als persoon herkenbaar dient te zijn als ‘poëtisch ambassadeur van zijn stad’. Hij verbindt door zijn werk én in persoon.”

 

 

Hierdoor is deze bundel misschien anders dan andere gedichtenbundels. Het gaat hier niet om zelfstandige en tijdloze gedichten. Integendeel zelfs. Het zijn gedichten die aan een specifieke plek, plaats, gebeurtenis of gelegenheid zijn verbonden. Dit alleen maakt de bundel een soort tijdscapsule van Wageningen: drie jaren waarin je getuigen bent van hoe Wageningen, maar ook de wereld is veranderd en de dichter, de kunstenaar, steeds weer die verwondering zoekt.

 

 

Toch doet Martijn Adelmund, als “gelegenheidsdichter”, zich met deze omschrijving tekort. Hoewel de gedichten soms op bevroren momenten lijken, waarin de dichter van het bekende iets onbekends wilde maken, maakt hij ze tegelijkertijd universeel in een kunstvorm die op zichzelf staat. Let op de volgende woorden in het gedicht “Oerknal”: “De geur van inkt stijgt uit onze gracht, die wij zinloos dempen, omdat we het werken zo beminnen. Ja wij allen diep van binnen, zijn toch makers in ons hart.”

 

 

Deze enkele zinnen laten een veel diepere inzicht zien dan een gelegenheidsdichter zou doen. Dit gaat terug naar de kern van wie wij als mens zijn.

 

 

Ook de zelfreflectie en de wonden die dichters zichzelf aandoen, laat hij zichzelf niet bespaard als hij het heeft over zijn Duitse achtergrond en de ingewikkelde band deze heeft met de Tweede Wereldoorlog. Zijn opa was Duits en persfotograaf, zijn moeder een Nederlandse die bijna in Rotterdam was omgekomen. Toch werd hun auto na de oorlog nog steeds beklad en hing er een schaamte rond zijn achternaam. Hij stelt dat “verhalen krachtiger zijn dan de waarheid”, iets waar ieder schrijver het slechts mee eens kan zijn. Soms is de geschiedenis niets meer dan door verhalen opgebouwd. Toch toont Adelmund een vorm van kwetsbaarheid die dieper gaat dan een verhaal:

 

 

Hoe vrij is het woord
als een letter een klank
70 jaar onuitgesproken
in de familie nog gevoelig luidt
geen kras op de auto
geen steen door mijn ruit
geen leuzen moeizaam
weggeboend
Vandaag is mijn naam
weer Adelmund

 

 

Dit is lef. Dit is het tonen van een innerlijke kracht. Het openen van een wond en deze wond geheel vertonen.

 

 

Of in het gedicht “Welkom thuis”:

 

 

THUIS is thuis in alle talen
zelfs in die van u
woorden ja ook deze
doen er echt niet toe
dit is geen plek
maar een gevoel.
THUIS.

 

 

Een gedicht geschreven bij de opening van een sociaal-cultureel centrum “Thuis”, maar die bijna net zoals alle gedichten die in deze bundel verzameld zijn een universele thema weten te raken die veel meer diepgang heeft dan je bij een “gelegenheidsdichter” doet vermoeden.

 

 

Een gedicht dat ik niet ongemoeid kan laten is het gedicht “De langste nacht” voor een benefietavond voor Syrische vluchtelingen. Ik ben als onderzoeker (en niet alleen als schrijver) bekend met de lyrische vorm van dichten uit deze streken en het gedicht dat Adelmund hier schrijft, bevat niet alleen deze vorm, maar brengt het gedicht weer tot een kern die menselijk, bekend en universeel is:

 

 

Aan deze tafel waar zich harten openen
en dames lachen als de jonge meisjes
die zij waren en wij oude mannen
ons weer kinderen wanen
heb geduld.

 

 

Deze bundel gaat verder waar de meeste bundels ophouden. Het geeft context aan gedichten. Toont de experimentele kant van Adelmund, zoals het gedicht “Wat als het wiel” waar de dichter en het gedicht in een enkele foto samenkomen en dat Adelmund, een veelzijdige kunstenaar is die Wageningen kleurt. De titel van het boek “De stad is een jas” verwijst naar het gedicht “De jassentemmer” waarbij Adelmund een gedicht schreef over het tienjarige burgermeesterschap van de heer Rumund. Maar niet alleen Rumund heeft deze jas gedragen. Adelmund ook. Drie jaar lang. En heeft daarbij met zijn gedichten, kunstobjecten, en zijn geloof in verhalen, een enorme bijdrage geleverd aan Wageningen, maar nog meer aan de dichtkunst in Nederland in zijn geheel. Voor Adelmund zijn verhalen inderdaad krachtiger dan de waarheid en is het de taak van de dichter fantasie en verwondering te brengen en om het bekende weer nieuw en onbekend te maken. Hierin is hij volledig geslaagd. Deze recensie sluit dan ook gedeeltelijk met de woorden die Adelmund zelf heeft geschreven en opnieuw de gelegenheid van het gedicht overstijgt:

 

 

Als onze stad een jas zou zijn
zoals een dichter ooit beweerde
wie zou er dan te koop mee lopen
welke dames welke heren
droegen dan dit kledingstuk
alsof ze hem zelf hadden gemaakt.

 

 

Hoewel ik de vraag niet kan beantwoorden en ik vermoed dat velen de jas gemaakt hebben, weet ik zonder enige twijfel dat één draad, één stukje verwevenheid, Martijn Adelmund is geweest.

 

Anthonie Holslag

 

 

 

 

 

 

 

Spotlight: Martijn Adelmund

 

 

 

 

Dit keer valt het spotlicht op Martijn Adelmund. Maar we beginnen iets anders dan gewoonlijks, omdat Martijn naast een fantastische schrijver ook een fantastische dichter is. Dus voordat we beginnen met het interview, hier eerst een gedicht door Martijn geschreven:

 

Bij paaltje no. 5

 

Wij nummeren het landschap graag
brengen het in kaart, slaan paaltjes
hakken het in stukjes
hangen bordjes op ‘Wees zuinig op de Dijk’
Maar de ochtendnevel kruipend op het veld
heeft daar echt geen boodschap aan
Een man op een fiets met bruine aktentas
en dito das die kwam hier

 

op een ochtend langs
om paaltje 5 te controleren
Spreeuwen zwermden in de diepblauwe lucht
De man had er geen boodschap aan
Hij zette achteloos een kruisje in digitaal carbonpapier
en heeft zich kort daarna niet ver van hier
stevig lamgezopen troosteloos
verloren in de leegheid van ’t bestaan.

 

Geschreven bij een nietsbeduidend paaltje op de Grebbedijk, genummerd ‘paaltje 5’.

Martijn Adelmund
Stadsdichter van Wageningen

 

 

 

 

 

 

Beste Martijn, bedankt voor dit interview. Naast schrijven doe je ook heel veel theaterwerk en kunstwerken. Hoe combineer je deze verschillende elementen? Oftewel: hoe zie jij het verband tussen al je verschillende werken?

 

Ik heb in 2014, na het verschijnen van Heksenwaan, besloten om zelf nog zo min mogelijk reclame te maken voor mijn boeken. We worden al zo erg bestookt met reclame-uitingen, via alle media. Ik vraag me af of dat nog werkt. Liever geef ik mensen een voorproefje, of bied ik een ervaring die raakt aan mijn verhalen en die dezelfde sfeer ademt. Zo maak ik de mensen deelgenoot van mijn werk. Iris Compiet en ik zijn vanuit die gedachte The Grim Collective begonnen. Dat is het moment dat ik beeldende kunst als een onderdeel van mijn werk ben gaan zien. Later kwamen poëzie en theater daarbij, omdat ik stadsdichter van Wageningen werd.

 

Hoe dat werkt?

 

Nu schrijf ik bijvoorbeeld aan een boek, waarin ik mijn eigen liefde voor boeken tot uiting wil brengen. Het gaat over zogenaamde ‘bestiaria’ – encyclopedieën van fabeldieren. De hoofdpersoon werkt op de oude handschriftenafdeling van een bibliotheek. In het boek wil ik naast de tekst ook geïllustreerde middeleeuwse manuscripten afbeelden en dat combineren met fantasiewezens, getekend door een hedendaagse illustrator. Het boek moet zelf ook aanvoelen als een bestiarium, waar je als vanzelf in gaat bladeren en stukjes uit wilt lezen. Dit project heeft zoveel beeldende kanten, dat het in mijn beleving schreeuwt om een expositie. Ik heb al dat materiaal nu toch bij de hand.

 

Als ik schrijf, dan dompel ik me onder in het onderwerp waarmee ik bezig ben. Ik doe veel onderzoek naar hoe zaken eruitzien – zodat ik het aan mijn lezers kan beschrijven. Zo’n expositie zou mensen direct inzicht geven in die materie. Het is dan een verlenging van het boek, een vorm van multimediaal verhalen vertellen. Max Havelaar met zombies (2016), mijn vorige boek, had iets soortgelijks met theater. De boodschap van dat boek vroeg er om, om in dialoog te gaan – mensen in de ogen te kijken. Tijdens het schrijven waren er zoveel overwegingen en ethische dilemma’s die ik tegenkwam. Die wil ik delen met het publiek en daarom bezoek ik podia om het verhaal te vertellen. Dit najaar, tijdens de museumnacht in Amsterdam, treed ik bijvoorbeeld op in het Multatuli Museum, met zombie-acteurs, en Indische muziek, maar ook met een serieuze boodschap. Het verband tussen de verschillende werken is dus altijd het verhaal en dat verhaal vindt zijn optimale vorm.

 

 

 

 

 

 

Als je naar je poezië en je boeken kijkt zijn er thema's die steeds weer terugkeren? Zoja, welke en waarom?

 

Mijn boeken hebben vaak een historische invalshoek, (heksenvervolgingen, kolonialisme, onopgeloste mysteries). Ik ben gefascineerd door ons verleden en hoe dat in een verwaterde vorm tot ons komt. Bronnen worden altijd gezien door de ogen van nu, en bronnen liegen soms.

 

Ik denk dat die fascinatie komt door mijn van oorsprong Duitse familie. Dat heeft me geleerd dat de kracht van verhalen groter kan zijn dan de werkelijkheid. Toen mijn familie na de oorlog zijn huis weer opzocht, woonde daar een joods gezin. Hun huis was weggegeven. De auto werd tot jaren na de oorlog beklad. En dat terwijl mijn oma – een Nederlandse - tijdens het bombardement op Rotterdam op straat net zo goed in de vlammenzee heeft gestaan; mijn opa heeft voor het verzet in een knokploeg gezeten, sommige van zijn familieleden bij de NSB... Ik heb nooit de behoefte gehad om precies uit te vinden hoe het destijds allemaal zat. Wat maakt het uit? Verhalen zijn krachtiger dan de waarheid. Daar ben ik mee opgevoed.

 

Dat is dus een centraal thema: de kracht van verhalen, die niet altijd ten goede werkt. Wat mij nu bezighoudt, is de tegenhanger van deze bittere familiegeschiedenis: lichtvoetigheid, humor, familie. Beide elementen vind je terug in mijn boeken en poëzie.

 

In Max Havelaar met Zombies pak je een heel andere genre bij de hoorns. Hoe was het om dit te doen? En hoe verschilde dit genre met het werk dat je hiervoor hebt gedaan?

 

De combinatie van het bittere met de humor, dat vind je terug in mijn Max Havelaar. Het boek heeft een serieuze boodschap ontleend uit het koloniale verleden, maar die boodschap wordt verpakt in een vorm die niet iedereen serieus neemt: een zombieroman. Het was een genot om te maken, omdat het zo aansloot bij alle thema’s in mijn werk. Bovendien studeerde ik taal- en cultuurwetenschap, dus het ontrafelen van alle verhaallijnen uit de oorspronkelijke Havelaar en het doen van onderzoek rond dat boek vond ik heerlijk. Ik sluit niet uit dat ik nog een keer een klassieker op deze manier ga behandelen.

 

Zie ook: Schrijversharten.

 


Een complete bibliografie:

 

 

Boeken
Heksenjacht, Jeugdnovelle 2016
Max Havelaar met zombies, Roman, 2016
Heksenkind, Jeugdroman 2014
Heksenwaan, Jeugdroman, 2014
Sinterklaasgeheimen, Nonfictie, 2011
Het Groot Veluws Winterboek, Nonfictie, 2011
De toverlantaarn, Jeugdroman, 2010
Zo ging dat toen - geboorte, Nonfictie, 2008
De Verborgen Geschiedenis van de Tweede Wereldoorlog, Nonfictie, 2008
De Verborgen Geschiedenis van de Oranjes, Nonfictie, 2008
Mysteries in Nederland, Nonfictie (reeks, 16 delen), 2006-2008

 

 

Poëzie
Stadsdichter van Wageningen, Gemeente Wageningen, divers werk, 2015-2018
Huisdichter van museum, De Heksenwaag Oudewater, divers werk, 2016-2018
Diverse bloemlezingen, waaronder recent Ganymedes (2016), Fantastische Vertellingen (2016),
Met en zonder stadsmuren (2016) en Allerheiligen bezeten woorden (2016)

 

 

Tekstinstallaties
Doe geen kwaad, In Speeltuinvereniging Tuindorp, 2018 (gepland)
Landschapsgedichten, Tijdens de Culturele Ronde Wageningen (1e prijs), 2017
Waaggedicht, Op de gevel van De Heksenwaag Oudewater, 2016-

 

 

Voorgaande spotlights:

Chris Polanen

Corina Onderstijn

Jasper Polane

Sophia Drenthe

Anaïd Haen

Tisa Pescar

Terence Lauerhohn

Firma Tacker en Tape

Pepper Kay

Kim Houtstra

Pen Stewart

Olga Ponjee

Adrian Stone

Tom Thys

Patrick Brannigan

Joris van Leeuwen

M.J. Wolf

Thomas Olde Heuvelt

Marion Altena

Rianne Lampers

Rik Raven

Mark van Dijk

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Prijsvraag bij Thrillers and More

 

 

Een prijsvraag bij de website "Thrillers and more", waar je twee boeken van Toevluchtsoord kunt winnen. Kijk snel naar het interview om het antwoord te vinden. De prijsvraag loopt tot 30 november 2017.

 

 

 

 

 

Track to track analyse van  “Musik an augen zu welt aus“ van Seance

 


Dit is de tweede studio album van de formatie Seance. Een band die qua geluid tegen Neil Young aanschurkt, maar tegelijkertijd een eigen sound weet te creëren. Zodanig zelfs dat het me op sommige momenten meer aan Fugazi, Alkaline Trio, At the Drive In of Bad Religion deed denken. Wat zowel een interessante als een explosieve combinatie teweeg brengt. Deze band, die uit Haarlem komt, maakt in de eerste instantie niet de meest toegankelijke muziek. Maar als je het paar keer beluisterd, besef je dat deze band het niet schuwt om te experimenteren of grenzen te overschrijden en dat ze door invloeden als Neil Young, Fugazi en andere punk bands een rock en roll/ punk sound hebben samengesteld die zowel uniek als meer dan de moeite waard is om hun ontwikkeling te volgen.

 

Het is tevens een band met een verleden. Zo komt de titel van het album van de drummer die na hun eerste album door een tragisch ongeluk is overleden. Zijn uitspraak was bij ieder nummer: “Muziek aan, ogen dicht en wereld uit” wat de album tevens goed weergeeft. Dit is een album om je ogen te sluiten en meegenomen te worden. In deze universum bestaat de buitenwereld maar slechts uit de linkse en rechtse hoeken en uppercuts die de muziek je brengen. De huidige bezetting bestaat uit: Ronnie (zang+gitaar), Marnix (lead gitaar), Ron (drums) en Joost (bass).

 

 

 

 


Track to track analyse:

 

Zoals ik eerder schreef, verwacht een achtbaan die zowel tekstueel als muzikaal je van links en rechts tegemoet komt. Het album bevat vanaf het begin een energie die het weet vast te houden tot aan het einde. (Een reden waarom het me ook aan Fugazi deed denken.) De muziek is ruig. Schurend. Soms onzuiver, maar opzettelijk, waar de punk invloeden duidelijk hoorbaar zijn. Het is een album om op je koptelefoon te plaatsen en zowel door de muziek, gitaren, time changes (waar er behoorlijk wat van zijn) en teksten meegenomen te worden.

 

Laten we beginnen met het eerste nummer:

 

Chrysalism

Dit is zonder meer één van mijn favoriete nummers op de plaat. Het begint langzaam met een gitaar en een bas, als stilte voor de storm, voordat het zich rond 0,25 seconden het opbouwt. De teksten zijn sterk:

 

From what I’ve heard
The past is black and the future blue
Both from burning
Both from burning
Both from burning
But you’ve got me worrying

 

Dan komt de refrein die de volgende onheilspellende regels blijft herhalen:

 

From here to there
From here to there
From here to there

 

De volgende regels geven me kippenvel:

 

For what it’s worth
Erase the past or evade the new
It’s both learning
It’s both learning
It’s both learning
But you’ve got me worrying

 

En na de tweede refrein breekt de hel los. Begint de gitaar te scheuren (rond 2.30) en neemt de vaart toe, om na de derde couplet terug te vallen op een kleine drumsolo. Maar dan komt het knapste van dit nummer rond 4.15 neemt de gitaar het over, waardoor een melodie ontstaat die het nummer naar een onverwacht einde brengt.

 

New Dawn

Dit is zo een nummer die me aan Fugazi en Bad Religion deed denken. Het is een punker. De teksten zijn rebelachtig en de instrumenten komen allemaal samen om de teksten te versterken. Ik wil niet alle teksten beschrijven. Dit is een album die je zelf dient te ontdekken. Maar dat dit album kritisch is en politiek geladen, komt uit de volgende teksten naar voren:

 

I can not stay, I can not stay, this I know for sure.
Count the planets. Count the stars. Count in the war.

 

Come big ideas
Cast away all fears
Come on. Bring on a new dawn.

the Hedonist


Dit nummer begint met een gitaar en neemt wat gas terug, tot aan 0,15 minuten waarin alle instrumenten samenkomen en vooral de gitaar een hoofdrol speelt. Ik kon me niet ontrekken aan het feit dat het nummer aan het begin wat Egyptische invloeden had, maar al snel veranderd in een punker. Ook hier is de samenstelling van tekst en muziek die het nummer kracht geeft.

  
Shallow. hallowed crawlspace
Overblown surface
Accidental desires
C’est la fuckin vie

 

This hedonistic love affair
With my hands up in the air

 

Rond 2.00 breekt het nummer los en rond 2.40 is er in het nummer een time change dat het nummer in een andere melodie stuwt, maar die uiteindelijk weer terugkomt bij de melodie die door het hele nummer aanwezig is. Het is niet makkelijk uit te leggen, maar het is behoorlijk knap gedaan. Dit zijn geen gemakkelijke nummers. Maar nummers die veranderen, terugkomen, als eb en vloed, en die nooit stilstaan. Het zijn geen monotonige melodieën, maar melodieën die loslaten, als water en olie, maar ook weer samenkomen. Het is muziek zoals je deze het liefst zou willen hebben.

 

One to Ten

Ook een nummer dat me aan Bad Religion deed denken. Voornamelijk in de teksten, Het begint met een gitaarriff gevolgd door een drum. Hoewel het punkachtige kanten heeft, deed het me eerder aan rock ‘r roll denken. De teksten zijn supersterk:

 

Sitting home and sitting still
In my ear I hear overkill
Can’t find my tunes lately
Can’t tune out of mediocrity

 

Of:

 

Fuck bad radio
I can’t hear it no more
Seems like I’m alone
Fuck bad radio

 

Een nummer tegen de huidige muziekindustrie en de smakeloze en steriele muziek die ze op de markt brengen. Het tegenovergestelde van wat Seance componeert. Een band die het aandurft om gitaren te laten scheuren, soms een valse noot te laten zingen en dingen niet te polijsten. Daarin ligt ook de kracht van deze album. Het loslaten van de kunst zodat deze voor zichzelf spreekt. En dit is misschien ook wel de rode draad die past bij de titel. Het gaat inderdaad over muziek aan, ogen dicht en wereld uit. De drummer speelt in dit nummer overigens gigantisch strak met een een aantal uitmuntende fillers.

 

Our Life in Light Years


Net als het andere nummer implodeert, komt dit nummer die uiterst rustig begint met een drum, maar dan weer in gas toeneemt. Hier voelde ik op sommige momenten bijna een funkachtige sfeer; vooral op de manier waarop de gitaar werd gespeeld. Ook hier zijn plotselinge time-changes en plotselinge stille momenten waarin alles wegvalt, nadat de muziek weer explodeert. Let vooral op de geweldige gitaarsolo rond de twee minuten. Deze is zowel opbouwend als scheurend tegelijk. Sterke riffs met daarbij sterke teksten:

 

Come on hit the gas
My travels should be fast
it’s just that I wanna get far.

 

Time to leave now.
I’ll reach whatever destiny somehow.
Stardust is what we are.

 

From dust to energy.
I, superstar.

 

Met aan het einde zelfreflectie:

 

Humbling.
Humbling
Humbling.
Humbling.
Wow.

 

 

 

 

 

Remains

Een nummer dat me in de eerste instantie aan “Spin the Black Circle” van Pearl Jam deed denken. Met name omdat de muziek op een doorgedraaide carousel lijkt, met als enige rustpunt het refrein. Daarnaast blijft het draaien, draaien en draaien. Wat past bij de teksten. Het is alsof de waanzin voelbaar is en er kritisch naar religie wordt gekeken. Ook hier is de gitaarsolo een geweldige (en bijna geweldadige) onderbreking die te tezamen met de timechange rond 3.30 het nummer sterk maakt. Een krankzinnige carousel die maar door blijft stomen:

 


Tears were spend when you got locked away
Did you see colours or only grey?
Years gone by while mother looked away.
Surrounded with walls. You had to stay

Leave the fire behind,
Your brother still prays

Tears were spend when you were on that bed.
Did you worry of things left unsaid?
Dears were there when the bible was read
Surrounded with love. You may go ahead

Leave the fire behind, it’s in her eyes
Your brother still prays, every day
Leave the fire behind, it’s in her eyes
Your brother remains,

Leave the fire behind, nothing dies
Your brother still prays, every day
Leave the fire behind, nothing dies
Your brother remains, true to your way
(Remains)
(Remains)

 

 

Do What I Feel Like

Vanaf dit moment worden de nummers iets rustiger. Een akoestische onderbreking waar het gas even wordt teruggenomen. Maar waar de tekst het nummer een snijdende kant geeft:

 

I’ve had twenty six years to think about why I was here to stay
I’ve been over it and over and I still don’t know up till today
So I just decided to live and let live and I suggest you do the same
Cause I’ve had enough of you and the stupid things you say

 

I will do what I feel like and I’ll ever ask if I may.

 

Een goede onderbreking die het volgende nummer sterker maakt.

 

 

Man

We horen synthesizers, een akoestisch gitaar en een rustige opbouw. Rond 0,50 minuten begint de bas een dominante rol te spelen en neemt het nummer ook in kracht toe. En rond 1.45 gaat het nummer plotseling een andere kant op, gevolgd door een dreunende gitaar die het nummer op een andere ritme meeneemt. Ook hier valt het me weer op, hoeveel veranderingen en melodieën deze band in korte nummers weet te creëren, waardoor het achtbaan gevoel nooit ophoudt.


Ook hier zijn de teksten weer ijzersterk:

 


Just beyond my reach.
Future mysteries.
Secrets of the sun.
And where you have gone.
Just beyond my reach.
Future come to me.
With every change of view.
I’ll be looking for you.
All of time...

 

 

 

 

Hier vind je the Hedonist op Spotify: link.

 

 

 

Resonater

 

Dit nummer begint met een samenhang van stemmen die me deed denken Aya Davinita van Pearl Jam, behalve dat hier een stem boven de andere stemmen uitzweeft en rond 0,50 minuten er weer een verandering plaats vindt in de melodieën die met elkaar verweven zijn. De vrouwelijke achtergrond stemmen maken het nummer nog sterker. De teksten geven een beeld weer van eenzaamheid en een verloren liefde:

 

Sometimes I hear you like a song from the other room
But everybody’s speaking up and I don’t think we’ll meet up soon
Time and distance start to weigh.
Pick my guitar until something resonates

 

Light a fire
Light a fire
Light a fire
for you.

 

Pilgrim


Na de implosie van het vorige nummer, wordt deze opgevolgd door een nummer met een standvastige beat die het nummer naar een climax brengt. De violen in het begin geven het een extra volume. Ook hier zien we weer dat eenzaamheid een belangrijke thema vormt dat de stem bijna onderdrukt. Vooral rond 2.55 waar de gitaar losgaat. Aan het einde wordt het nummer uiterst melodieus, misschien wel het meest melodieuze moment van de plaat:


Fear of losing you
In my dreams
Tonight
And slow ….
I will go on!

 

 

Ambulance For A Loved One


Een nummer dat funky-achtig begint en tegelijkertijd wordt meegenomen door symfonische geluiden. Ook hier speelt de eenzaamheid weer een rol in de teksten. Mijn favoriete moment is rond 2.30 waar de zanger en de gitarist tegelijkertijd losgaan. Wat het nummer een extra knal geeft. Het nummer gaat over een protagonist die iemand verliest en wiens hand hij nog vasthoudt in de ambulance. Een donker einde. Misschien ook wel de reden waarom het album eindigt met een nugget:

 

I remember seeing you for the last time
Your hand in mine
said see you on the other side

 

Wear your sweater, keeps the cold on the outside
when I look up at night
shooting stars, I believe, should be no reason for crying

 

When you call
When you call

 

An ambulance for a loved one
Ambulance for a loved one
Ambulance for a loved one
And then you were gone

 

Do What I Feel Like (acoustische versie)


Een acoustische versie van “Do What I Feel Like”. En nu het alleen een gitaar betreft en een stem wordt de politieke boodschap van dit nummer plotseling ook duidelijk. Een boodschap die vooral vandaag de dag belangrijk is:


I’m an electric gypsy all I want is to go and play
But for so long I’ve been caged up in a world where all is grey
And it’s people only see black or white, colors they seem to hate
them and me couldn’t be any less alike, we’re all matter but in a different state

 

 

Een sterk einde van een sterke album dat een aantal draaibeurten nodig heeft om alle deuren te laten openen. De verschillende melodieën, het ongepolijste geluid maakt de plaat niet altijd toegankelijk, maar als je de tijd neemt om te luisteren en tevens van Fugazi, Bad Religion, Neil Young houdt, is deze plaat meer dan de moeite waard. Het enige kritiek punt dat ik heb is de verdeling van de nummers. Sinds""Do What I Like” nemen alle nummers in gas terug, alsof de plaat uit twee delen bestaat. Een punk en rock deel en een rustigere deel (hoewel de gitaren ook hier schuren en scheuren). Meer variatie in de opbouw zou het misschien een sterke plaat nog sterker hebben gemaakt. Maar dat is slechts een detail. Dit is een plaat die nog zelden wordt gemaakt. Waar de artiesten de kunst durven los te laten en niet alles tot het oneindige perfectioneren; en juist hier ligt de kracht. In het niet steriele jumbo die we vandaag op de radio horen. De kracht ligt in het onzuivere. In het gebied waar in de composities nog gaten en brokken hebben, die je als luisteraar steeds doen verassen. Bij iedere draaibeurt hoor je iets anders. Een gat of een vulling die je nog niet eerder was opgevallen. In dat geval is de titel uiterst goed uitgekozen: “Muziek aan, ogen dicht en wereld uit”.

 

Link naar de band: Seance.

 

 

Blog

Contact