Navigatie

 

 

 

 

5 sterren voor deze prachtige gedichtenbundel van Anthonie Holslag en Marion van Delst. Prachtige gedichten en prachtige, adembenemende vormgeving. Dit is een boek dat je niet me lezen, maar beleven.

 

Jeanine Feunekes-Both

 

 

 

Recensie

 

Poëzie is iets dat onder de huid moet kruipen, meer nog dan proza, want met minder woorden moet evenveel of meer bereikt worden. Met klank, ritme, rijm, woordgebruik, beelden, worden mooie gedachten of vreselijke uitspraken zodanig verwoord dat er wat van beklijft, dat je in verwondering achterblijft. De woorden treffen je voor even of voor altijd, al zal dit laatste weinig voorkomen vanwege de ontwikkeling die je als lezer (of toehoorder) doormaakt. En al is de laatste jaren de zeggingskracht van poëzie evenredig gedaald met het aantal geschreven gedichten, toch is ook in deze tijd van overvloedigheid poëzie een aparte tak aan de boom van de literatuur. Natuurlijk is er een behoorlijke verschuiving en wordt de poëten-poëzie minder gemaakt dan vroeger, zijn de selfie-gedichtjes op internet niet meer te tellen, maar toch. Het alleen maar “zeggen wat de buurman zegt”, of opschrijven “wat je primaire gevoelens zijn”, levert niet per se gedichten op. Dat verschijnsel hebben we in de poëticale geschiedenis al eerder gehad. Zo waren Dada en readymades bijvoorbeeld nodig om de poëtische vastgelopen uitingen op te schudden.

 

Een flinterdunne reflectie van schrijver Anthonie Holslag en beeldend kunstenaar Marion van Delst is een bundel teksten die bij eerste lezing weinig problemen oplevert: “er staat wat er staat”. Dat geldt niet voor elk gedicht, want op pagina 25 duikt Komitas op, een priester die met de Armeense genocide te maken heeft en op pagina 26 de massamoord die “het zwijgen van massamoord” heet te zijn. Hier geeft Holslag een diepere laag aan zijn “flinterdunne reflectie”, een titel die de lading grotendeels dekt. Wat wel te voelen is in de regels en ook “daartussen” is de passie en de pogingen die passie te duiden. Maar door de “flinterdunheid” ervan moet de lezer wel erg veel doen.
Het geheel krijgt hier en daar een te veel aan terloopsheid, zoals:


Kan iemand me verdomme vertellen waar de knoop zit?
Kun je me vertellen waar ik gebleven ben?
Nooit geweten dat slapen zo schoon kon zijn


In het titelgedicht zegt Holslag dat naarmate het leven vordert slechts een schijn overblijft van wat eens mogelijk was. De bundel is daarvan een uitwerking die soms fraai is uitgewerkt en soms te makkelijk is, waarbij het woord “gedicht” vervangen zou kunnen worden door “gedachte”. De bijdrage van Marion van Delst is essentieel, want zij weet met allerlei geheimzinnig aandoende afbeeldingen een waar kijkgenot te creëren. Het zijn niet zomaar illustraties bij teksten, het zijn meer gelaagde bewerkingen waardoor illusies worden geschapen. Die illusies gaan soms verder dan de woorden, voegen toe, interpreteren en gaan (ook) een eigen leven leiden.

 

Een flinterdunne reflectie is deels geslaagd in het oproepen van een veranderende wereld, waarbij het individu vaak in een tekort leeft waarvan hij zich bewust is. Voornamelijk in dat laatste zit de kracht van de woorden, in een verplichte samenhang met de beelden.

 

Kees van Meel -zie link.

 

 

Het is altijd een eer om door een mede auteur en dichter gerecenseerd te worden. Dit keer een recensie van Martijn Adelmund:

 

Ik ontving eergisteren de zeer inspirerende dichtbundel van Anthonie Holslag, getiteld 'Een flinterdunne reflectie'. Onderstaand een bespreking.

 

Gekwelde dichters stil en stom
Zij smeden pijn tot woorden om
En uitgedoofd moedigt hun naam
En eeuwig lot soms anderen aan

 

Aan deze woorden van Emily Dickinson (1830 - 1886) moest ik denken bij Een flinterdunne reflectie. Het is een opmerkelijk bundeltje, breder en hoger dan A5, volledig in kleur vormgegeven - op het schreeuwerige af. Maar het is passend, want het betreft geen doorsnee dichtbundel, maar een uitdagende samenwerking tussen beeldend kunstenaar Marion van Delst en dichter Anthonie Holslag.

 

Dat woord, 'uitdagend', lijkt op alles van toepassing. Van Delst koos voor bewerkte foto's, naakte personen van achteraf verbeeld, verknipt, verweerd. De beelden intrigeren, dagen de lezer uit om te herkennen, de delen van de menselijke anatomie weer in elkaar te passen.

 

Holslag koos een soortgelijk thema, waarin psychisch en fysieke onkunde steeds centraal staat. "Zoals gezichten geen gezichten meer zijn / En handen geen handen / Zo ben ik geheel met grijsheid gevuld.", schrijft hij in een titelloos gedicht. En later: "Jouw gezicht / Mijn gezicht / Zijn ineengesmolten / Zoals liefde / De ander nooit kan ontwaren."

 

Een dichter die tegenwoordig pijn en kwetsbaarheid als centraal thema kiest, heeft het niet makkelijk. De lyrische gekwelde dichter lijkt iets van het verleden, nu de trend toch vooral gericht is op het anekdotische en alledaagse. Het lijkt daarom een gewaagde onderneming, zowel van Heimdall als van beide kunstenaars om deze bundel te maken.

 

Toch zie ik de noodzaak van dit werk, omdat deze samenwerking grenzen doorbreekt: het daagt de consensus uit die bestaat over de vorm van poëzie; en weerspiegelt de agressieve beeldcultuur waarin we ons bewegen.

 

Soms is het ook in deze bundel wat veel: de inhoud in beeld en tekst slaat je werkelijk om de oren. Dan ben ik blij met de hoop en kwetsbaarheid die uit sommige van de gedichten spreekt, zoals op p. 22 bij het gedicht Slaap: "Ik kan je adem voelen trillen / volg met mijn vingers / de rondingen / de losse draden van je gedachten." Zo'n gedicht is een rustpunt in de bundel.

 

Vrijwel elk gedicht in Een flinterdunne reflectie heeft een getergde ik-figuur. Toch tillen de beelden van Van Delst de poëzie van de dichter voorbij het biografische, maken het kunstzinnig. Holslags taal is soms cryptisch, maar altijd messcherp. Het doet een diepte vermoeden aan ervaringen en verborgen pijn.

 

Voor de kenners van Anthonie Holslag en zijn prozawerk, mag dit geen verrassing zijn, want het is een rode draad in zijn jonge oeuvre. Eerder schreef hij onder meer Een bloedovergoten dageraad (2014) en In het kille ochtendlicht (2016), verhalenbundels die tot het horrorgenre worden gerekend. Aanleiding was dat hij slachtoffer werd van zinloos geweld.

 

Het heeft hem heel wat boeken en verhalen gekost, maar het lijkt er op dat Holslag met Een flinterdunne reflectie zijn trauma's heeft gesublimeerd. De pijnlijke inhoud vroeg klaarblijkelijk om een krachtige vorm en Marion van Delst heeft dat geboden. Nu is het één geheel en kan het rusten.

 

Om het in Dickinsons woorden te zeggen:

 

Gekwelde dichters stil en stom
Zij smeden pijn tot woorden om
En uitgedoofd…

 

Martijn Adelmund - zie ook link.

 

 

 

Deze dichten bundel van Anthonie is er echt eentje waaruit je vaker even iets terug leest. Sommige gedichten lees je automatisch nog een keer en daar denk je dan de hele dag een beetje verder over na.

 

Het is een bundel vol met diepgang en emoties. Sommige gedichten zijn echt wel wat verdrietig, sommige zetten je juist enorm aan het denken. Wat een mooie bundel.

 

De illustraties benadrukken de emotie van het gedicht en maken het helemaal af.

 

Iedereen maakt wel eens dingen mee in zijn of haar leven wat je makt tot wie je nu bent. Daarom spreekt deze bundel me zo aan. Het zit dicht bij je hart en ook al maken wij mensen niet allemaal hetzelfde mee ik weet zeker dat een ieder dezelfde gedachte kan hebben bij het lezen van sommige gedichten.

 

Flinterdunne reflectie het gedicht op de eerste pagina pakt je direct in en zet je gelijk aan het denken. Het gedicht de bergen van puin lees ik regelmatig nog eens terug.

 

Verwacht echt geen gezellig grappig vrolijke bundel maar een met diepgang en emotie. Ik heb vooral bij het laatste gedicht een traan moet laten. Poëzie is een mooie manier om verdriet te kunnen verwerken. Bedankt voor deze mooie bundel Anthonie !

 

 Mieke - zie link.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Blog

Contact