Navigatie

 

Synopsis

 

 

Onderstaande informatie kan spoilers bevatten...

 

 

 

Een bloedovergoten dageraad

 

Indeling:

 

Voorwoord: Door het konijnenhol

1. De man op het ijs

2 Moordplekken

3 Familiegeheimen

4 Zwarte aura

5 Aardedonker

6 Dossier patiënt "Z"

7 In gesprek met de duivel

8 De wever

9 De laatste opdracht

10 Het vreemde geluid in de ochtend

11 Bloedvlekken

12 Een bloedovergoten dageraad

13 Bungalow 06

14 In de mist

15 Het huis bij het park

16 Het grote eindexamen

 

1. De man op het ijs

 

Deze bundel gaat over angst. Irrationele angst. Rationele angst. Angst die uit het ongewone maar ook het gewone voortkomt. Angst die ontrafelt en die bijtend en vretend op de voorgrond treed. Waar ik bij “Zwarte muren” wilde beginnen met een schets, een zwarte streep, om verder in latere verhalen kleuren aan te brengen, wilde ik hier het tegenovergestelde doen. Ik wilde een kleurrijk decor scheppen, waarbij je een park kon ruiken, het ijs onder je voeten kon horen kraken, waar je de moeheid in je ledematen kon voelen en waar je onmiddellijk in het hoofd van een protagonist kroop. Ik zag het voor me als impressionistische kleuren - dikke klodders verf op een canvas - die de contouren en motieven van de bundel zouden weergeven, om ze later uit te smeren en verder uit te werken. Dit eerste verhaaltje is simpel en relatief pretentieloos; een man die schaatst, die voor het dagelijkse vlucht en plotseling iets ziet wat zijn leven doet veranderen. Iets waardoor hij voor een moment stilstaat...

 

En soms is stilstaan niet goed.

 

Ik wil je wel vertellen waar het verhaal verder heen gaat, maar tegelijkertijd ook weer niet. Ik kan wel zeggen dat soms niets is zoals het lijkt. Soms kun je de meisjes in rode jassen horen giechelen. Soms, heel soms, komen ze naderbij en is de wereld om ons heen plotseling geen decor meer, maar is het een grauwe en malende realiteit.

 

Soms heel soms.

 

Daar wilde ik over schrijven. Over het hongerige onbekende, dat (grijnzend) op iedereen wacht...

 

 

 

2. Moordplekken

 

Dit verhaal is in hoge mate geïnspireerd door het verhaal Niet ter zake doend door Nicholas Royle. Hoewel zijn verhaal een hele andere wending neemt, en een veel grotere erotische ondertoon heeft, heb ik de kern – een  jongen die een meisje voor het eerst ontmoet – als basis genomen en vervolgens gebruikt. Eerste dates zijn namelijk eng. Je kent iemand namelijk niet echt. Je denkt ze te leren kennen, je probeert een voorstelling van de ander te maken, maar je weet nooit wat er in hun omgaat, wat een ander in je nabijheid visualiseert. Dit verhaal gaat dus over een eerste date, (altijd een enge ervaring), maar nog meer dan dat, het gaat ook over moordplekken. Je kent het wel, plekken waar moorden zijn gepleegd en die toeristen nog steeds bezoeken.

 

Plekken waar de duisternis nog steeds aanwezig is...

 

 

 

3. Familiegeheimen

 

Ik ben altijd gefascineerd geweest met families en dan met name de stiltes in families. Het onbesprokene; hetgeen dat in gesprekken wordt bedekt. In tegenstelling tot vriendschappen, kies je je families niet, ze kiezen jou en dat maakt ze tegelijkertijd zo claustrofobisch en daar wilde ik het in dit verhaal over hebben.

 

Het bedekte. Het onbesprokene. Geheimen die geheimen moeten blijven.

 

Het verhaal is officieus geschreven voor mijn bundel Zwarte muren, maar door de diepte en lengte van het verhaal paste het er (thematisch) niet in. In hoge mate is dit meer een personage gebonden, dan een plot gebonden verhaal, met een monologue intérieur en daardoor misschien wel de meest literaire en psychologische verhaal in de bundel. Het begint als de protagonist te horen krijgt dat zijn vader is overleden en dat hij terug naar zijn ouderlijk huis moet om zaken op orde te stellen. Wat volgt is een reis, waarbij de protagonist zijn jeugd, maar ook zijn hedendaagse leven, onder de loep neemt en ontdekt dat er iets in zijn verleden niet klopt.

 

Ik wilde het onbesprokene, bespreekbaar maken. De sluier wegrukken. Juist datgene doen, wat niet mag: zichtbaar maken. Misschien wel de meest dodelijke zonde in iedere familie.

 

 

 

 

4. Zwarte aura

 

Zoals ik al schreef, gaat deze bundel over angsten. En de meest indrukwekkende angsten zijn misschien wel onze kinderangsten. Deze blijven bij ons, volgen ons en ik vroeg me af wat er zou gebeuren als deze angsten, direct of indirect, echt of ingebeeld, uit zouden komen.

 

Ook dit verhaal was origineel geschreven voor Zwarte muren maar door de flow en thematiek van de bundel paste het er net niet in. Waar Zwarte muren over de onomkeerbaarheid van het leven en de Dood ging. Gaat dit verhaal over angst. Ik vroeg me af wat er zou gebeuren als iemand in een zeer gespannen situatie een angst uit zijn jeugd onder ogen moest zien.

 

Want soms zijn angsten net varkens en zuigen en vreten ze alles op.

 

 

 

 

 

5. Aardedonker

 

Ik denk dat van alle verhalen, die in deze bundel staan geschreven, dit het dichtst bij mijn ervaringen komt (en de nachtmerries die daarop volgden) die ik in mijn voorwoord heb beschreven. Het is niet een letterlijke vertaling van mijn ervaringen, als wel een metaforische. Waarin ik vlucht en ren, en zombies me achtervolgen.

 

Toen het boek Zwarte muren uitkwam, hebben tientallen lezers mij gevraagd wanneer ik nu eindelijk mijn zombie verhaal zou gaan schrijven: het soort verhalen dat me al vanuit mijn kinderjaren bezig houdt, met name om het claustrofobische effect dat vaak van de verhalen uitgaan. Dit verhaal is mijn antwoord hierop. Het speelt zich af in een zombie Apocalyps, waar de hoofdpersoon zichzelf in een kelder schuilhoudt. De zombies zijn natuurlijk niet zomaar zombies. (Ik heb er een persoonlijke twist aan gegeven, wat ik hier niet wil verklappen.) En de kelder is niet zomaar een kelder. Het is een kelder dat aardedonker is.

 

Dit verhaal, zoals hierboven al gezegd, nog meer dan de voorgaande verhalen, is direct verbonden met de gebeurtenissen die ik heb beschreven in mijn voorwoord. Nachten achtereen droomde ik over zombies die me achtervolgden. Die me als een object wilden gebruiken. (Ik laat de analogie voor wat het is.) Het is pas veel later dat ik over de kelder begon te dromen. Een kelder gemaakt van aarde met een onpeilbare duisternis, die je kon opslokken, gek kon maken; je kon verteren. Het was mijn psycholoog, achteraf, die me erop wees dat kelders en duisternis in dromen vaak voor de Dood staan, of de angst voor de Dood, en dat deze droom mijn trauma goed weergaf. Ik had dit verhaal toen al geschreven. Maar nu ik het teruglees. Nu ik de symboliek van het leven en de Dood, die ik in mijn verhaal heb verweven, beter bestudeer, denk ik, nee weet ik zeker, dat ze gelijk had.

 

Ik kan ze nog steeds zien rennen en ik kan de schaduwen nog steeds achter me voelen bewegen.

 

Het laat me niet los. Ze komen, ze komen altijd...

 

Dit is overigens de eerste van de drie novelles in deze bundel.

 

 

 

 

6. Dossier patiënt "Z"

 

De tweede novelle in deze bundel...

 

Op een avond kwam de buurman die in onze oude woning naast ons woonde, bij ons langs en vertelde me dat hij geluiden in de buizen hoorde. Deze woorden en zijn angstige gedrag, waren de basis van dit verhaal. (En ook voor aan ander verhaal hieronder: “Het huis bij het park” - maar daarover later meer.) Vervolgens heb ik een aantal andere elementen (mijn nachtmerries, de opname van een vriend en kennis) in het verhaal vervlochten. Je zou kunnen zeggen dat het een detective en psychologische thriller is geworden dat uitmondt in een griezelverhaal. In dit verhaal lezen we de aantekeningen van een psychiater die wel een heel speciale patiënt in behandeling neemt. De scheidslijn tussen werkelijkheid en fantasie wordt steeds vager. En de betekenis van de meisjes in rode jassen, die we al in een eerder verhaal zijn tegengekomen, krijgt nu een andere dimensie.

 

Achteraf gezien was dit een van de verhalen waar ik een betekenis aan mijn ervaring probeerde te geven.

 

 

 

 

7. In gesprek met de duivel

 

De derde en laatste novelle in de bundel, die een een aantal thema's met elkaar verbindt.

 

Als kind ben ik altijd gefascineerd geweest met verhalen over bezetenheid. Des te meer omdat dit in alle culturen op de een of andere manier terugkomt. Ik denk dat verhalen over bezetenheid dan ook appelleert naar een van onze diepste psychologische basis angsten. Namelijk een inbreuk op je lichaam en geest; een inbreuk op de autonomie van het "zelf". Ik wilde hier in dit verhaal meespelen, maar niet op de ouderwetse en gebruikelijke manier zoals je in dit soort verhalen zou verwachten. Ik wilde existentiële vragen stellen, een rookgordijn opwerpen. Ik wilde geloof en wetenschap bij elkaar brengen, maar bovenal wilde ik een spannend verhaal vertellen over het menselijke, over de zondeval en daarachter verscholen: verloren kansen en het ouderschap.

 

De strijd tussen het goed en kwaad begint bij onszelf en is in hoge mate universeel.

 

Dit verhaal gaat dus meer dan over een duiveluitdrijving alleen. Het is een psychologisch gevecht en dialoog tussen een priester en een bezetene, waar de priester met specifieke demonen worstelt. (De foto hieronder zal na het lezen van het verhaal een andere betekenis krijgen.)

 

 

 

 

8. De wever

 

Lezers die mijn boek Zwarte muren kennen, weten dat ik er van houd om verhalen op een abstracte of directe wijze met elkaar te integreren. De volgorde van de verhalen zijn voor mij dan ook ontzettend van belang. In Zwarte muren had ik twee verhalen die in een ziekenhuis afspeelden (De wijsheid en De reflectie in de spiegel), die na elkaar in de bundel kwamen. De verhalen Tila en Waanzin verwijzen direct naar elkaar. Zo probeer ik altijd verhalen, en vooral de thema's in de verhalen met elkaar te vervlechten, zodat de bundel niet alleen een verzameling verhalen wordt, maar tevens een boek die je van punt A naar punt B brengt.

 

De volgorde van deze bundel is tientallen keren veranderd.

 

Dit verhaal is geïnspireerd door een voorval op mijn veertigste verjaardag; toen werd ik namelijk (op het uur af exact) opgenomen in het ziekenhuis voor een blindedarm aanval. Ik heb drie nachten op de acute afdeling gelegen. Misschien wel de meest onrustige afdeling van het ziekenhuis en ook niet een plek waar je echt tot rust kan komen of kan herstellen. In de tweede nacht, rond een uur of drie, werd er een bed met daarop een meisje, met een ingeklapte long, de kamer ingereden. Ik zat toen in een soort morfine roes. Alles leek uitgerekt, misvormd en toen ze met het meisje bezig waren, en zij rechtop moest blijven zitten in een of andere apparaat; bestudeerde ik het silhouet dat achter het gele gordijn afstak en leek het wel dat het meisje door het apparaat werd opgeslokt. Zo is dit verhaal langzaam ontstaan. Het verhaal hierboven (In gesprek met de Duivel) verwijst natuurlijk al naar “De wever” en hier, in dit verhaal, laat ik de kracht van “de Wever” zien.

 

Van alle verhalen, tot nu toe, is dit misschien wel de bloederigste en een klassieke horror verhaal, in de zin dat het zich aan alle regels van de genre houdt. Ik wilde een claustrofobisch en eng verhaal schrijven. Een verhaal waar mensen opgesloten zaten, maar er tevens gevaar van binnenuit bestond.

 

Dit gaat verhaal gaat dus over bezetenheid, maar een specifiek soort bezetenheid. De bezetenheid van een collectief. (Denk hierbij ook aan mijn voorwoord.) En daaronder misschien, ook wel een verhaal over verslaving. (Dat misschien ook een vorm van bezetenheid is.) Ik heb al deze elementen proberen te vervlechten, als een wever, tot een nieuw en afschrikwekkend geheel.

 

 

 

 

9. De laatste opdracht

 

Als het verhaal “Duivels geronk” in mijn bundel “Zwarte muren” een ode was aan Stephen King, dan is dit verhaal een ode aan de vroegere werk van Clive Barker. Dit verhaal is losjes op een combinatie van zijn verhalen geïnspireerd. Verhalen die over de grenzen van onze realiteit turen; naar andere werelden die op een vreemde manier met de onze is vervlochten. Verhalen zoals Madonna, Graffiti, Vlees en bloed, Domein van de angst en In de schaduw van de torens. Stuk voor stuk verhalen waar fantasie en werkelijkheid samenvloeien en waar, als je heel goed leest, een verhaal achter een verhaal wordt verteld.

 

Clive Barker was fenomenaal in het samenbrengen van horror, seksualiteit, rauwheid, magisch realisme en angst. Ik heb mijn persoonlijke draai aan dit verhaal gegeven en vervlochten met mijn persoonlijke angst voor de Dood. Stephen King stelt in zijn verhalenbundel “Na zonsondergang” dat ieder zelf respecterende horror schrijver tenminste 1 verhaal over schijndood dient te schrijven. Dit is mijn poging daartoe. (Hoewel er een nog grotere poging in mijn volgende bundel zal volgen.) Maar het is meer dan dat. Het is een verhaal over angst zelf en hoe dit ons tot krankzinnige daden kan dwingen. Hoe de scheidslijn tussen realiteit en fantasie soms geheel kan verdwijnen.

 

Met alle gevolgen van dien...

 

De foto vertelt meer dan je denkt, als je heel goed kijkt.

 

 

 

 

10. Het vreemde geluid in de ochtend

 

Dit is misschien de meest impressionistische werk in de bundel. Het is een klein “ditty”, zoals de Amerikanen het noemen, geschreven in de winter van 2009. Het begint als een man na een wilde nacht ontwaakt. Het behoeft in mijn opinie weinig verdere commentaar; ik zou ook teveel onthullen. Het was geïnspireerd door de verhalen van Campbell en symboliseert in mijn optiek de eeuwen oude angst van mannen voor de vrouwelijke seksualiteit. Ook hier zien we overigens weer een dwarsverband met het verhaal Zwarte aura. Ook hier vloeien thema's samen.

 

Een eerste versie van dit verhaal is verschenen in de bundel Griezelen.

 

 

 

 

11. Bloedvlekken

 

Van alle verhalen in deze bundel, is dit verhaal misschien wel het meest verweven met mijn ervaringen in 2008, zij het op een fictieve manier. (Zie ook mijn voorwoord.) Ik probeerde het vanuit een ander perspectief te benaderen. Het perspectief van de dader. Wat zou er gebeurd zijn, zo vroeg ik me af, als bloed niet langer te stelpen was en het uit de wonden zou blijven stromen, stromen en stromen? Hoe dicht ligt geweld en angst bij elkaar?

 

Net zoals het verhaal misschien het meest vervlochten is met mijn ervaringen in 2008, is de onderstaande foto het meest vervlochten met de symbolen die in de bundel terugkeren. Voor onverklaarbare redenen geeft deze foto me altijd de kriebels, hoewel de betekenis pas duidelijk zal worden als je het verhaal en de bundel leest.

 

 

 

 

 

12. Een bloedovergoten dageraad

 

Als je eenmaal de dood van dichtbij hebt gezien, laat dit je nooit meer los. Dit verhaal is gebaseerd op zo een ervaring. Maar het verhaal is meer dan dat. Het is ook een verhaal over de zoektocht naar verlossing, naar de complexiteit van gevoelens die de dood met zich meebrengt. Gevoelens als schuld, angst en misschien uiteindelijk een existentiële schreeuw.

 

Op een vreemde manier komen heel veel thema's van deze bundel in dit verhaal bij elkaar: de Dood, de angst voor de Dood, de zoektocht naar betekenis van verlossing, familierelaties en hoe nauw deze relaties samenhangen en de vluchtigheid van ons leven. Hoewel dit niet over een straat gaat en een achtervolging. Gaat dit verhaal zeer zeker wel over een vlucht. Met name een vlucht uit de realiteit.

 

Dit verhaal geeft tegelijkertijd ook een keerpunt aan. Waar de verhalen hiervoor, en dan met name "De laatste opdracht", "Bloedvlekken" en dit verhaal typische en klassieke griezelverhalen zijn, nemen de verhalen hierna een wending.

 

 

 

 

13. Bungalow 06

 

In het najaar van 2010 was ik in een bungalow samen met mijn vriendin en zoon, toen ik plotseling in mijn ooghoek iets over de grond zag kruipen. Ik lijd niet aan arachnofobie, maar toen ik dit ding zag, sprong ik letterlijk uit mijn stoel. Het was zo groot als een muis en rende onder het campinggebedje waar mijn zoontje in sliep. Hoe onschuldig dit incident ook was - ik heb de spin later gedood - was het de inspiratie voor dit verhaal. Ik wilde eigenlijk een klein verhaaltje schrijven over hoe een enorme spin zich in een huis verstopt. Terwijl ik dit schreef echter, werd het gaandeweg iets anders, vreemder, beangstigender; tevens de reden waarom ik van dit genre houd. De symboliek brengt ons vaak naar onze diepste onderbewuste angsten en een klein verhaaltje over een spin, dat meer een grap was, veranderde in een verhaal over de onzekerheden van vaderschap. Mijn vriendin en zoon maken het trouwens goed. Dat neemt niet weg dat ik sinds de komst van mijn zoon gevaren zie waar ik deze voor zijn komst nooit had ontdekt. Daar gaat dit verhaal over: het zwarte gat van onbekendheid waar je als ouder soms voor staat.

 

En toch, en toch, is er misschien ook een andere betekenis in dit verhaaltje vervlochten. Toen ik mijn therapeut (na het voorval in 2008 - zie ook voorwoord) over mijn nachtmerries sprak en dan met name mijn nachtmerrie over spinnen (die de zombies hadden vervangen), zei ze iets heel interessants. Ik vertelde haar over de bungalow, en mijn bovenstaande ervaring, toen ze plotseling zei: “Wist je dat in de psychotherapie ‘spinnen’ voor agressie staan? Het valt me op dat jij je in je dromen deze spinnen doodt.”

 

Ze hield het hierbij, maar de implicatie was voldoende. Door te dromen ging ik mijn angsten te lijf.

 

Daarom vormt dit verhaal ook een keerpunt in de bundel. Het gaat niet meer om het verlammende effect van angst, of de waanzin dat het met zich meebrengt. Maar hoe je angst te lijf kan gaan.

 

Ik had overigens meer angsten in deze bungalow die ik op een notitieblaadje schreef. Het was een uiterst inspirerende vakantie. Want ik bedacht drie verhalen die over ouderschap en het gezinsleven ging. Dit is het eerste verhaal. Het volgende is het tweede, en staat hier direct onder, dat geheel los van spinnen en agressie staat.

En het derde verhaaltje, ah het derde verhaaltje; daar horen we in de volgende bundel meer over...


Deze foto is trouwens voor de bungalow genomen:

 

 

 

 

14. In de mist

 

Ik wilde hier een verhaal vertellen waarin de lezers meer op de hoogte waren van de situatie dan de hoofdpersonen zelf. Ook wilde ik een verhaal (dat mooi met het verhaal hierboven aansluit, zij het op een andere manier) vertellen over ontkenning. Mist heeft namelijk een zeer belangrijke symboliek. Het verhult dingen en maakt dagelijkse dingen grotesk en onzichtbaar. Ik wilde hier mee spelen. Maar ik wilde ook iets meer doen. De oplettende lezer is het ongetwijfeld al opgevallen dat ik de verhalen met elkaar verweef en daardoor ook, wat ze met een mooi woord noemen, meta-fictie creëer. De oplettende lezer, die ook mijn verhaal “De plaag” heeft gelezen in mijn bundel “Zwarte muren” zal in dit verhaal ongetwijfeld verbanden zien.

 

De "hersenschimmel" is weer terug...

 

De foto hieronder is overigens genomen door Ergu Kesgin. Hoewel hij niets van dit verhaal afwist, past deze foto zo goed bij het verhaal dat het bijna griezelig is.

 

 

 

 

15. Het huis bij het park

 

Een verhaal dat voortkwam uit mijn verhaal De man op het ijs (zie hierboven). Een griezelverhaal waar ik de schemerzone tussen realiteit en waanzin wilde verkennen. Ik weet niet of ik hier in geslaagd ben. Ik weet wel dat het einde me tot aan vandaag de kriebels geeft. De gedachte dat er iets is wat je niet kunt zien, maar wel kunt voelen, vind ik een ijzige gedachte. En we herkennen het allemaal of niet? Een tocht vlaag hier, een pijn in je rug daar, het gevoel dat je bespied wordt.

 

Misschien hebben we allemaal wel een Roodkapje bij ons. Misschien staat ze wel achter je op het moment dat je dit leest.

 

Ik weet trouwens ook iets anders. De meisjes met de rode kappen bestaan. Ik heb ze gezien. Zij vormen de basis voor het sprookje Roodkapje, maar ze zijn niet goed. Helemaal niet. Ze komen niet alleen melk en koekjes brengen. Wat ze bij oma brachten, metaforisch en letterlijk, was de Dood. De Dood in de gedaante van de Grote Boze wolf. Een wolf die ze zelf aangespoord had en de weg naar oma had gewezen. En dit uitgangspunt heeft me doen beseffen dat het verhaal van de man op het ijs en patiënt "Z",  nog niet geheel uitverteld zijn.

 

Denk daar aan, als je vanavond weer pijn je rug hebt en jij jezelf vertelt dat het komt door je werk op kantoor. De stoel. Je houding. De hoogte van je bureau. Denk er aan als je een koude bries langs je nek voelt strijken. Maar misschien moet je een andere vraag stellen: ben je vandaag langs een grasveld gelopen en was het niet daar dat de pijn begon?

 

Soms kunnen we slechts glimpen zien... Soms heel soms, zijn glimpen genoeg.

 

 

 

 

16. Het grote eindexamen

 

Ik zat eens met professor Jojada Verrips in een bar te praten en we hadden het over antropologie, de wetenschap in het algemeen en ook over de totstandkoming van een “idee”. ‘Hoe komen nieuwe ideeën uit het niets tot stand en waarom worden ideeën als “gloeilampen” in strips uitgebeeld?’ Het was een van de vele gedachtekronkels, waarom ik Jojada waardeer. Het idee voor dit verhaal is tijdens dit gesprek ontstaan.

 

Ik wil uiteraard niet teveel verklappen, behalve dat we het die avond over het "grote examen" hebben gehad. Het "grote eindexamen" die we allen moeten doorstaan en voor ieder anders is.

 

Hoewel het logisch was geweest om de bundel met het voorgaande verhaal te eindigen, voelde dit verhaal gevoelsmatig beter aan - vooral toen de volgende bundel vorm begon te krijgen. Dit verhaal gaat namelijk over berusting, over iets wegzetten en je kunt dit verhaal letterlijk nemen of metaforisch; namelijk het plaats geven van een trauma en het loslaten van angst.

 

Nogmaals, ik wil niet teveel verklappen en heb het misschien al gedaan. Maar dit verhaal bood me ook de mogelijkheid voor een nieuwe opening, die ik mijn volgende bundel zal benutten. In deze zin is dit verhaal ook een overgangsverhaal tussen Een bloedovergoten dageraad en In het kille ochtendlicht.

 

Twee kanten van dezelfde medaille. Twee kanten die an sich gruwelijk zijn...

 

 

 

 

Om het boek voor te bestellen klik hier.



Blog

Contact